Begrippenlijst
Hoofdstuk 18:
Van asymmetrische informatie is sprake, wanneer één van beide marktpartijen over meer
informatie beschikt dan de andere marktpartij.
Risico is de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet.
De verzekeringspremie wordt bepaald door de kans dat het onzekere voorval zich voordoet,
de verzekerde som en een marge voor kosten en winst van de verzekeringsmaatschappij.
o Premie hoger dan kans op schade waarde van bezit kleiner dan zonder
verzekering.
Framing: woorden en beelden zo kiezen dat daarbij enkele aspecten van het beschrevene
worden uitgelicht.
Verscheidenheid: risico’s zijn gespreid.
Risicodraagvlak: moet groot genoeg zijn om de volledige schade te vergoeden.
Solidariteit is de mate waarin risico’s worden gedeeld met anderen.
Averechtse selectie: ontstaat als de ene partij over informatie beschikt die het resultaat van
de andere partij beïnvloedt. De partij die meent dat niet over voldoende informatie beschikt
en moeilijk aan informatie kan komen, zal de transactie niet aandurven.
Bij nalatig gedrag stellen mensen zich bloot aan extra risico’s, omdat zij menen geen
financieel risico te lopen. (= moral hazard)
De sociale zekerheid omvat alle wettelijke regelingen die voorzien in de gevolgen van
inkomensderving en bijzondere financiële lasten.
Hoofdstuk 19:
Effecten zijn verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen.
o Obligaties zijn verhandelbare ‘bewijzen’ van deelname in een geld lening.
o Een aandeel is een deelname in het eigen vermogen van een NV of BV
Marktrente hoger dan de couponrente waarde van obligatie lager dan nominale waarde.
Marktrente lager dan de couponrente waarde van obligatie hoger dan nominale waarde.
o Hoe lager de marktrente hoe hoger de waarde van de obligatie. Logisch, je haalt
er minder rente af.
Korte rente is de prijs die moet worden betaald voor leningen met een looptijd van minder
dan twee jaar. Deze markt wordt de geldmarkt genoemd.
Lange rente is de prijs die moet worden betaald voor leningen met een looptijd van meer
dan twee jaar. Deze markt wordt de kapitaalmarkt genoemd.
o Geldmarkt en kapitaalmarkt samen: vermogensmarkt.
Hypothecaire lening lager dan andere, omdat hypothecaire lening minder risicovol is. Lange
leningen hogere rente, want meer kans op het niet aan verplichtingen kunnen voldoen
van de geldnemer.
Nominale rente ligt vast, marktrente niet.
Inflatie: stijging van algemeen prijspeil.
Indexcijfer reële rente = (indexcijfer nominale rente/indexcijfer algemeen prijspeil) x 100%
Rendement van belegging = (opbrengst/verkoopwaarde) x 100%
Koers: (couponrente/marktrente) x 100%
Hoofdstuk 20
Hoofdstuk 18:
Van asymmetrische informatie is sprake, wanneer één van beide marktpartijen over meer
informatie beschikt dan de andere marktpartij.
Risico is de kans dat een bepaalde gebeurtenis zich voordoet.
De verzekeringspremie wordt bepaald door de kans dat het onzekere voorval zich voordoet,
de verzekerde som en een marge voor kosten en winst van de verzekeringsmaatschappij.
o Premie hoger dan kans op schade waarde van bezit kleiner dan zonder
verzekering.
Framing: woorden en beelden zo kiezen dat daarbij enkele aspecten van het beschrevene
worden uitgelicht.
Verscheidenheid: risico’s zijn gespreid.
Risicodraagvlak: moet groot genoeg zijn om de volledige schade te vergoeden.
Solidariteit is de mate waarin risico’s worden gedeeld met anderen.
Averechtse selectie: ontstaat als de ene partij over informatie beschikt die het resultaat van
de andere partij beïnvloedt. De partij die meent dat niet over voldoende informatie beschikt
en moeilijk aan informatie kan komen, zal de transactie niet aandurven.
Bij nalatig gedrag stellen mensen zich bloot aan extra risico’s, omdat zij menen geen
financieel risico te lopen. (= moral hazard)
De sociale zekerheid omvat alle wettelijke regelingen die voorzien in de gevolgen van
inkomensderving en bijzondere financiële lasten.
Hoofdstuk 19:
Effecten zijn verhandelbare rechten die een financiële waarde vertegenwoordigen.
o Obligaties zijn verhandelbare ‘bewijzen’ van deelname in een geld lening.
o Een aandeel is een deelname in het eigen vermogen van een NV of BV
Marktrente hoger dan de couponrente waarde van obligatie lager dan nominale waarde.
Marktrente lager dan de couponrente waarde van obligatie hoger dan nominale waarde.
o Hoe lager de marktrente hoe hoger de waarde van de obligatie. Logisch, je haalt
er minder rente af.
Korte rente is de prijs die moet worden betaald voor leningen met een looptijd van minder
dan twee jaar. Deze markt wordt de geldmarkt genoemd.
Lange rente is de prijs die moet worden betaald voor leningen met een looptijd van meer
dan twee jaar. Deze markt wordt de kapitaalmarkt genoemd.
o Geldmarkt en kapitaalmarkt samen: vermogensmarkt.
Hypothecaire lening lager dan andere, omdat hypothecaire lening minder risicovol is. Lange
leningen hogere rente, want meer kans op het niet aan verplichtingen kunnen voldoen
van de geldnemer.
Nominale rente ligt vast, marktrente niet.
Inflatie: stijging van algemeen prijspeil.
Indexcijfer reële rente = (indexcijfer nominale rente/indexcijfer algemeen prijspeil) x 100%
Rendement van belegging = (opbrengst/verkoopwaarde) x 100%
Koers: (couponrente/marktrente) x 100%
Hoofdstuk 20