Tijd van burgers en stoommachines samenvatting
§1 De Industriële Revolutie
Kenmerkende aspecten:
De Industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
Nijverheid en landbouw
Boeren zelfvoorzienend
Gilden groeiden uit tot gesloten groepen met monopolie op een ambacht → huisnijverheid
In Engeland grond aan elkaar → meer eten → bevolking groeide
Drie uitvindingen
John Kay in 1733: schietspoel
James Hargreaves → Spinning Jenny → waterkracht
De komst van de fabriek
Niet genoeg waterkracht thuis voor Spinning Jenny → productie in fabrieken → mill
Katoenspinnerijen → vrouwen en kinderen
Weefgetouw → mannen
Thuiswerkers vernielden katoenspinnerijen
Het stoomtijdperk
Mill moest op een plaats bij rivier met voldoende snelstromend water → goeie plekken snel
bezet → iets anders dan waterkracht verzinnen → stoommachine
1778: eerste stoommachine in mill gezet
Een nieuwe samenleving
Industriële Revolutie → overgang van producten maken met de hand naar producten maken
in fabrieken
Industriële samenleving:
Mensen werkten niet meer in de landbouw maar in de industrie
Bevolking groeide snel en gingen in steden wonen (urbanisatie)
Uitbreiding mogelijk vervoer
§2 Het moderne imperialisme
Kenmerkende aspecten:
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
Grondstoffen
Vraag naar grondstoffen nam toe (rubber, olie, jute,) → Midden- en Zuid-Amerika
1815-1830: landen in Midden- en Zuid-Amerika werden onafhankelijk
1850: Europeanen veroverden delen in Azië en Afrika
§1 De Industriële Revolutie
Kenmerkende aspecten:
De Industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële
samenleving.
Nijverheid en landbouw
Boeren zelfvoorzienend
Gilden groeiden uit tot gesloten groepen met monopolie op een ambacht → huisnijverheid
In Engeland grond aan elkaar → meer eten → bevolking groeide
Drie uitvindingen
John Kay in 1733: schietspoel
James Hargreaves → Spinning Jenny → waterkracht
De komst van de fabriek
Niet genoeg waterkracht thuis voor Spinning Jenny → productie in fabrieken → mill
Katoenspinnerijen → vrouwen en kinderen
Weefgetouw → mannen
Thuiswerkers vernielden katoenspinnerijen
Het stoomtijdperk
Mill moest op een plaats bij rivier met voldoende snelstromend water → goeie plekken snel
bezet → iets anders dan waterkracht verzinnen → stoommachine
1778: eerste stoommachine in mill gezet
Een nieuwe samenleving
Industriële Revolutie → overgang van producten maken met de hand naar producten maken
in fabrieken
Industriële samenleving:
Mensen werkten niet meer in de landbouw maar in de industrie
Bevolking groeide snel en gingen in steden wonen (urbanisatie)
Uitbreiding mogelijk vervoer
§2 Het moderne imperialisme
Kenmerkende aspecten:
De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
Grondstoffen
Vraag naar grondstoffen nam toe (rubber, olie, jute,) → Midden- en Zuid-Amerika
1815-1830: landen in Midden- en Zuid-Amerika werden onafhankelijk
1850: Europeanen veroverden delen in Azië en Afrika