Resultaat
Kosten > in geld uitgedrukte waarde van opgeofferde productiemiddelen. > arbeid natuur en
kapitaal.
Alleen noodzakelijke kosten meegenomen in kostprijs. > kostprijs zijn alle kosten verwerkt die
gemaakt zijn per eenheid product.
Functies kostprijs:
1. Kostprijs is basis verkoopprijs
2. Kostprijs hulpmiddel bij bepalen van winst
3. Kostprijs is uitgangspunt voor analyse van resultaat
4. Kostprijs vereist voor voorraadwaardering
Kosten van:
Vermogen > intrest
Grond > pacht
Arbeid > loon
Diensten derden > schoonmaak, verzekering
Verkochte producten > inkoopwaarde van de omzet > grondstoffen
Duurzame productiemiddelen > afschrijvingen > auto, machines of gebouwen
Kostprijsverhogende belastingen > accijnzen, milieuheffing, invoerheffing (GEEN BTW)
Constante kosten > vast en wijzigen dus niet bij verandering van de productie of verkoopomvang
Variabele kosten > wijzigen bij verandering productie of verkoopomvang en stijgen proportioneel
- Totale Kosten = Variabele Kosten + Constante Kosten
- Totale Kosten - Variabele Kosten = Constante Kosten
- Totale kosten – constante kosten = variabele kosten
Variabele kosten p product = toename totale kosten / toename verkocht of produceerde producten
Afschrijving = (aanschafwaarde + installatie) – (restwaarde + sloopkosten) / economische levensduur
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = aanschafprijs + restwaarde / 2
Handelsonderneming > onderneming goederen inkoopt en verkoopt zonder deze
goederen te bewerken > voorbeelden detailhandel (consumenten) en groothandel (ondernemers)
Omzet van handelsonderneming > omzet = afzet x verkoopprijs
Omzet
- Inkoopwaarde van de omzet .
= Brutowinst (bruto verkoopresultaat)
- Bedrijfskosten .
= Nettowinst
OF LET OP > nettowinst = bedrijfsresultaat
Omzet
- Inkoopwaarde van de
omzet .
= Brutowinst (bruto verkoopresultaat)
- Bedrijfskosten (zonder interestkosten)
+ Financieringsresultaat (interestopbrengst -
interestkosten) .
= Nettowinst
Kosten > in geld uitgedrukte waarde van opgeofferde productiemiddelen. > arbeid natuur en
kapitaal.
Alleen noodzakelijke kosten meegenomen in kostprijs. > kostprijs zijn alle kosten verwerkt die
gemaakt zijn per eenheid product.
Functies kostprijs:
1. Kostprijs is basis verkoopprijs
2. Kostprijs hulpmiddel bij bepalen van winst
3. Kostprijs is uitgangspunt voor analyse van resultaat
4. Kostprijs vereist voor voorraadwaardering
Kosten van:
Vermogen > intrest
Grond > pacht
Arbeid > loon
Diensten derden > schoonmaak, verzekering
Verkochte producten > inkoopwaarde van de omzet > grondstoffen
Duurzame productiemiddelen > afschrijvingen > auto, machines of gebouwen
Kostprijsverhogende belastingen > accijnzen, milieuheffing, invoerheffing (GEEN BTW)
Constante kosten > vast en wijzigen dus niet bij verandering van de productie of verkoopomvang
Variabele kosten > wijzigen bij verandering productie of verkoopomvang en stijgen proportioneel
- Totale Kosten = Variabele Kosten + Constante Kosten
- Totale Kosten - Variabele Kosten = Constante Kosten
- Totale kosten – constante kosten = variabele kosten
Variabele kosten p product = toename totale kosten / toename verkocht of produceerde producten
Afschrijving = (aanschafwaarde + installatie) – (restwaarde + sloopkosten) / economische levensduur
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = aanschafprijs + restwaarde / 2
Handelsonderneming > onderneming goederen inkoopt en verkoopt zonder deze
goederen te bewerken > voorbeelden detailhandel (consumenten) en groothandel (ondernemers)
Omzet van handelsonderneming > omzet = afzet x verkoopprijs
Omzet
- Inkoopwaarde van de omzet .
= Brutowinst (bruto verkoopresultaat)
- Bedrijfskosten .
= Nettowinst
OF LET OP > nettowinst = bedrijfsresultaat
Omzet
- Inkoopwaarde van de
omzet .
= Brutowinst (bruto verkoopresultaat)
- Bedrijfskosten (zonder interestkosten)
+ Financieringsresultaat (interestopbrengst -
interestkosten) .
= Nettowinst