A1:
Context: buiten de dijk.
Gaat hier om de ruimtes, massa en ruimte verhouding, invloed van de
natuur en het uitzicht → panoramisch.
A3:
Horizontale begrenzingen (vloeren en daken) verticaal (kolommen)
Ruimte in ruimte en in elkaar grijpende ruimtes.
Palladio:
A2:
Samengestelde vormen: Pyramide, bol en driehoek. Punt symmetrie
Door additie:
A3:
De villa wordt verbonden door een andere vorm, hierdoor ontstaat het
uitdrukken van verbindende functie
A4:
De villa heeft een maatsysteem de fibonacci reeks.
Le Corbusier:
A2:
(kerk) Heeft basis element volume.
Licht/schaduw effect benadrukt vorm/ en onderdeel van ritueel.
(Flat) transformatie tot van kubus tot schijf → wijziging van
vorm/afmetingen.
A3:
A4:
Hij heeft in modulair de maatsystemen: gulden snede en fibonacci reeks gebruikt.
Ook in een ander gebouw heeft hij overal symmetrie.
Reppetitie van vormen.
A5: Hij heeft de nieuwe architectuur bedacht: verticale lijnen, horizontale schijven. Vloeren
en kolommen.