ADHD
Attention Deficit Hyperactivity Disorder wordt zowel door dimensionale als categoriale
classificatiesystemen erkend. ADHD bevat twee componenten;
- Onoplettendheid (inattention): de aandacht niet goed kunnen richten
- Hyperactiviteit -impulsiviteit
Soort Wat? wie comorbidi
algemeen kenmerken diagnose sekse ontstaa blijvend teit
n
ADHD- vooral onvermogen 6 of meer 3 keer Komt Symptome Leerstoorni
I onoplettend om aandacht symptomen, vaker minder n s,
-heid vast te uiten voor 7e bij vaak verdwijne academisch
houden, jaar, minstens jongen voor in n als e
dingen snel 6 maand dan bij adolesce kinderen stoornissen,
vergeten of duren, sociale meisje ntie dan ouder ODD, CD,
niet luisteren en in de worden, in angststoorn
wanneer er academische kindertijd combinati is,
iemand praat functioneren . e met depressie,
ADHD- vooral niet stil moet eronder gedragsst bipolaire
HI hyperactivit kunnen zitten lijden, oornis stoornis
eit op een stoel, symptomen in meeste
-impulsivite niet rustig minstens 2 negatieve
it; alleen kunnen verschillende gevolgen
spelen of niet omgevingen in
op de eigen toekomst
beurt kunnen
wachten
ADHD- gecombine
C erd
Impulsiviteit kan gemeten worden met de stoptaak: reageren bij een t na een m, maar alleen in
combinatie met piepje.
Problemen bij ADHD
- selectieve aandacht: aandacht richten op de relevante stimuli en niet afgeleid worden door
irrelevante stimuli.
- Volgehouden aandacht: aandacht langere tijd vasthouden. Dit kan gemeten worden met
continuerende prestatie testen (CPT’s).
- Gebrek aan controle
- Gebrek aan zelfregulatie
- Motorische gebreken
- Prestatie op intelligentie testen lager dan gemiddeld
- Executieve functie moeilijkheden: stellen ons in staat gebruik te maken van werkgeheugen,
doel gericht te werken en onze emoties te reguleren.
- Sociale moeilijkheden
- ADHD-I:Sluggish cognitive tempo: dagdromen, verwarring en teruggetrokkenheid (geen
symptoom volgens DMS)
- Gebrekkig functioneren van werkgeheugen
- Extra gevoeligheid voor beloningen
- Niet alert genoeg
Verklaringen (psychologisch)
Sonuga-Barke stelt dat afkeer van vertraging (delay aversion) ten grondslag ligt aan ADHD.
Barkley ontwierp veelzijdig model dat gebruikt kan worden bij begrijpen van ADHD-HI. Remmen van
gedrag gaat om drie dingen:
- Het remmen van een reactie die automatisch voorkomt door vroegere leerervaringen
- Het stoppen van een reactie die al aan de gang is of niet effectief blijkt te zijn
- Het vermogen om de reactie op concurrerende stimuli te remmen
Vier functie die ervoor moeten zorgen dat gedragsremming tot motorische controle en taakrelevante,
doelgerichte actie leidt:
- Non-verbale geheugen
- Internalisering van spraak
- Zelfregulatie van emotie, motivatie en alertheid
, - Reconstructie
Verklaringen (biologisch)
Hersenen bij mensen met ADHD werken anders; frontale lobben en onderliggende gebieden, parietale
lobben, temporale lobben, corpus callosum en cerebellum minder activiteit, extra grijze materie en
minder witte materie in sommige hersengebieden, bloed stroomt langzamer in hersenen, weinig
glucose en langzamere hersengolven. De afwijking in de frontale lobben (kleiner) is gerelateerd aan
de bekendste symptomen van ADHD.
Risicofactor is prenataal roken en alcohol nuttigen.
Diagnose
Voor de diagnose is belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de psychologische en biologische
factoren. Moet gekeken worden naar vroegere jaren en ontwikkelingsniveau van een kind. Methoden:
interview met ouders, vragenlijst voor ouders of docenten of directe observatie van kind.
Behandeling
In meeste gevallen wordt ADHD behandeld met medicatie, gedragstherapie of een combinatie.
Meeste kinderen worden na gebruik van medicatie minder impulsief, actief, agressief,
aandachtloosheid en ongehoorzaam gedrag. Weinig effect op academische vaardigheden.
Gedragstherapie legt nadruk op gevolgen van gedrag. Wordt veel gewerkt met straffen en
beloningen. Richt zich vooral op sociale relaties en schoolprestaties. Oudertraining is meest effectief
voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar. Verschillende typen ADHD hebben belang bij verschillende
houdingen van hun docenten.
Angststoornissen
Angst is een emotie die op de toekomst gericht is. Iemand heeft het gevoel ergens geen controle
over te hebben. Als de angst zich voordoet is er meteen veel aandacht voor.
Bangheid is een reactie op een aanwezige bedreiging, een alarmreactie.
Bezorgdheid staat voor gedachten over mogelijke negatieve gevolgen.
Drie soorten reacties op dreiging:
- Uiterlijke gedragsreacties: wegrennen, stotteren en het sluiten van de ogen
- Cognitieve reacties: gedachten van angst en bangheid, mentale beelden van lichamelijk leed
- Lichamelijke reacties: veranderingen in hartslag, zweten, spieren die samentrekken en een
gevoel van misselijkheid.
Angststoornissen
-ontstaan door het internaliseren van problemen. Ze komen vaak voor zowel jonge kinderen als
adolescenten. Meisjes hebben meer kans op ontwikkelen van een angststoornis door gender role
expectations (= er wordt van meisjes verwacht dat ze sneller bang zijn)
Soort Wat? wie comorbiditei
t
algemee kenmerken diag sekse ontsta blijvend
n nose an
Fobie Resultaat van bangheid die extreem is en niet weg te rationaliseren is, leidt tot vermijding,
niet goed functioneren in dagelijkse leven.
Speci Aanhoudende 1: aanhoudende Vaker In de Aanhoudend, Andere
fieke bangheid voor bangheid die heel bij kinderti maar niet altijd stoornissen
fobie een specifiek intens en onredelijk is meisje jd
object of 2: blootstelling zorg s
situatie. voor onmiddellijke
reactie
3: men weet dat het te
intens en onredelijk is
4: gevreesde wordt
vermeden
Social Bang voor 1: een persistente bangheid voor één of meerdere sociale situaties waarbij
e sociale de persoon wordt blootgesteld aan onbekende mensen, maar normale relatie
fobie activiteiten en met bekenden
situaties zoals 2: blootstelling aan de gevreesde situatie lokt angst uit
praten, lezen, 3: besef dat te intens en onredelijk is
, schrijven en 4: gevreesde situatie wordt vermeden
presenteren.
Selec Niet praten in Mogelijk een type van sociale fobie, omdat 90% van de kinderen met
tief sociale selectief mutisme ook een andere sociale fobie heeft.
mutis situaties
m
schei Iemand die 1: terugkomende extreme stress wanneer Vermindert na Andere
dings bang is om iemand gescheiden wordt van thuis of van kindertijd, stoornissen,
angst gescheiden te ouders anderen hoog risico
worden van 2: aanhoudende en extreme bezorgdheid ontwikkelen op
een ouder of over het verliezen van de ouders andere stoornis ontwikkelen
van thuis 3: kind weigert naar school te gaan van
4: kind weigert om alleen te slapen paniekstoorni
5: lichamelijke klachten s of
agorafobie
agora Iemand die bang is voor situaties waaruit niet te vluchten valt, bijvoorbeeld liften en auto’s
fobie
schoo Wanneer Wordt geclassificeerd aan de hand van de Geen stoornis in Komt vaak
lweig kinderen door functie die het gedrag heeft in plaats van de DSM, gaat voor bij
ering angstgevoele de symptomen. Ook wel functie analyse wel vaak samen grote
ns weigeren genoemd met fobieën en verandering
naar school te scheidingsangst en in het
gaan leven.
Alge Sprake van 1: extreme, overmatige angst en Meest Vaak niet Vaak ook sprake
mene extreem veel zorgen over een uiteenlopende voorko tijdelijk van depressie,
angss angst en gebeurtenissen mende van aard fobieën en
toorni zorgen over 2: het lastig vinden om angstst scheidingsangst
s verschillende bezorgdheid onder controle te oornis
gebeurtenisse houden onder
n of 3: angst en zorgen die adolesc
activiteiten , samengaan met één of meer van enten
angst is de volgende lichamelijke
minder klachten: rusteloosheid, moeite
gericht op met concentreren, verstoorde
iets. slaap, gespannen spieren,
geïrriteerdheid en snelle
vermoeidheid
Panie Paniekaanval: korte periode van intense 1:herhaaldelijk voorkomende
kstoo bangheid of paniek die ineens begint en binnen onverwachte paniekaanvallen
rnis tien minuten een hoogtepunt bereikt. Drie 2:minstens één van de aanvallen komt na
soorten:
een maand van :
1: onverwacht
2:situatiegebonden -aanhoudende zorgen over het ervaren
3:situatiegerelateerd van een aanval
Paniekstoornis: last van onverwachte -zorgen over de gevolgen van een aanval
paniekaanvallen, bang dat paniekaanvallen -een significante verandering in gedrag
zonder enige aanleiding zullen beginnen door de aanvallen
PTSD Een trauma is De persoon is blootgesteld aan -aanhankelijk Acute
een niet- een traumatische gebeurtenis -lastig om alleen te stresstoornis
alledaagse die gepaard ging met onder zijn (ASS) is
ervaring die andere doodsangst en extreme - kwetsbaarheid, vergelijkbaar met
leed zal angst. De persoon ervaart verlies van hoop, PTSD, maar bij ASS
bezorgen bij daardoor intense angst, een depressief humeur, duren de
bijna iedereen gevoel van hulpeloosheid en verlies van interesse symptomen
die het paniek in leuke activiteiten minstens twee
meemaakt. -de traumatische gebeurtenis dagen en
Posttraumatis herleefd door middel van maximaal een
che dromen, herinneringen en maand. Bij ASS is
stresstoornis lichamelijke reacties op er ook sprake van
is het gevolg herinneringen de aanwezigheid
van een -er is sprake van langdurige van dissociatieve
onmiddellijke, vermijding van stimuli die symptomen, zoals
Attention Deficit Hyperactivity Disorder wordt zowel door dimensionale als categoriale
classificatiesystemen erkend. ADHD bevat twee componenten;
- Onoplettendheid (inattention): de aandacht niet goed kunnen richten
- Hyperactiviteit -impulsiviteit
Soort Wat? wie comorbidi
algemeen kenmerken diagnose sekse ontstaa blijvend teit
n
ADHD- vooral onvermogen 6 of meer 3 keer Komt Symptome Leerstoorni
I onoplettend om aandacht symptomen, vaker minder n s,
-heid vast te uiten voor 7e bij vaak verdwijne academisch
houden, jaar, minstens jongen voor in n als e
dingen snel 6 maand dan bij adolesce kinderen stoornissen,
vergeten of duren, sociale meisje ntie dan ouder ODD, CD,
niet luisteren en in de worden, in angststoorn
wanneer er academische kindertijd combinati is,
iemand praat functioneren . e met depressie,
ADHD- vooral niet stil moet eronder gedragsst bipolaire
HI hyperactivit kunnen zitten lijden, oornis stoornis
eit op een stoel, symptomen in meeste
-impulsivite niet rustig minstens 2 negatieve
it; alleen kunnen verschillende gevolgen
spelen of niet omgevingen in
op de eigen toekomst
beurt kunnen
wachten
ADHD- gecombine
C erd
Impulsiviteit kan gemeten worden met de stoptaak: reageren bij een t na een m, maar alleen in
combinatie met piepje.
Problemen bij ADHD
- selectieve aandacht: aandacht richten op de relevante stimuli en niet afgeleid worden door
irrelevante stimuli.
- Volgehouden aandacht: aandacht langere tijd vasthouden. Dit kan gemeten worden met
continuerende prestatie testen (CPT’s).
- Gebrek aan controle
- Gebrek aan zelfregulatie
- Motorische gebreken
- Prestatie op intelligentie testen lager dan gemiddeld
- Executieve functie moeilijkheden: stellen ons in staat gebruik te maken van werkgeheugen,
doel gericht te werken en onze emoties te reguleren.
- Sociale moeilijkheden
- ADHD-I:Sluggish cognitive tempo: dagdromen, verwarring en teruggetrokkenheid (geen
symptoom volgens DMS)
- Gebrekkig functioneren van werkgeheugen
- Extra gevoeligheid voor beloningen
- Niet alert genoeg
Verklaringen (psychologisch)
Sonuga-Barke stelt dat afkeer van vertraging (delay aversion) ten grondslag ligt aan ADHD.
Barkley ontwierp veelzijdig model dat gebruikt kan worden bij begrijpen van ADHD-HI. Remmen van
gedrag gaat om drie dingen:
- Het remmen van een reactie die automatisch voorkomt door vroegere leerervaringen
- Het stoppen van een reactie die al aan de gang is of niet effectief blijkt te zijn
- Het vermogen om de reactie op concurrerende stimuli te remmen
Vier functie die ervoor moeten zorgen dat gedragsremming tot motorische controle en taakrelevante,
doelgerichte actie leidt:
- Non-verbale geheugen
- Internalisering van spraak
- Zelfregulatie van emotie, motivatie en alertheid
, - Reconstructie
Verklaringen (biologisch)
Hersenen bij mensen met ADHD werken anders; frontale lobben en onderliggende gebieden, parietale
lobben, temporale lobben, corpus callosum en cerebellum minder activiteit, extra grijze materie en
minder witte materie in sommige hersengebieden, bloed stroomt langzamer in hersenen, weinig
glucose en langzamere hersengolven. De afwijking in de frontale lobben (kleiner) is gerelateerd aan
de bekendste symptomen van ADHD.
Risicofactor is prenataal roken en alcohol nuttigen.
Diagnose
Voor de diagnose is belangrijk dat er rekening gehouden wordt met de psychologische en biologische
factoren. Moet gekeken worden naar vroegere jaren en ontwikkelingsniveau van een kind. Methoden:
interview met ouders, vragenlijst voor ouders of docenten of directe observatie van kind.
Behandeling
In meeste gevallen wordt ADHD behandeld met medicatie, gedragstherapie of een combinatie.
Meeste kinderen worden na gebruik van medicatie minder impulsief, actief, agressief,
aandachtloosheid en ongehoorzaam gedrag. Weinig effect op academische vaardigheden.
Gedragstherapie legt nadruk op gevolgen van gedrag. Wordt veel gewerkt met straffen en
beloningen. Richt zich vooral op sociale relaties en schoolprestaties. Oudertraining is meest effectief
voor ouders van kinderen van 4 tot 12 jaar. Verschillende typen ADHD hebben belang bij verschillende
houdingen van hun docenten.
Angststoornissen
Angst is een emotie die op de toekomst gericht is. Iemand heeft het gevoel ergens geen controle
over te hebben. Als de angst zich voordoet is er meteen veel aandacht voor.
Bangheid is een reactie op een aanwezige bedreiging, een alarmreactie.
Bezorgdheid staat voor gedachten over mogelijke negatieve gevolgen.
Drie soorten reacties op dreiging:
- Uiterlijke gedragsreacties: wegrennen, stotteren en het sluiten van de ogen
- Cognitieve reacties: gedachten van angst en bangheid, mentale beelden van lichamelijk leed
- Lichamelijke reacties: veranderingen in hartslag, zweten, spieren die samentrekken en een
gevoel van misselijkheid.
Angststoornissen
-ontstaan door het internaliseren van problemen. Ze komen vaak voor zowel jonge kinderen als
adolescenten. Meisjes hebben meer kans op ontwikkelen van een angststoornis door gender role
expectations (= er wordt van meisjes verwacht dat ze sneller bang zijn)
Soort Wat? wie comorbiditei
t
algemee kenmerken diag sekse ontsta blijvend
n nose an
Fobie Resultaat van bangheid die extreem is en niet weg te rationaliseren is, leidt tot vermijding,
niet goed functioneren in dagelijkse leven.
Speci Aanhoudende 1: aanhoudende Vaker In de Aanhoudend, Andere
fieke bangheid voor bangheid die heel bij kinderti maar niet altijd stoornissen
fobie een specifiek intens en onredelijk is meisje jd
object of 2: blootstelling zorg s
situatie. voor onmiddellijke
reactie
3: men weet dat het te
intens en onredelijk is
4: gevreesde wordt
vermeden
Social Bang voor 1: een persistente bangheid voor één of meerdere sociale situaties waarbij
e sociale de persoon wordt blootgesteld aan onbekende mensen, maar normale relatie
fobie activiteiten en met bekenden
situaties zoals 2: blootstelling aan de gevreesde situatie lokt angst uit
praten, lezen, 3: besef dat te intens en onredelijk is
, schrijven en 4: gevreesde situatie wordt vermeden
presenteren.
Selec Niet praten in Mogelijk een type van sociale fobie, omdat 90% van de kinderen met
tief sociale selectief mutisme ook een andere sociale fobie heeft.
mutis situaties
m
schei Iemand die 1: terugkomende extreme stress wanneer Vermindert na Andere
dings bang is om iemand gescheiden wordt van thuis of van kindertijd, stoornissen,
angst gescheiden te ouders anderen hoog risico
worden van 2: aanhoudende en extreme bezorgdheid ontwikkelen op
een ouder of over het verliezen van de ouders andere stoornis ontwikkelen
van thuis 3: kind weigert naar school te gaan van
4: kind weigert om alleen te slapen paniekstoorni
5: lichamelijke klachten s of
agorafobie
agora Iemand die bang is voor situaties waaruit niet te vluchten valt, bijvoorbeeld liften en auto’s
fobie
schoo Wanneer Wordt geclassificeerd aan de hand van de Geen stoornis in Komt vaak
lweig kinderen door functie die het gedrag heeft in plaats van de DSM, gaat voor bij
ering angstgevoele de symptomen. Ook wel functie analyse wel vaak samen grote
ns weigeren genoemd met fobieën en verandering
naar school te scheidingsangst en in het
gaan leven.
Alge Sprake van 1: extreme, overmatige angst en Meest Vaak niet Vaak ook sprake
mene extreem veel zorgen over een uiteenlopende voorko tijdelijk van depressie,
angss angst en gebeurtenissen mende van aard fobieën en
toorni zorgen over 2: het lastig vinden om angstst scheidingsangst
s verschillende bezorgdheid onder controle te oornis
gebeurtenisse houden onder
n of 3: angst en zorgen die adolesc
activiteiten , samengaan met één of meer van enten
angst is de volgende lichamelijke
minder klachten: rusteloosheid, moeite
gericht op met concentreren, verstoorde
iets. slaap, gespannen spieren,
geïrriteerdheid en snelle
vermoeidheid
Panie Paniekaanval: korte periode van intense 1:herhaaldelijk voorkomende
kstoo bangheid of paniek die ineens begint en binnen onverwachte paniekaanvallen
rnis tien minuten een hoogtepunt bereikt. Drie 2:minstens één van de aanvallen komt na
soorten:
een maand van :
1: onverwacht
2:situatiegebonden -aanhoudende zorgen over het ervaren
3:situatiegerelateerd van een aanval
Paniekstoornis: last van onverwachte -zorgen over de gevolgen van een aanval
paniekaanvallen, bang dat paniekaanvallen -een significante verandering in gedrag
zonder enige aanleiding zullen beginnen door de aanvallen
PTSD Een trauma is De persoon is blootgesteld aan -aanhankelijk Acute
een niet- een traumatische gebeurtenis -lastig om alleen te stresstoornis
alledaagse die gepaard ging met onder zijn (ASS) is
ervaring die andere doodsangst en extreme - kwetsbaarheid, vergelijkbaar met
leed zal angst. De persoon ervaart verlies van hoop, PTSD, maar bij ASS
bezorgen bij daardoor intense angst, een depressief humeur, duren de
bijna iedereen gevoel van hulpeloosheid en verlies van interesse symptomen
die het paniek in leuke activiteiten minstens twee
meemaakt. -de traumatische gebeurtenis dagen en
Posttraumatis herleefd door middel van maximaal een
che dromen, herinneringen en maand. Bij ASS is
stresstoornis lichamelijke reacties op er ook sprake van
is het gevolg herinneringen de aanwezigheid
van een -er is sprake van langdurige van dissociatieve
onmiddellijke, vermijding van stimuli die symptomen, zoals