Digicollege periode 1.2 Culturele sensitiviteit
Toetsstof: Intercultural Sensitivity from denial to intercultural competence chapter 2.4
Keukens, R. Sociologie voor gezondheidszorg en verpleegkundige 5.1 & 3.9
Culturele modellen en theorieën
Deze hebben invloed op de relatie met de patiënt en zijn familie.
Beïnvloedingsfactoren in het omgaan met ziekte
– Individuele factoren (leeftijd, sexe, intelligentie, ervaring, uiterlijk)
– Opvoeding
– Sociaal economische factoren (armoede, werk, discriminatie, netwerken)
– Omgevingsfactoren (weer, infrastructuur, vervoer, kosten gezondheidszorg)
In al deze 4 factoren speelt cultuur een belangrijke rol, maakt dat ieder mens verschillend
omgaat met ziekte & gezondheid.
Illness, disease and Sickness (kleinman),
Wat we diagnosticeren als ziekte is niet altijd het zelfde hoe we de ziekte beleven.
Om inzicht te krijgen hoe verschillend mensen met ziekte en gezondheid omgaan en ook
zijn er verklaringen?
Er zijn afgelopen decennia verschillende onderzoekers geweest die modellen en theorieën
hebben ontworpen om meer inzicht te krijgen, om meer te verklaren welke culturele
verschillen er zijn en hoe bepalend dat dan is voor het omgaan met ziekte en gezondheid.
Het lastige is dat ze niet toepasbaar zijn op individuen, ze zijn tot stand gekomen bij grote
groepen mensen. De conclusies mag je dus niet loslaten op individuen, het helpt je wel om
grote lijnen inzicht te geven in grote lijnen van de cultuur.
Madeleine Leininger, dit is een Amerikaanse verpleegkundige. Heeft in de jaren 70 op
basis van de demografische ontwikkelingen in de USA op dit moment haar Sunrise model
ontwikkeld.
In die tijd was de USA een voorbeeld van de multiculturele samenleving.
Zij stelde vast dat taalproblemen en illnessperceptie leidde tot allerlei miscommunicatie en
onbegrip in de patiëntenzorg.
Op het moment dat er miscommunicatie en onbegrip is leidt dit snel tot complicaties in de
zorg.
Zij zei; de zorg moet congruent zijn aan de cultuur. De zorg kan alleen maar kwalitatief
goed zijn als het aansluit bij de cultuur van de zorgvrager.
Ze ontwikkelde haar Sunrise model, het heeft wat weg van de zonsopgang. Binnen die
zonsopgang zijn zijn allerlei factoren die invloed hebben op de gezondheid &
ziektebeleving van de patiënt.
,Edward Hall is een onderzoeker en hij heeft werk gedaan als het gaat over inzicht krijgen
in culturen. Hij nam tijdsbeleving onder de loep.
– Monochrone en polychrone tijdsbeleving
– Hoge/lage context culturen
Tijdsysteem en tijdsbeleving is een groot iets binnen een cultuur.
Monochrone cultuur is Nederland, wij delen onze tijd op in compartimenten. We hebben
een maand, die bestaat uit weken en die weken weer uit dagen.
Nederland is taakgericht, 8 uur hebben we deze afspraak enz.
We laten ons leiden door deadlines, agenda, planning.
Het is voor iedereen duidelijk wat tijd is.
Polychrone cultuur
Tijd is hier veel ruimtelijker. Men kan meer dingen tegelijk doen. Meer gericht op relaties
dan op taken. Tijd is een veel rekbaar begrip.
Tijdperceptie is op een andere manier ingedeeld.
Ook in de zorg zie je veel voorbeelden op monochrone tijdsbeleving gericht;
– Dokter, wanneer ben ik beter?
– Hoe lang duur het onderzoek?
– Dit is uw afsprakenkaart voor de polikliniek
– Wanneer is de uitslag?
– Medicijnen voor of na het ontbijt?
Dit betekent dat patiënten uit een polychrone cultuur meer moeite hebben met een
specifieke afspraken waar wij mee werken. Zij zullen de vraag anders stellen. 'Morgen
wordt je geopereerd'. Men uit een polychrone cultuur vraagt niet door hoe laat precies dan
(bijv. 8 uur)
Voor je het weet ontstaan er onduidelijkheden dat mensen niet bereid zijn om op tijd te
komen.
Het is belangrijk om dit te checken met een patiënt uit een polychrone cultuur.
Lage context culturen, dit is Nederland & Amerika. De boodschap die we geven is direct,
expliciet. Woorden geven aan wat wij bedoelen, de informatie is rechtstreeks te vinden.
Rouwkaarten zijn voorbeelden van lage context culturen. Een rouwkaart geeft wanneer
iemand geboren is, overleden. Het geeft aan hoe de familie het wil hebben qua
uitvaartdienst. (hoe moet je je gedragen, hoe laat aanwezig zijn, wel of geen bezoek aan
huis)
Hoge context culturen, informatie zit veel minder in de woorden. Zit meer in het non-
verbale. Deze landen vinden we vooral in Azië.
Voorbeeld; keuze van voedsel kan symbolen hebben.
De verschillen in een cultuur maken dat er ook valkuilen zijn.
1. Vanzelfsprekendheid van eigen tijdsbeleving & context waarin communicatie
plaatsvindt. Het is moeilijk om begrip op te brengen op de tijdsbeleving van de andere
, cultuur.
2. Geven van waardering aan poly- / monochrone en hoge/lage context culturen.
Intercultural Sensitivity from denial to intercultural competence chapter
2.4
Je hebt snelle & langzame berichten.
Snelle berichten → kan je makkelijk ontcijferen. (reclames, whatsappjes)
Langzame berichten → je moet er moeite voor doen om het bericht te begrijpen (poëzie,
filosofie, boeken)
Je moet er van bewust zijn dat in een ene cultuur een snel bericht als een langzaam
bericht opgevat kan worden.
5.1 Sociologie voor gezondheidszorg en verpleegkunde
De collectivistische oriëntatie die onze samenleving gedurende lange jaren heeft
gekenmerkt, is in een rap tempo vervangen door een individualistische samenleving.
Tegenwoordig beschouwt de mens zich primair als een zelfstandig, onafhankelijk individu
dat eigen keuzes maakt en zich niet meer ondergeschikt hoeft te maken aan de wensen &
eisen van de groep. (gezin, familie)
De filosoof Steven Lukes 4 uitgangspunten van het individualisme:
– Erkenning van waarde van de mens
– Erkenning van de autonomie van het individu
– Erkenning van de waarde van het onderscheid tussen het openbare & private leven
– Erkenning van de waarde van zelfontplooiing en zelfverwerkelijking van het individu.
Er worden 3 componenten onderscheid bij individualisme:
– Zelfbewustzijn (ik ben anders dan een ander)
– Individuele keuzevrijheid (partner, beroep, woonplaats, geloof)
– Individuele eigenbelang
Sommigen zien dit als egoïsme.
Ook relaties worden veel meer dan vroeger vanuit een individualistisch perspectief
bekeken: wat heb ik eraan in plaats van wat hebben wij eraan.
→ ontwikkeling is samengegaan met verruwing van het taalgebruik & omgangsvorming.
En ook de vermindering van respect voor de ander.
Deze individuele opstelling werd mogelijk gemaakt door de opkomst van de
verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat heeft het mogelijk gemaakt dat de mens
onafhankelijker werd van anderen.
Comparatieve referentiegroepen → dit zijn groeperingen waarmee we onszelf
vergelijken.
Relatieve deprivatie → dit is het gevoel iets te missen omdat het afhangt van de
vergelijking die je maakt.
Individualiseringsparadox –> men denkt dat die veel alleen kan, maar zonder dat men
het in de gaten heeft toch afhankelijk van anderen.
Gesegmenteerde samenleving → ieder individu behoort tot een van de segmenten en
krijgt van daaruit een plaats toegewezen en een levensbeschouwing aangereikt. Mensen
hebben een vaste plaats in de samenleving die zij hun gehele leven behouden.
Toetsstof: Intercultural Sensitivity from denial to intercultural competence chapter 2.4
Keukens, R. Sociologie voor gezondheidszorg en verpleegkundige 5.1 & 3.9
Culturele modellen en theorieën
Deze hebben invloed op de relatie met de patiënt en zijn familie.
Beïnvloedingsfactoren in het omgaan met ziekte
– Individuele factoren (leeftijd, sexe, intelligentie, ervaring, uiterlijk)
– Opvoeding
– Sociaal economische factoren (armoede, werk, discriminatie, netwerken)
– Omgevingsfactoren (weer, infrastructuur, vervoer, kosten gezondheidszorg)
In al deze 4 factoren speelt cultuur een belangrijke rol, maakt dat ieder mens verschillend
omgaat met ziekte & gezondheid.
Illness, disease and Sickness (kleinman),
Wat we diagnosticeren als ziekte is niet altijd het zelfde hoe we de ziekte beleven.
Om inzicht te krijgen hoe verschillend mensen met ziekte en gezondheid omgaan en ook
zijn er verklaringen?
Er zijn afgelopen decennia verschillende onderzoekers geweest die modellen en theorieën
hebben ontworpen om meer inzicht te krijgen, om meer te verklaren welke culturele
verschillen er zijn en hoe bepalend dat dan is voor het omgaan met ziekte en gezondheid.
Het lastige is dat ze niet toepasbaar zijn op individuen, ze zijn tot stand gekomen bij grote
groepen mensen. De conclusies mag je dus niet loslaten op individuen, het helpt je wel om
grote lijnen inzicht te geven in grote lijnen van de cultuur.
Madeleine Leininger, dit is een Amerikaanse verpleegkundige. Heeft in de jaren 70 op
basis van de demografische ontwikkelingen in de USA op dit moment haar Sunrise model
ontwikkeld.
In die tijd was de USA een voorbeeld van de multiculturele samenleving.
Zij stelde vast dat taalproblemen en illnessperceptie leidde tot allerlei miscommunicatie en
onbegrip in de patiëntenzorg.
Op het moment dat er miscommunicatie en onbegrip is leidt dit snel tot complicaties in de
zorg.
Zij zei; de zorg moet congruent zijn aan de cultuur. De zorg kan alleen maar kwalitatief
goed zijn als het aansluit bij de cultuur van de zorgvrager.
Ze ontwikkelde haar Sunrise model, het heeft wat weg van de zonsopgang. Binnen die
zonsopgang zijn zijn allerlei factoren die invloed hebben op de gezondheid &
ziektebeleving van de patiënt.
,Edward Hall is een onderzoeker en hij heeft werk gedaan als het gaat over inzicht krijgen
in culturen. Hij nam tijdsbeleving onder de loep.
– Monochrone en polychrone tijdsbeleving
– Hoge/lage context culturen
Tijdsysteem en tijdsbeleving is een groot iets binnen een cultuur.
Monochrone cultuur is Nederland, wij delen onze tijd op in compartimenten. We hebben
een maand, die bestaat uit weken en die weken weer uit dagen.
Nederland is taakgericht, 8 uur hebben we deze afspraak enz.
We laten ons leiden door deadlines, agenda, planning.
Het is voor iedereen duidelijk wat tijd is.
Polychrone cultuur
Tijd is hier veel ruimtelijker. Men kan meer dingen tegelijk doen. Meer gericht op relaties
dan op taken. Tijd is een veel rekbaar begrip.
Tijdperceptie is op een andere manier ingedeeld.
Ook in de zorg zie je veel voorbeelden op monochrone tijdsbeleving gericht;
– Dokter, wanneer ben ik beter?
– Hoe lang duur het onderzoek?
– Dit is uw afsprakenkaart voor de polikliniek
– Wanneer is de uitslag?
– Medicijnen voor of na het ontbijt?
Dit betekent dat patiënten uit een polychrone cultuur meer moeite hebben met een
specifieke afspraken waar wij mee werken. Zij zullen de vraag anders stellen. 'Morgen
wordt je geopereerd'. Men uit een polychrone cultuur vraagt niet door hoe laat precies dan
(bijv. 8 uur)
Voor je het weet ontstaan er onduidelijkheden dat mensen niet bereid zijn om op tijd te
komen.
Het is belangrijk om dit te checken met een patiënt uit een polychrone cultuur.
Lage context culturen, dit is Nederland & Amerika. De boodschap die we geven is direct,
expliciet. Woorden geven aan wat wij bedoelen, de informatie is rechtstreeks te vinden.
Rouwkaarten zijn voorbeelden van lage context culturen. Een rouwkaart geeft wanneer
iemand geboren is, overleden. Het geeft aan hoe de familie het wil hebben qua
uitvaartdienst. (hoe moet je je gedragen, hoe laat aanwezig zijn, wel of geen bezoek aan
huis)
Hoge context culturen, informatie zit veel minder in de woorden. Zit meer in het non-
verbale. Deze landen vinden we vooral in Azië.
Voorbeeld; keuze van voedsel kan symbolen hebben.
De verschillen in een cultuur maken dat er ook valkuilen zijn.
1. Vanzelfsprekendheid van eigen tijdsbeleving & context waarin communicatie
plaatsvindt. Het is moeilijk om begrip op te brengen op de tijdsbeleving van de andere
, cultuur.
2. Geven van waardering aan poly- / monochrone en hoge/lage context culturen.
Intercultural Sensitivity from denial to intercultural competence chapter
2.4
Je hebt snelle & langzame berichten.
Snelle berichten → kan je makkelijk ontcijferen. (reclames, whatsappjes)
Langzame berichten → je moet er moeite voor doen om het bericht te begrijpen (poëzie,
filosofie, boeken)
Je moet er van bewust zijn dat in een ene cultuur een snel bericht als een langzaam
bericht opgevat kan worden.
5.1 Sociologie voor gezondheidszorg en verpleegkunde
De collectivistische oriëntatie die onze samenleving gedurende lange jaren heeft
gekenmerkt, is in een rap tempo vervangen door een individualistische samenleving.
Tegenwoordig beschouwt de mens zich primair als een zelfstandig, onafhankelijk individu
dat eigen keuzes maakt en zich niet meer ondergeschikt hoeft te maken aan de wensen &
eisen van de groep. (gezin, familie)
De filosoof Steven Lukes 4 uitgangspunten van het individualisme:
– Erkenning van waarde van de mens
– Erkenning van de autonomie van het individu
– Erkenning van de waarde van het onderscheid tussen het openbare & private leven
– Erkenning van de waarde van zelfontplooiing en zelfverwerkelijking van het individu.
Er worden 3 componenten onderscheid bij individualisme:
– Zelfbewustzijn (ik ben anders dan een ander)
– Individuele keuzevrijheid (partner, beroep, woonplaats, geloof)
– Individuele eigenbelang
Sommigen zien dit als egoïsme.
Ook relaties worden veel meer dan vroeger vanuit een individualistisch perspectief
bekeken: wat heb ik eraan in plaats van wat hebben wij eraan.
→ ontwikkeling is samengegaan met verruwing van het taalgebruik & omgangsvorming.
En ook de vermindering van respect voor de ander.
Deze individuele opstelling werd mogelijk gemaakt door de opkomst van de
verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat heeft het mogelijk gemaakt dat de mens
onafhankelijker werd van anderen.
Comparatieve referentiegroepen → dit zijn groeperingen waarmee we onszelf
vergelijken.
Relatieve deprivatie → dit is het gevoel iets te missen omdat het afhangt van de
vergelijking die je maakt.
Individualiseringsparadox –> men denkt dat die veel alleen kan, maar zonder dat men
het in de gaten heeft toch afhankelijk van anderen.
Gesegmenteerde samenleving → ieder individu behoort tot een van de segmenten en
krijgt van daaruit een plaats toegewezen en een levensbeschouwing aangereikt. Mensen
hebben een vaste plaats in de samenleving die zij hun gehele leven behouden.