C.G. Jung over zijn confrontatie met en zijn theorie over ‘het bewuste’ en ‘het onbewuste’.
De reden van zijn onderzoek: Jung vond dat hij van zijn patiënten niets kon verwachten waar hij zelf
van terugschrok. Hij kende de materie enkel van theorieën en vooroordelen, maar had het niet zelf
‘ervaren’.
6.1
De persona: De identiteit of het beeld van de persoonlijkheid die iemand van zichzelf presenteert aan
anderen, gevormd door onder andere de sociale gemeenschap & positie waarin deze persoon zich
bevind. à een ‘visitekaartje’ of een zeker ‘masker’.
Het persoonlijk onbewuste zijn aangeboren eigenschappen, verdrongen impulsen en wensen,
vergeten ervaringen etc. Dit persoonlijk onbewuste valt deels samen met ‘de schaduw’; de
onaangename, verboden en negatieve (onderdrukte) delen van de persoonlijkheid.
De schaduw neigt ernaar om anderen te zoeken en een collectieve schaduw te vormen. Deze kan
het bewustzijn van een menigte overmeesteren, wanneer het uit balans is door bijvoorbeeld honger,
onderdrukking, propaganda etc. à Hierom is bij een zwakke individualiteit, een goede grens tussen
het bewustzijn en het collectief onbewuste belangrijk.
Archetypen zijn oerbeelden in het collectief onbewuste. Deze zijn ook een vorm van transcendent
postulaat: een vormgevende kracht zonder eigen vorm, die alleen geduid kan worden via
archetypische beelden.
In het onbewuste zijn ‘levende waarden’ die doorwerken op het bewustzijn. Normaal gesproken
werkt dit onbewuste compensatorisch op eenzijdigheden van het bewustzijn, bijvoorbeeld door
middel van dromen en fantasieën.
6.2
Volgens Jung kan bewustwording / tot leven komen van het onbewuste 4 verschillende reacties
hebben. Drie daarvan zijn een ineenstorting van de persoonlijkheid.
Welke van de 4 reacties men ervaart, hangt van een groot deel af van zijn innerlijke. Het in aanraking
komen met het heldere, individuele bewustzijn & de wijdte van het collectieve, is een ingrijpende
ervaring.
1. Regressief herstel van de persona
Men schrikt van de doorbraak en houdt de rest van zijn leven sidderende ledematen bij elke
herinnering aan het onbewuste.
2. Identificatie met de collectieve psyche