Grondslagen van Recht
IS-vrouwen en hun kinderen:
waarom ze teruggehaald moeten worden.
********** & ********
Webinardocente: *******
Werkgroep 10
1690 woorden
, Inleiding
In 2019 begon een groep IS-vrouwen een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat. De
Nederlandse staatsburgers zaten vast in een Koerdisch kamp en eisten teruggehaald te worden
naar Nederland. Hierbij beriepen zij zich op verschillende internationale mens- en kinderrechten
verdragen en op het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Ook
beweerden de IS-vrouwen dat de Nederlandse staat een onrechtmatige daad1 begaat door hen
en hun kinderen niet naar Nederland terug te halen.2
De kortgedingrechter kwam uiteindelijk tot de conclusie dat de Nederlandse Staat juridisch
verplicht is om de IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland te halen ook al is hier geen
direct afdwingbare rechtsaanspraak mogelijk aan de hand van de mens en kinderrechten
verdragen.3 Het Gerechtshof Den Haag ging hier echter tegenin en besloot later dat Nederland
een ruim beleidsvrijheid heeft wat betreft nationale veiligheid en buitenlands beleid en dat
Nederland niet verplicht is om de IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland te halen.4 Het
besluit van het Gerechtshof Den Haag wordt uiteindelijk door de Hoge Raad bekrachtigd.5
De vraag is nu of wij het eens zijn met het besluit van de Hoge Raad. Er valt zeker wat te
zeggen voor beide kanten, omdat de wetgeving op dit gebied niet heel duidelijk is en er
daarnaast veel belangen in het geding staan. Toch is er voor ons duidelijk maar één uitkomst
het beste. Ons standpunt luidt dan ook dat de Hoge Raad niet had mogen oordelen dat
Nederland niet de verplichting heeft om de IS-vrouwen en hun kinderen terug naar Nederland te
halen. Wij berusten onze argumentatie voornamelijk op de natuurrechtelijke en de
rechtsrealistische theorie. De natuurrechtelijke theorie houdt kortgezegd in dat onrechtvaardig
recht geen recht is.6 Wij vinden dat de natuurrechtelijke theorie het meest betrekking heeft op
deze casus, omdat volgens ons deze casus meer met rechtvaardigheid te maken heeft dan met
de striktheid van de regels. Daarnaast onderbouwen we ons standpunt dus met meerdere
rechtsrealistische7 argumenten, omdat wij menen dat het terughalen van de desbetreffende
groep het beste is voor de Nederlandse samenleving, en dan voornamelijk de nationale
veiligheid.
1
Art. 6:162 lid 2 BW
2
HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1148
3
Rb. Den Haag 11 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11909
4
Hof Den Haag 22 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3208
5
HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1148
6
Rosier 2010
7
Altman 2003
2
IS-vrouwen en hun kinderen:
waarom ze teruggehaald moeten worden.
********** & ********
Webinardocente: *******
Werkgroep 10
1690 woorden
, Inleiding
In 2019 begon een groep IS-vrouwen een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat. De
Nederlandse staatsburgers zaten vast in een Koerdisch kamp en eisten teruggehaald te worden
naar Nederland. Hierbij beriepen zij zich op verschillende internationale mens- en kinderrechten
verdragen en op het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Ook
beweerden de IS-vrouwen dat de Nederlandse staat een onrechtmatige daad1 begaat door hen
en hun kinderen niet naar Nederland terug te halen.2
De kortgedingrechter kwam uiteindelijk tot de conclusie dat de Nederlandse Staat juridisch
verplicht is om de IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland te halen ook al is hier geen
direct afdwingbare rechtsaanspraak mogelijk aan de hand van de mens en kinderrechten
verdragen.3 Het Gerechtshof Den Haag ging hier echter tegenin en besloot later dat Nederland
een ruim beleidsvrijheid heeft wat betreft nationale veiligheid en buitenlands beleid en dat
Nederland niet verplicht is om de IS-vrouwen en hun kinderen naar Nederland te halen.4 Het
besluit van het Gerechtshof Den Haag wordt uiteindelijk door de Hoge Raad bekrachtigd.5
De vraag is nu of wij het eens zijn met het besluit van de Hoge Raad. Er valt zeker wat te
zeggen voor beide kanten, omdat de wetgeving op dit gebied niet heel duidelijk is en er
daarnaast veel belangen in het geding staan. Toch is er voor ons duidelijk maar één uitkomst
het beste. Ons standpunt luidt dan ook dat de Hoge Raad niet had mogen oordelen dat
Nederland niet de verplichting heeft om de IS-vrouwen en hun kinderen terug naar Nederland te
halen. Wij berusten onze argumentatie voornamelijk op de natuurrechtelijke en de
rechtsrealistische theorie. De natuurrechtelijke theorie houdt kortgezegd in dat onrechtvaardig
recht geen recht is.6 Wij vinden dat de natuurrechtelijke theorie het meest betrekking heeft op
deze casus, omdat volgens ons deze casus meer met rechtvaardigheid te maken heeft dan met
de striktheid van de regels. Daarnaast onderbouwen we ons standpunt dus met meerdere
rechtsrealistische7 argumenten, omdat wij menen dat het terughalen van de desbetreffende
groep het beste is voor de Nederlandse samenleving, en dan voornamelijk de nationale
veiligheid.
1
Art. 6:162 lid 2 BW
2
HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1148
3
Rb. Den Haag 11 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:11909
4
Hof Den Haag 22 november 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:3208
5
HR 26 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1148
6
Rosier 2010
7
Altman 2003
2