Inleiding in de pedagogiek H.3
Ontwikkelingsfasen
Ontwikkelingsfasen zijn op 3 gebieden.
Psychologisch
o Mentale groei, intelligentie, gevoel, fysieke en cognitieve groei -> nu meer
samen.
Cognitief
o Leren, geheugen en aandacht
Sociaal-emotioneel
o Eigen persoonlijkheid, identiteit, emoties, temperament
3 ontwikkelingsfasen
Vroeg kinderlijke ontwikkeling
o Baby/peutertijd
o Peuter/kleutertijd
Basisschoolfase
Adolescentiefase
Ontwikkelingstaken: taken waarvan het leren ervan essentieel zijn.
Opvoedingsopgave: de hulp die ouder aan het kind biedt.
Vygotsky -> ontwikkeling kind is afhankelijk van interactie met volwassenen en
leeftijdsgender.
Zone van naaste ontwikkeling
Baby/peutertijd 0-2 jaar
Psychologische ontwikkeling
Fysiologische zelfregulatie: voldoende rust, voeding, verzorging waardoor baby
positief ontwikkeld.
1e jaar: voor veilige hechting -> hangt af van sensitief en responsief reageren
(signalen oppikken en goed reageren van ouders)
Cognitieve ontwikkeling
Einde 1e levensjaar -> snelle ontwikkeling, verhoogde motoriek, spraakontwikkeling
(praten + begrijpen)
Sensomotorische periode (Piaget) = kind reageert motorisch om sensorische
ontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Nee zeggen/koppigheidsfase, grenzen uittesten
Einde 2e levensjaar -> grote stap in ontwikkeling taal, omgeving
Leeftijdsgenoten + ontdekking geslachtsverschil
Opvoeding
Baby heeft hechtingsfiguur nodig
Jonge kind
Ruimte om te experimenteren(regels, grenzen)
Ontwikkelingsfasen
Ontwikkelingsfasen zijn op 3 gebieden.
Psychologisch
o Mentale groei, intelligentie, gevoel, fysieke en cognitieve groei -> nu meer
samen.
Cognitief
o Leren, geheugen en aandacht
Sociaal-emotioneel
o Eigen persoonlijkheid, identiteit, emoties, temperament
3 ontwikkelingsfasen
Vroeg kinderlijke ontwikkeling
o Baby/peutertijd
o Peuter/kleutertijd
Basisschoolfase
Adolescentiefase
Ontwikkelingstaken: taken waarvan het leren ervan essentieel zijn.
Opvoedingsopgave: de hulp die ouder aan het kind biedt.
Vygotsky -> ontwikkeling kind is afhankelijk van interactie met volwassenen en
leeftijdsgender.
Zone van naaste ontwikkeling
Baby/peutertijd 0-2 jaar
Psychologische ontwikkeling
Fysiologische zelfregulatie: voldoende rust, voeding, verzorging waardoor baby
positief ontwikkeld.
1e jaar: voor veilige hechting -> hangt af van sensitief en responsief reageren
(signalen oppikken en goed reageren van ouders)
Cognitieve ontwikkeling
Einde 1e levensjaar -> snelle ontwikkeling, verhoogde motoriek, spraakontwikkeling
(praten + begrijpen)
Sensomotorische periode (Piaget) = kind reageert motorisch om sensorische
ontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Nee zeggen/koppigheidsfase, grenzen uittesten
Einde 2e levensjaar -> grote stap in ontwikkeling taal, omgeving
Leeftijdsgenoten + ontdekking geslachtsverschil
Opvoeding
Baby heeft hechtingsfiguur nodig
Jonge kind
Ruimte om te experimenteren(regels, grenzen)