Stijl = beeldende middelen worden op een karakteristieke en kenmerkende manier gebruikt,
Kan voor een persoon, groep, tijd of cultuurbeweging (gevoelig voor verandering).[1]
Stroming / Beweging = stijl van een groep kunstenaars, die afwijkt van de overheersende stijl in een
bepaalde tijd.[1]
Prehistorie (tot ca. 3300 v.C.)
De geschiedenis van de aarde voor het verschijnen van de mens zonder geschreven bronnen.[1]
Kelten (ca. 600 v.C. - ca. 400 v.C.)
Vlecht- en knoopmotieven verwijzen naar de oude cultuur van de Kelten.[1]
Klassieke Oudheid (ca. 700 v.C. - ca. 450 n.C.) 450 n.C.)
Cultuur van de oude Grieken en Romeinen.[1]
Griekse kunst (ca. 1050 v.C. - ca. 30 v.C.)
Klassieke Griekse tempels zijn een voorbeeld van Griekse kunst en de stijlveranderingen die plaats
hebben gevonden. Er zijn drie soorten stijlen/ordes:
Dorisch Ionisch Corintisch
Het onderscheid is te zien aan het verschil in de vorm van de kapitelen boven de zuilen. Kenmerkend
voor de klassieke tempel is ook het timpaan, de driehoekige dakgevel. De verhoudingen van Griekse
tempels zijn afgeleid van de menselijke proporties.[1]
De beeldhouwkunst is te verdelen in vier stijlperiodes:
- De geometrische
- De archaïsche
- De klassieke harmonisch van verhouding + sterke invloed voor westerse cultuur
- De hellenistische
Romeinse kunst
Bouwkunst: boogconstructie, tongewelf & koepel + beton
belangrijke gebouwen werden bekleed met marmer
Portretkunst: Griekse beeldhouwers in dienst van de Romeinen hakten portretten uit marmer[1]
Vroegchristelijke kunst (30 - 400)
De inhoud heeft betrekking op de zin van het leven en de dood van Jezus van Nazareth. Past bij
laat-romeins realisme, maar de boodschap was belangrijker dan esthetische vormen. Symbolen zoals
de vis (ichtus) (Christus) of het christogram van de in elkaar gevlochten initialen X (chi) en P (rho),
nemen de plaats in van de levensechte voorstellingen van de profane kunst. Vanaf de 3e eeuw zouden
scènes uit het Oude en Nieuwe Testament overheersen.[1]