Recht h2.1 tm 2.3 en 2.8
Staats en bestuursrecht
Alles met betrekking tot de Nederlandse staat. De staat is een rechtsgemeenschap van overheid en
burgers op een bepaald grondgebied. De overheid voert het gezag uit.
1. Staatsorganen en hun bevoegdheden
2. De fundamentele rechten van onderdanen aka grondrechten.
Kenmerken van de Nederlandse staat: Macht, gedecentraliseerde eenheidsstaat, parlemantair-
democratische rechtstaat, rechtspersoon, openbaar lichaam en organen.
De machtenscheiding AKA Trias Politica:
1. Wetgevende macht: het geven van algemeen bindende regels (2.5 zie WC 1)
2. Uitvoerende macht: Het uitvoeren van de regels (2.6)
3. Rechtelijke macht: het oplossen van conflicten naar aanleiding van de uitvoering. (h8)
Organen kunnen in de wetgevende en uitvoerende macht zitten.
Gedecentraliseerde eenheid (2,2,2) er zijn verschillende overheidsniveaus. Een eenheidsstaat is dat
de overheidsfunctie, wetgeving, bestuur en rechtsspraak, centraal worden vervuld tenzij anders is
bepaald. En dat is vaak anders bepaald.
- Bevoegdheden worden van de centrale overheid gedelegeerd naar lagere overheden.
En kan altijd weer teruggenomen worden door de centrale overheid.
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
De verhouding tussen de eenheid en decentralisatie komen tot uitdrukking in autonomie (provincies
en gemeentes hebben op hun eigen grondgebied eigen bevoegdheden, hun eigen huishoudens)
medebewind (soms stellen provincies en gemeentes regels in opdracht van hogere overheden) en
toezicht.((2.5.3 zie WC1)
Parlementair-democratische rechtstaat 2.2.3
Kenmerken van een rechtstaat:
1. Het legaliteitsbeginsel (wetmatigheid van bestuur): elk overheidshandelen moet op een
wettelijke grondslag rusten. Art. 4:23 lid 1 Awb: ‘’een bestuursorgaan verstrekt slechts
subsidie op grond van een wettelijke voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie
kan worden verstrekt.’’
2. Het beginsel van de machtenscheiding: In principe mag een orgaan zich met 1 macht
uitoefenen, maar in NL is er een overlap.
3. Grondrechten: Iedereen heeft hier recht op bv recht op meningsuiting,
4. Onafhankelijke rechtspraak: in geschillen van de overheid of de burger moet er een
onafhankelijke rechter beslissen. Hiermee is het overheidshandelen te controleren. (5.2)
Constitutioneel recht: Bevoegdheden die staatsorganen hebben.
Kenmerken van een parlementaire democratie:
1. Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen: hierdoor heb je een gekozen
volksvertegenwoordiging. En de burgers hebben het recht te kiezen door wie ze geregeerd
willen worden.
2. Mogelijkheid van rechtstreekse invloed van de burgers: bv het petitierecht (het recht van de
burger om bij officiële instanties petitie aan te brengen) , burgerinitiatief (de kiesgerechtige
kan voorstellen met ondersteuning van 40.000 handtekeningen een bepaald onderwerp bij
de tweede kamer brengen) of raadgevend referendum. (kijken of het volk een wet of verdrag
aanneemt of niet, voordat het in werking is.)
3. Openbaarheid van besluitvorming en besluiten (2. 7)
Staats en bestuursrecht
Alles met betrekking tot de Nederlandse staat. De staat is een rechtsgemeenschap van overheid en
burgers op een bepaald grondgebied. De overheid voert het gezag uit.
1. Staatsorganen en hun bevoegdheden
2. De fundamentele rechten van onderdanen aka grondrechten.
Kenmerken van de Nederlandse staat: Macht, gedecentraliseerde eenheidsstaat, parlemantair-
democratische rechtstaat, rechtspersoon, openbaar lichaam en organen.
De machtenscheiding AKA Trias Politica:
1. Wetgevende macht: het geven van algemeen bindende regels (2.5 zie WC 1)
2. Uitvoerende macht: Het uitvoeren van de regels (2.6)
3. Rechtelijke macht: het oplossen van conflicten naar aanleiding van de uitvoering. (h8)
Organen kunnen in de wetgevende en uitvoerende macht zitten.
Gedecentraliseerde eenheid (2,2,2) er zijn verschillende overheidsniveaus. Een eenheidsstaat is dat
de overheidsfunctie, wetgeving, bestuur en rechtsspraak, centraal worden vervuld tenzij anders is
bepaald. En dat is vaak anders bepaald.
- Bevoegdheden worden van de centrale overheid gedelegeerd naar lagere overheden.
En kan altijd weer teruggenomen worden door de centrale overheid.
- Hogere overheden oefenen controle uit op lagere overheden.
De verhouding tussen de eenheid en decentralisatie komen tot uitdrukking in autonomie (provincies
en gemeentes hebben op hun eigen grondgebied eigen bevoegdheden, hun eigen huishoudens)
medebewind (soms stellen provincies en gemeentes regels in opdracht van hogere overheden) en
toezicht.((2.5.3 zie WC1)
Parlementair-democratische rechtstaat 2.2.3
Kenmerken van een rechtstaat:
1. Het legaliteitsbeginsel (wetmatigheid van bestuur): elk overheidshandelen moet op een
wettelijke grondslag rusten. Art. 4:23 lid 1 Awb: ‘’een bestuursorgaan verstrekt slechts
subsidie op grond van een wettelijke voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie
kan worden verstrekt.’’
2. Het beginsel van de machtenscheiding: In principe mag een orgaan zich met 1 macht
uitoefenen, maar in NL is er een overlap.
3. Grondrechten: Iedereen heeft hier recht op bv recht op meningsuiting,
4. Onafhankelijke rechtspraak: in geschillen van de overheid of de burger moet er een
onafhankelijke rechter beslissen. Hiermee is het overheidshandelen te controleren. (5.2)
Constitutioneel recht: Bevoegdheden die staatsorganen hebben.
Kenmerken van een parlementaire democratie:
1. Het bestaan van vrije en geheime verkiezingen: hierdoor heb je een gekozen
volksvertegenwoordiging. En de burgers hebben het recht te kiezen door wie ze geregeerd
willen worden.
2. Mogelijkheid van rechtstreekse invloed van de burgers: bv het petitierecht (het recht van de
burger om bij officiële instanties petitie aan te brengen) , burgerinitiatief (de kiesgerechtige
kan voorstellen met ondersteuning van 40.000 handtekeningen een bepaald onderwerp bij
de tweede kamer brengen) of raadgevend referendum. (kijken of het volk een wet of verdrag
aanneemt of niet, voordat het in werking is.)
3. Openbaarheid van besluitvorming en besluiten (2. 7)