Samenvatting hoofdstuk 3 marketing
Koopgedrag van klanten
3.1 koopbeslissing proces
Koopbeslissing proces=beslissingen die de klant neemt bij het kopen van een dienst of
product.
Dit proces bestaat uit 5 fase:
1. Behoefte beseffen: Begint wanneer een consument bewust is van een probleem,
behoefte/verlangen
2. Informatie zoeken: Een consument weet niet welke product of dienst aan zijn
behoefte voordoet dit zoekt hij eerst uit. Hoe grote het risico op een verkeerde
aankoop is, hoe meer hij uitzoekt.
3. Alternatieven evalueren: De consument heeft een evoked set. Dit zijn het aantal
merken dat iemand bij een beslissing in acht neemt, meestal 3 a 4 merken. Hier kijkt
hij naar welk alternatief het meeste potentie heeft.
4. De aankoopbeslissing: consument besluit nu of die het wel of niet neemt.
5. Evaluatie na de koop: Voldoet de aankoop aan de verwachting en behoefte?
Cognitieve dissonantie=Na een aankoop voelt een consument dit soms. Een
onaangenaam gevoel van twijfel na het nemen van een moeilijke beslissing.
3.2 Vormen van koopgedrag
In dit licht onderscheiden we drie vormen van oriëntatie- en koopgedrag:
1. Uitgebreide besluitvorming:(high-involvement producten) auto,keuken.
Producten waarvan de aanschaf in de ogen van groot belang zijn. Denkt men lang
over na veel onderzoek.
2. Beperkte besluitvorming: (Bij ervaring met het product)
3. Routine koopgedrag: Niet te lang na te denken. Koopt hij uit gewoonte. (low-
involvement producten)
Impulsaankopen= Niet geplande aankopen.
3.3Persoonlijke factoren
Consumenten gedrag beïnvloeden doen 3 factoren:
1. Persoonlijke factoren
2. Psychologische factoren
3. Sociale invloeden
Koopgedrag van klanten
3.1 koopbeslissing proces
Koopbeslissing proces=beslissingen die de klant neemt bij het kopen van een dienst of
product.
Dit proces bestaat uit 5 fase:
1. Behoefte beseffen: Begint wanneer een consument bewust is van een probleem,
behoefte/verlangen
2. Informatie zoeken: Een consument weet niet welke product of dienst aan zijn
behoefte voordoet dit zoekt hij eerst uit. Hoe grote het risico op een verkeerde
aankoop is, hoe meer hij uitzoekt.
3. Alternatieven evalueren: De consument heeft een evoked set. Dit zijn het aantal
merken dat iemand bij een beslissing in acht neemt, meestal 3 a 4 merken. Hier kijkt
hij naar welk alternatief het meeste potentie heeft.
4. De aankoopbeslissing: consument besluit nu of die het wel of niet neemt.
5. Evaluatie na de koop: Voldoet de aankoop aan de verwachting en behoefte?
Cognitieve dissonantie=Na een aankoop voelt een consument dit soms. Een
onaangenaam gevoel van twijfel na het nemen van een moeilijke beslissing.
3.2 Vormen van koopgedrag
In dit licht onderscheiden we drie vormen van oriëntatie- en koopgedrag:
1. Uitgebreide besluitvorming:(high-involvement producten) auto,keuken.
Producten waarvan de aanschaf in de ogen van groot belang zijn. Denkt men lang
over na veel onderzoek.
2. Beperkte besluitvorming: (Bij ervaring met het product)
3. Routine koopgedrag: Niet te lang na te denken. Koopt hij uit gewoonte. (low-
involvement producten)
Impulsaankopen= Niet geplande aankopen.
3.3Persoonlijke factoren
Consumenten gedrag beïnvloeden doen 3 factoren:
1. Persoonlijke factoren
2. Psychologische factoren
3. Sociale invloeden