Tutor week 13: vraag 4 en 11
Vraag 4: Verschillende soorten symbioses? & Wat zijn microbiota?
Onder symbiose verstaan we het samenleven van verschillende soorten. Deze soorten
hebben elkaar nodig. Er worden drie vormen van symbiose onderscheiden: mutualisme,
commensalisme en parasitisme.
- Bij mutualisme hebben beide soorten voordeel van de symbiose. De relatie tussen de
beide soorten is erg sterk: ze kunnen niet zonder elkaar. Voorbeeld:
o Het samenleven van de darmflora met de mens: de bacteriën leven van
onverteerde resten in de dikke darm en produceren vitamine K als
'tegenprestatie'
- Bij commensalisme heeft één van beide soorten voordeel maar de ander geen
nadeel. Het gaat hier om symbiose, waarbij de ene soort geen hinder of nadeel
ondervindt van het feit dat de commensaal (de andere soort) in, op of bij hem leeft.
Voorbeeld:
o Mossen die op de boomschors van een boom leven, zonder dat deze daar
hinder van heeft.
o Voorbeeldje op powerpoint
- Parasitisme is symbiose waarbij een van de twee organismen nadeel ondervindt.
Er is sprake van een gastheer-parasiet-relatie: de gastheer is de soort die nadeel
ondervindt, de parasiet de soort met het voordeel. Voorbeeld:
o Bloedzuigers, lintwormen
Het menselijk lichaam bevat een groot aantal bacteriën, gezamenlijk aangeduid als de
menselijke microbiota. De menselijke microbiota omvat bacteriën, schimmels en archaea
(ook wel oerbacteriën genoemd). De microbiota hebben niet alleen een commensale relatie
met hun menselijke gastheren, maar ook een mutualistische relatie. Sommige van deze
organismen voeren taken uit die nuttig zijn voor de menselijke gastheer; voor de meeste
microbiota is de rol nog niet helemaal duidelijk. De organismen die normaal aanwezig zijn en
geen ziektes veroorzaken, heten de normale microbiota.
Vraag 4: Verschillende soorten symbioses? & Wat zijn microbiota?
Onder symbiose verstaan we het samenleven van verschillende soorten. Deze soorten
hebben elkaar nodig. Er worden drie vormen van symbiose onderscheiden: mutualisme,
commensalisme en parasitisme.
- Bij mutualisme hebben beide soorten voordeel van de symbiose. De relatie tussen de
beide soorten is erg sterk: ze kunnen niet zonder elkaar. Voorbeeld:
o Het samenleven van de darmflora met de mens: de bacteriën leven van
onverteerde resten in de dikke darm en produceren vitamine K als
'tegenprestatie'
- Bij commensalisme heeft één van beide soorten voordeel maar de ander geen
nadeel. Het gaat hier om symbiose, waarbij de ene soort geen hinder of nadeel
ondervindt van het feit dat de commensaal (de andere soort) in, op of bij hem leeft.
Voorbeeld:
o Mossen die op de boomschors van een boom leven, zonder dat deze daar
hinder van heeft.
o Voorbeeldje op powerpoint
- Parasitisme is symbiose waarbij een van de twee organismen nadeel ondervindt.
Er is sprake van een gastheer-parasiet-relatie: de gastheer is de soort die nadeel
ondervindt, de parasiet de soort met het voordeel. Voorbeeld:
o Bloedzuigers, lintwormen
Het menselijk lichaam bevat een groot aantal bacteriën, gezamenlijk aangeduid als de
menselijke microbiota. De menselijke microbiota omvat bacteriën, schimmels en archaea
(ook wel oerbacteriën genoemd). De microbiota hebben niet alleen een commensale relatie
met hun menselijke gastheren, maar ook een mutualistische relatie. Sommige van deze
organismen voeren taken uit die nuttig zijn voor de menselijke gastheer; voor de meeste
microbiota is de rol nog niet helemaal duidelijk. De organismen die normaal aanwezig zijn en
geen ziektes veroorzaken, heten de normale microbiota.