geschiedenis – kenmerkende
aspecten - tijdvakken
Tijdvak 1
- Tijd van jagers en boeren
- Tot 3000 V.Chr.
- Prehistorie
- Belangrijke personen:
Ötzi/Toetanchamon
1a - De levenswijze van jagers-verzamelaars
- Nomaden
- Geen schrift = ongeschreven bronnen = prehistorie
1b - Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
- 10000 V.Chr. Begin landbouwrevolutie
1c - Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- 3500 V.Chr. Ontstaan steden
- Uitvinding schrift
Tijdvak 2
- Tijd van Grieken en Romeinen
- 3000 V.Chr. tot 500 N.Chr.
- Oudheid
- Belangrijke personen:
Socrates/Caesar/Jezus/Augustus
2a – De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap
en politiek in de Griekse stadstaat
- Verschillende bestuursvormen
- Ontstaan democratie
2b – De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- Grieks-Romeinse cultuur
2c – De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde
- Handel + verspreiding Grieks-Romeinse cultuur (Romanisering)
2d – De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa
2e – De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten
aspecten - tijdvakken
Tijdvak 1
- Tijd van jagers en boeren
- Tot 3000 V.Chr.
- Prehistorie
- Belangrijke personen:
Ötzi/Toetanchamon
1a - De levenswijze van jagers-verzamelaars
- Nomaden
- Geen schrift = ongeschreven bronnen = prehistorie
1b - Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
- 10000 V.Chr. Begin landbouwrevolutie
1c - Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen
- 3500 V.Chr. Ontstaan steden
- Uitvinding schrift
Tijdvak 2
- Tijd van Grieken en Romeinen
- 3000 V.Chr. tot 500 N.Chr.
- Oudheid
- Belangrijke personen:
Socrates/Caesar/Jezus/Augustus
2a – De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap
en politiek in de Griekse stadstaat
- Verschillende bestuursvormen
- Ontstaan democratie
2b – De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
- Grieks-Romeinse cultuur
2c – De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in
Europa verspreidde
- Handel + verspreiding Grieks-Romeinse cultuur (Romanisering)
2d – De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van
Noordwest-Europa
2e – De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste
monotheïstische godsdiensten