Oogheelkunde
Oogbol (bulbus oculi) is gelegen in de oogkas (orbita) 24 mm aslengte
(ondersteund door adnexen: oogleden, conjunctiva, traanapparaat en
oogspieren)
2 segmenten:
- Voorsegment: tussen
cornea en lens: voorste en
achterste oogkamer,
gevuld met oogkamerwater
- Achtersegment: achter het
achterste lenskapsel:
glasvochtruimte (camera
vitrea) gevuld met
gelachtige glasvocht
Collageen + hyalaronzuur (95%
water)
Visuele systeem: cornea tot aan
occipitale hersenschors.
Oogbol:
Sclera (buitenste laag
oogbol): voorste gedeelte
sterke kromming en doorzichtig = cornea (hoornvlies). Bevat geen
bloedvaten (cornea). Lagen cornea (buiten binnen):
o Epitheel: 10% totale dikte: meerlagig epitheel, ontvangt O2 uit
traanfilm
o membraan van Bowman
o stroma: 90% totale dikte vormt cornea
o membraan van Descemet
o endotheel: essentieel voor behouden van helderheid (pompt water
uit cornea)
, Voeding cornea: via pompmechanisme vanuit kamerwater in voorste
oogkamer
Rijk aan sensibele zenuwen hevige pijnen na geringe beschadiging
Aandeel cornea totale lichtbreking (refractie): 42 dpt (lens 16 dpt)
Andere functies: barrière tegen infecties, bescherming binnenkankt oog,
scherp beeld op netvlies.
Uvea:
o Choroidea(vaatvlies): 3 lagen met o.a. vaatjes naar fovea.
Membraan van Bruch: basaalmembraan van pigmentblad retina
o Corpus ciliare: bevat o.a. m. ciliaris (parasymp) die zorgt voor
accomodatie
Productie kamerwater
o Iris: diafragma rond pupil. Regelt hoeveelheid licht die oog
binnenvalt (m. sphincter pupillae (parasymp) en m. dilator pupillae
(symp))
Pupilwijdte: 1,5-8 mm
Retina: uit bekervormige uitstulping hersenen en bestaat uit
o Retinaal pigment epitheel (RPE): absorbeert licht en gaat
weerkaatsing van licht in oogbol tegen. Ook vitA-metabolisme,
bloed-retina barriere, fagocytose fotoreceptoren, warmte-
uitwisseling. (zenuwvezellaag)
o binnenste neurale laag: ganglioncellen, bipolaire neuronen en
fotoreceptoren
Staafjes: 120 miljoen, vooral in periferie in donker zien
(heel gevoelig)
Kegeltjes: 6 miljoen, sterke ophoping in fovea centralis
gezichtsscherpte, kleurenzien
Macula/gele vlek: centraal in binnenzijde oogbol (fundus) gele kleurstof
xanthofyl aanwezig. Fovea centralis: centrale depressie zonder bloedvaten.
Papil: mediaal van macula lutea, begin van n. opticus.
Geen fotoreceptoren blinde vlek
Indeling:
Voorste oogkamer: achterzijde cornea – iris en voorste kapsel van lens 3
mm
Kamerwater dat cornea en lens van voeding voorziet. Kamerhoek
(overgang cornea-iris en corpus ciliare): veneus netwerk (sinus venosus
sclerae: kanaal van Schlemm) + losmazig trabekelsysteem. Kamerwater
via trabekelsysteem sinus naburige watervenen (afvoer kamerwater).
Sinus bevat normaal geen bloed, vermoedelijk door drukgradiënt.
Route kamerwater: corpus ciliare – achterste oogkamer – pupil – voorste
oogkamer – trabekelsysteem – sinus venosus sclerae
Achterste oogkamer: achtervlak iris en corpus ciliare – lens en voorste
glasvochtmembraan
Doorkruist door ophangvezels lens (zonula ciliaris)
Functie corpus ciliare:
o Productie kamerwater
o Lensophanging
o Accommodatie (m. ciliaris)
Glasvochtholte: 4,5 ml (65% van totaal). Fibrillair netwerk gevuld met 98%
water en 2% collageen en hyaluronzuur. Collageen: viscositeit. Glasvocht
omringd door membraan.
, Ouder worden: collageen verschrompelt en netwerk vervloeit, verbinding
met retina minder stevig.
De lens: ontstaat al in eerste 2 weken (lensplacode). Ovaal-bolvormig en helder.
- Voeding: vanuit kamerwater en diffundeert door kapsel heen, ook actief
door kationenpomp
- Functies:
o Licht doorlaten
o Lichtstralen bundelen
o Beeld dichtbij scherpstellen (accomoderen)
- Ontspannen toestand m. ciliairs: lenskapsel max. aangespannen
lens plat en
normale sterkte
- Contractie m ciliaris: diameter kleiner, ophangvezels slap lens
boller (vergroot
het brekend vermogen).
o UV-filter
- Eiwitgehalte 35% (eiwitrijkste orgaan lichaam)
- Ouder worden: accommodatievermogen vrijwel verdwenen (presbyopie) en
vertroebeling lens (staar)
Adnexen:
Oogleden: binnen- en buitenblad. M. orbicularis oculi (oog sluiten) en m.
levator palpebrae superior (bovenooglid optrekken) + wimpers
buitenblad
Conjunctiva: doorzichtig slijmvlies dat binnenzijde oogleden bedekt en
zicht voortzet over voorzijde sclera tot aan cornea.
Traanapparaat en –film. Traanvocht afgevoerd bij mediale ooghoek. Op
beide lidranden: traanpuntje waar traanvocht door capillaire werking
kanaaltjes in wordt gezogen traanzak traanafvoerkanaal neusholte
Functies traanfilm:
o Verbetering optische eigenschappen cornea
o Vochtig houden conjunctiva/cornea
o Spoelen en desinfectie
o Voeding cornea-epitheel
Oogspieren: 6 uitwendige oogspieren