Bedrijfsbeslissingen
en financiële
verantwoordelijkhede
n
Hoofdstuk 5
José Peters
Deze samenvatting bestaat uit hoofdstuk 5 van het boek ‘’Bedrijfsbeslissingen
en financiële verantwoordelijkheden’’. Paragraaf 5.6 wordt niet behandeld.
,Inhoud
5.1 Gelduitgaven en kosten................................................................................ 3
5.2 Vaste en variabele kosten............................................................................. 4
5.2.1 Vaste kosten........................................................................................... 4
5.2.2 Variabele kosten..................................................................................... 4
5.3 Berekening van het break-evenpunt.............................................................5
5.3.1 Break-evenpunt bij een productieonderneming......................................5
5.3.2 Break-evenpunt bij een handelsonderneming........................................5
5.4 Kostprijsberekening....................................................................................... 7
5.4.1 Het begrip kostprijs................................................................................ 7
Kostprijsformule............................................................................................... 7
5.4.2 Kostprijs als basis om de verkoopprijs te berekenen..............................8
5.4.3 Kostprijs als basis voor het beoordelen van een gegeven verkoopprijs. .8
5.5 Directe en indirecte kosten...........................................................................9
5.5.1 Directe kosten........................................................................................ 9
5.5.2 Indirecte kosten...................................................................................... 9
Enkelvoudige opslagmethode..........................................................................9
Meervoudige opslagmethode.........................................................................10
, 5.1 Gelduitgaven en kosten
Zonder gelduitgaven (in verleden, heden of toekomst) zijn er geen kosten. Zo zal
een gelduitgaven (in het verleden) in verband met de aankoop van bijvoorbeeld
een machine tot afschrijvingskosten leiden in de jaren die volgen op de datum
van aankoop.
aanschafwaarde−restwaarde
Jaarlijkse afschrijvingen=
levensd uur
Er zijn ook voorbeelden van gelduitgaven die in dezelfde periode tot kosten
leiden. Hierbij kunnen we denken aan gelduitgaven voor de werknemers
(loonkosten) en de betaling van de energienota (energiekosten). Zo leidt te
betaling van €16.000,- loon (gelduitgaven) dat meestal aan het eind van de
maand wordt uitgekeerd, ook tot loonkosten van €16.000,- (kosten) in diezelfde
maand.
Kosten kunnen ook verband houden met gelduitgaven in de toekomst. Een
voorbeeld daarvan zijn de gelduitgaven in verband met vakantiegeld. Het
vakantiegeld wordt eens per jaar achteraf in de maand juni door de onderneming
uitbetaald. Stel dat een onderneming per maand een winst- en verliesrekening
opstelt en dat het vakantiegeld €36.000,- per jaar bedraagt. Bedrijfseconomisch
gezien moet deze toekomstige gelduitgave worden toegerekend aan de twaalf
maanden die voorafgaan aan de betalingen van het vakantiegeld.
Totale kost enpost € 36.000
Maandelijkse afschrijvingen= = =€ 3.000,−¿
periodeduur ∈maanden 12
Elke maand bedragen de loonkosten (ontstaan door het vakantiegeld) dus
€3.000,-. Deze hebben verband met de gelduitgave in de toekomst van
€36.000,-.