Biologie
Hoofdstuk 3 – genetica
Basisstof 1 – fenotype en genotype
Fenotype en genotype
- Fenotype: alle waarneembare eigenschappen van een individu
- Genotype: de informatie voor alle erfelijke eigenschappen van dat individu
Chromosomen
Chromosomen liggen in de celkern, hier ligt de erfelijke informatie. Ze komen voor in paren,
de mens heeft 23 paren.
Dit is een karyogram van een man.
- Autosomen: gelijke chromosomen paren
- Homologe chromosomen: gelijke chromosomen in een autosoom.
Genen
- Gen (erffactor): deel van een chromosoom dat informatie bevat voor erfelijke
eigenschappen.
- Nucleotiden: Bouwstenen van het DNA.
- Het Genoom: Alle DNA-moleculen in een cel.
- Basenparing: de vast gevormde paren van de tekens.
- DNA-sequentie: de stikstofbasen in een gen in een specifieke volgorde.
- Genexpressie: als genen worden aangezet en ze komen tot uiting.
- Inactivatie: als de genen uit staan.
Hoofdstuk 3 – genetica
Basisstof 1 – fenotype en genotype
Fenotype en genotype
- Fenotype: alle waarneembare eigenschappen van een individu
- Genotype: de informatie voor alle erfelijke eigenschappen van dat individu
Chromosomen
Chromosomen liggen in de celkern, hier ligt de erfelijke informatie. Ze komen voor in paren,
de mens heeft 23 paren.
Dit is een karyogram van een man.
- Autosomen: gelijke chromosomen paren
- Homologe chromosomen: gelijke chromosomen in een autosoom.
Genen
- Gen (erffactor): deel van een chromosoom dat informatie bevat voor erfelijke
eigenschappen.
- Nucleotiden: Bouwstenen van het DNA.
- Het Genoom: Alle DNA-moleculen in een cel.
- Basenparing: de vast gevormde paren van de tekens.
- DNA-sequentie: de stikstofbasen in een gen in een specifieke volgorde.
- Genexpressie: als genen worden aangezet en ze komen tot uiting.
- Inactivatie: als de genen uit staan.