HC + WC
1
,HC 1 – Algemene inleiding en bronnen strafprocesrecht
Strafprocesrecht: regels die in acht moeten worden genomen bij het materiele strafrecht.
Algemene introductie
- Inhoud van het vak: strafprocesrecht (regels die bij toepassing van materieel sr in
acht moeten worden genomen);
- Aard van het vak: het gaat om grote menselijke belangen (m.n. van verdachten en
van slachtoffers);
- Criminaliteit speelt zich vaak af in een wereld die wij nauwelijks kennen:
o Voorbeeld: drugsverslaafde met kind die ervan wordt verdacht dat zij
opzettelijk is misbruikt in een drugspand.
Functie van het voorbeeld
1. Het grote belang van een goede organisatie van de strafvordering: niet te weinig
bevoegdheden en niet teveel (kernpunt: we mogen geen verkeerde beslissingen
nemen – HR Schiedamse Parkmoord).
2. Hoe moet het strafprocesrecht worden bestudeerd?
- Kennis van de techniek (vb. BOB-bevoegdheden in art. 126g Sv e.v.)
- Inzicht in achtergrond van geldend recht (vb. anti-terrorismewetgeving).
Ontwikkeling strafprocesrecht
- Strafvordering legitimeert inbreuken op burgerlijke rechten: en schept en beperkt
macht;
- Inhoud van strafprocesrecht is afhankelijk van politieke overwegingen (-> niemand
kan aanspraak maken op handhaving van de status quo)
- Strafprocesrecht is dynamisch
o Voorbeelden:
In 1993 200 artikelen van Sv veranderd; daarna is tempo verder
opgeschroefd;
Onderzoeksproject Sv 2001;
Wetgevingsproject Sv 2011;
2014 – heden project modernisering Sv:
Boek 1: algemene bep. En institutioneel kader
Boek 2: voorbereidend onderzoek
Boek 3: buitengerechtelijke afdoening en vervolging
Boek 4: berechting
Etc.
Aanleiding tot modernisering
1. Doelstellingen sv zijn verbreed;
2. Aard van criminaliteit en sancties zijn veranderd;
3. Rolverdeling van actoren is veranderd;
4. Internationalisering;
5. Nieuwe technieken.
Waardering van ontwikkelingen?
- Gezichtspunten:
o Waarheidsvinding (materiele waarheid);
o Toelaatbare middelen
- Bekende voorbeelden: penthotal: middel toedienen, in NL niet toelaatbaar; Zaanse
verhoormethode
2
, - Recenter voorbeeld: mr. Big-methode
Spanning tussen beide gezichtspunten vormt de motor van de rechtsontwikkeling
HR over mr. Big-methode
- Undercoveroperatie (i.c. fictief beveiligingsbedrijf): vertrouwen winnen bij verdachte
en plaatsen in de (neppe) criminele organisatie.
- Opsporingsambtenaren winnen vertrouwen stellen voordelen in vooruitzicht als hij
bekent;
- Gevaar: dat verdachte feitelijk in een verhoorsituatie terechtkomt waarbij de normale
waarborgen ontbreken;
- Geen algemeen eenduidig antwoord omtrent toelaatbaar;
- Beoordeling van specifieke optreden (i.c.) t.a.v. verklaringsvrijheid verdachte (=mede
met het ook op betrouwbaarheid).
Weegfactoren bij mr. Big
1. Verloop van opsporingstraject;
2. Proceshouding verdachte;
3. Mate van (psychische) druk;
4. Wijze van toegepaste misleiding;
5. Bemoeienis politie met inhoud verklaring;
6. Duur en intensiteit van het traject;
7. Strekking en frequentie van contacten;
8. In vooruitzicht gestelde consequenties
9. Nauwkeurige verslaglegging: auditieve of videoregistratie.
Bronnen van strafprocesrecht
1. Wetboek van Sv
2. Andere wifz
3. Producten van lagere wetgevers
4. Internationaal recht
5. Ongeschreven recht (incl. beleidsrecht)
6. Jurisprudentie
Grondrechten – art. 1 Sv – strafprocesrecht
- Art. 7 Meningsuiting, art. 62 Sv + art. 62a Sv;
- Art. 15 Fysieke vrijheid, art. 53, 54 Sv (aanhouden), art. 57, art. 63 e.v. (voorlopige
hechtenis);
- Art. 10 Privacy, wet BOB
- Art. 11 Fysieke intergriteit, art. 56 onderzoek aan het lichaam (art. 195);
- Art. 12 Huisrecht, art. 55, 97 +alg. wet op binnentreden;
- Art. 13 Telefoongeheim, art. 126m/n afluisteren telefoongesprekken / onderzoek van
telecommunicatie.
- Integriteit (vb infiltratie) en betrouwbaarheid (vb. Oslo).
Andere wetten in formele zin
- Wapens en munitie;
- Opiumwet;
- Wet economische delicten;
- Grote reeks andere bijzondere wetten;
- Bijzonderheid: ook WvSr (art. 14h Sr).
3
, Lagere wetgevers
Art. 107 Gw, art. 1 Sv -> delegatie
1. Aanwijzingen opsporingsbevoegdheden (art. 142 Sv)
2. Creeren bewijsvermoedens;
3. (vervolgings-)richtlijnen/’Aanwijzingen’
Internationaal recht
- Minimum normen voor sv in: EVRM en IVBPR
- Ook voor Nederland van belang:
o Brogan, Kostivski, Borgers, Funke/Saunders, Kamasinski, Salduz, Van de
Kolk.
- Ook van toepassing op quasi-strafvordering -> Ozturk
- Bilaterale & multilaterale verdragen -> Schengen
- EU-strafrecht -> Verdrag van Lissabon
4