College 3. Diagnostiek en behandeling autisme
VERSCHILLEN DMS-4 EN DSM-5
In de DSM is er nog één autisme spectrum stoornis en is er geen onderverdeling meer in pdd-nos en
asperger).
Ook zijn er nu twee domeinen in plaats van drie:
- Beperkingen in sociale interactie drie criteria voldoen.
- Repetitief gedrag en specifieke interesses (beweging, routine en prikkelverwerking). twee
criteria voldoen.
Verder is er een criterium bijgevoegd van overgevoeligheid voor prikkels.
Vroeger waren de drie domeinen: stereotyperende patronen van gedrag, beperkingen in
communicatie, beperkingen op het gebied van sociale interactie.
Er zijn ook drie stadia van ernst gebaseerd op hoeveel ondersteuning een kind nodig heeft.
Verder is er in de DSM-5 meer erkenning gekomen voor het ontstaan van autisme in de
adolescentie en de volwassenheid.
Wanneer iemand geen repetitief gedrag heeft krijgt hij/zij de diagnose social communication
disorder.
RICHTLIJNEN
- Screening
CBCL (breed vragen naar probleemgedrag), AUTI-R (autisme screening bij jongere kinderen),SRS
(sociaal gedrag en sociale responsiviteit), SCQ (sociale communicatie) ingevuld door ouders.
- ADOS: semi- gestructureerde spel observatie (kijken naar sociale interactie, communicatie en
repetitief gedrag).
- ADI-R: gestructureerd interview met ouders voor de vroege ontwikkeling van het kind.
- Neuropsychologisch onderzoek: EF in kaart brengen (mogelijk)
- Heteroanamnese: informatie van anderen verzamelen.
Altijd focussen op het bredere plaatje kijken informatie integreren.
CASUS
M is 5 jaar oud en in Nederland geboren. Zijn ouders zijn in Marokko geboren. Hij is bekend met
craniosynostose (één of meer schedelnaden te vroeg gesloten).
M heeft moeite met concentratie, achterblijven van ontwikkeling en moeilijk kunnen samen spelen
met andere kinderen. Hij speelt meestal alleen, houdt van voorspelbaarheid en is een selectieve eter
(prikkelgevoelig). Hij praat veel en speelt veel met hetzelfde materiaal. Hij heeft veel moeite als er
iets anders gaat dan verwacht. Ook heeft hij een vertraagde spraak/taal ontwikkeling.
- Ontwikkelingsonderzoek / intelligentie
WNV: 90 (IQ gemiddeld, lagere taalindex)
WPPSI ATI: 75
- ADOS: sociale wederkerigheid (wederkerigheid) zwak, communicatie matig.
Kenmerken aanwezig voor een milde autisme spectrum stoornis volgens de nieuwe
richtlijnen.
BEHANDELING
- Psycho- educatie (aanbeveling)
VERSCHILLEN DMS-4 EN DSM-5
In de DSM is er nog één autisme spectrum stoornis en is er geen onderverdeling meer in pdd-nos en
asperger).
Ook zijn er nu twee domeinen in plaats van drie:
- Beperkingen in sociale interactie drie criteria voldoen.
- Repetitief gedrag en specifieke interesses (beweging, routine en prikkelverwerking). twee
criteria voldoen.
Verder is er een criterium bijgevoegd van overgevoeligheid voor prikkels.
Vroeger waren de drie domeinen: stereotyperende patronen van gedrag, beperkingen in
communicatie, beperkingen op het gebied van sociale interactie.
Er zijn ook drie stadia van ernst gebaseerd op hoeveel ondersteuning een kind nodig heeft.
Verder is er in de DSM-5 meer erkenning gekomen voor het ontstaan van autisme in de
adolescentie en de volwassenheid.
Wanneer iemand geen repetitief gedrag heeft krijgt hij/zij de diagnose social communication
disorder.
RICHTLIJNEN
- Screening
CBCL (breed vragen naar probleemgedrag), AUTI-R (autisme screening bij jongere kinderen),SRS
(sociaal gedrag en sociale responsiviteit), SCQ (sociale communicatie) ingevuld door ouders.
- ADOS: semi- gestructureerde spel observatie (kijken naar sociale interactie, communicatie en
repetitief gedrag).
- ADI-R: gestructureerd interview met ouders voor de vroege ontwikkeling van het kind.
- Neuropsychologisch onderzoek: EF in kaart brengen (mogelijk)
- Heteroanamnese: informatie van anderen verzamelen.
Altijd focussen op het bredere plaatje kijken informatie integreren.
CASUS
M is 5 jaar oud en in Nederland geboren. Zijn ouders zijn in Marokko geboren. Hij is bekend met
craniosynostose (één of meer schedelnaden te vroeg gesloten).
M heeft moeite met concentratie, achterblijven van ontwikkeling en moeilijk kunnen samen spelen
met andere kinderen. Hij speelt meestal alleen, houdt van voorspelbaarheid en is een selectieve eter
(prikkelgevoelig). Hij praat veel en speelt veel met hetzelfde materiaal. Hij heeft veel moeite als er
iets anders gaat dan verwacht. Ook heeft hij een vertraagde spraak/taal ontwikkeling.
- Ontwikkelingsonderzoek / intelligentie
WNV: 90 (IQ gemiddeld, lagere taalindex)
WPPSI ATI: 75
- ADOS: sociale wederkerigheid (wederkerigheid) zwak, communicatie matig.
Kenmerken aanwezig voor een milde autisme spectrum stoornis volgens de nieuwe
richtlijnen.
BEHANDELING
- Psycho- educatie (aanbeveling)