Tijd van regenten en vorsten samenvatting
§1 Rijk door handel overzee
Kenmerkende aspecten:
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek
Gespecialiseerde boeren
Natuurlijke omstandigheden veranderde → specialiseren
slootjes gegraven voor overtollig water → bodem ingezakt → geen graan wel koeien op
grazen
Graan uit gebieden rond Oostzee dus konden overgaan tot veeteelt
De stapelmarkt
Amsterdam belangrijkste havenstad → werkten volgens kapitalisme: behalen van zo veel
mogelijk winst na een investering → belangrijkste handel voor de economie van de
Republiek
Zeegewesten hadden gunstige ligging → hierdoor was driehoektocht mogelijk → Holland
naar Golf van Biskaje naar Oostzee en weer terug naar Holland
Stapelmarkt in Amsterdam → hout en graan werden tijdelijk opgeslagen → belangrijk want
oogst kon fout gaan
Van concurrentie naar compagnie
Republiek speelde rol in wereldeconomie → handelskapitalisme ontstond: investeren van
grote hoeveelheden geld om door handel zo veel mogelijk winst te maken
1594: Cornelis de Houtman en Pieter de Keyzer met vloot naar de oost → 80.000 gulden
verlies maar toch tevreden → rechtstreeks handel drijven met Indië
1602: Verenigd Oost-Indische Compagnie (VOC) → kregen monopolie
Jaloerse buurlanden
1651: Act of Navigation van Engeland → alleen Britse schepen in Britse haven → Republiek
dwarszitten
Mercantilisme in Frankrijk → eigen markt beschermen
§2 Wie heeft de macht?
Kenmerkende aspecten:
Het streven van vorsten naar absolute macht
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economische en cultureel
opsicht van Nederlandse Republiek.
Particularisme in de Republiek
Vrede van Münster eindigde opstand → republiek zelfstandige natie
Republiek werd statenbond van 7 gewesten allemaal gelijk aan elkaar
Gewestelijke Staten hoogste macht → geen eenheid tijdens afspraken
§1 Rijk door handel overzee
Kenmerkende aspecten:
Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek
Gespecialiseerde boeren
Natuurlijke omstandigheden veranderde → specialiseren
slootjes gegraven voor overtollig water → bodem ingezakt → geen graan wel koeien op
grazen
Graan uit gebieden rond Oostzee dus konden overgaan tot veeteelt
De stapelmarkt
Amsterdam belangrijkste havenstad → werkten volgens kapitalisme: behalen van zo veel
mogelijk winst na een investering → belangrijkste handel voor de economie van de
Republiek
Zeegewesten hadden gunstige ligging → hierdoor was driehoektocht mogelijk → Holland
naar Golf van Biskaje naar Oostzee en weer terug naar Holland
Stapelmarkt in Amsterdam → hout en graan werden tijdelijk opgeslagen → belangrijk want
oogst kon fout gaan
Van concurrentie naar compagnie
Republiek speelde rol in wereldeconomie → handelskapitalisme ontstond: investeren van
grote hoeveelheden geld om door handel zo veel mogelijk winst te maken
1594: Cornelis de Houtman en Pieter de Keyzer met vloot naar de oost → 80.000 gulden
verlies maar toch tevreden → rechtstreeks handel drijven met Indië
1602: Verenigd Oost-Indische Compagnie (VOC) → kregen monopolie
Jaloerse buurlanden
1651: Act of Navigation van Engeland → alleen Britse schepen in Britse haven → Republiek
dwarszitten
Mercantilisme in Frankrijk → eigen markt beschermen
§2 Wie heeft de macht?
Kenmerkende aspecten:
Het streven van vorsten naar absolute macht
De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economische en cultureel
opsicht van Nederlandse Republiek.
Particularisme in de Republiek
Vrede van Münster eindigde opstand → republiek zelfstandige natie
Republiek werd statenbond van 7 gewesten allemaal gelijk aan elkaar
Gewestelijke Staten hoogste macht → geen eenheid tijdens afspraken