Tijd van steden en staten samenvatting
§1 Handel en nijverheid in de stad
Meer landbouwgrond
Kleine dorpsgemeenschappen autarkisch → horigen deden het werk, heer kreeg pacht en
kerk 10% van de oogst
Nieuwe landbouwmethodes (3-slag, ijzeren keerploeg)+ meer beschikbare landbouwgrond =
grotere voedselproductie
Nijverheid en handel in steden
Voedseloverschotten → steden → handel en nijverheid of maakten van ambacht hun beroep
Medar naar Brugge voor smeedwerk
Koningen, hertogen en graven stimuleerden ontwikkeling handel en nijverheid → kon
omliggende gebied beschermen
Brugge, haven van Vlaanderen
Laken van wol → handel met buitenland → over zee erg lastig (door waddenzee)
1134: vloedgolf (Zwin) → schepen konden verder landinwaarts → Brugge belangrijkste
handelsstad
Handel over grote afstanden
Koopmansgilden → samenwerken, voordeel in handel, elkaar helpen op reis en voldoende
geld voor reis → Hanze organiseren (Hamburg en Lübeck)
Jaarmarkten ‘handel van verre’
Kruistochten en Reconquista → Arabische handelaren en zeerovers verdreven
15e eeuw: Zwin weg → Brugge in verval → Antwerpen belangrijkste handelsstad
§2 Stadslucht maakt vrij
Steeds meer vrijheid
Horige en vrije boeren → bossen en moerassen te ontginnen voor lagere belasting of minder
herendiensten op het domein
Edelen stimuleerden stadsontwikkeling met privileges → rijke stad → veel belasting → trek
naar stad → tekort arbeidskrachten op domeinen → belastingen en diensten verminderen
op platteland
Het stadsbestuur
Patriciërs (rijkste burgers met grond en huizen in de stad) werden gekozen als schepenen
(gekozen bestuurders)
Het gemeen (bewoners die niet behoren tot patriciaat) in vlaanderen kwam regelmatig in
opstand
Graaf had geld nodig → eisten beperking macht van het patriciaat → elk jaar nieuwe
schepenen
§1 Handel en nijverheid in de stad
Meer landbouwgrond
Kleine dorpsgemeenschappen autarkisch → horigen deden het werk, heer kreeg pacht en
kerk 10% van de oogst
Nieuwe landbouwmethodes (3-slag, ijzeren keerploeg)+ meer beschikbare landbouwgrond =
grotere voedselproductie
Nijverheid en handel in steden
Voedseloverschotten → steden → handel en nijverheid of maakten van ambacht hun beroep
Medar naar Brugge voor smeedwerk
Koningen, hertogen en graven stimuleerden ontwikkeling handel en nijverheid → kon
omliggende gebied beschermen
Brugge, haven van Vlaanderen
Laken van wol → handel met buitenland → over zee erg lastig (door waddenzee)
1134: vloedgolf (Zwin) → schepen konden verder landinwaarts → Brugge belangrijkste
handelsstad
Handel over grote afstanden
Koopmansgilden → samenwerken, voordeel in handel, elkaar helpen op reis en voldoende
geld voor reis → Hanze organiseren (Hamburg en Lübeck)
Jaarmarkten ‘handel van verre’
Kruistochten en Reconquista → Arabische handelaren en zeerovers verdreven
15e eeuw: Zwin weg → Brugge in verval → Antwerpen belangrijkste handelsstad
§2 Stadslucht maakt vrij
Steeds meer vrijheid
Horige en vrije boeren → bossen en moerassen te ontginnen voor lagere belasting of minder
herendiensten op het domein
Edelen stimuleerden stadsontwikkeling met privileges → rijke stad → veel belasting → trek
naar stad → tekort arbeidskrachten op domeinen → belastingen en diensten verminderen
op platteland
Het stadsbestuur
Patriciërs (rijkste burgers met grond en huizen in de stad) werden gekozen als schepenen
(gekozen bestuurders)
Het gemeen (bewoners die niet behoren tot patriciaat) in vlaanderen kwam regelmatig in
opstand
Graaf had geld nodig → eisten beperking macht van het patriciaat → elk jaar nieuwe
schepenen