Regressieve veranderingen en Reumatologische aandoeningen
Paragraaf 1: anatomie en fysiologie van beenderen
Botten, gewrichten en spieren werken nauw samen.
Botten: geven het lichaam volume en beschermen de inwendige organen en het centrale
zenuwstelsel.
Gewrichten: verbinden botten met elkaar en maken de beweging van delen van het skelet mogelijk.
Pezen: verbinding van skeletspieren aan botten.
Spieren geven stabiliteit aan het lichaam. Als spieren die een gewricht overkruisen samentrekken,
worden ze korter en veroorzaken ze beweging in het betreffende gewricht..
Verschillende spiergroepen kunnen een antagonistische werking hebben.
o Antagonistische: tegengestelde.
o De ene spiergroep veroorzaakt bijvoorbeeld strekking van de arm (triceps), terwijl
een andere spiergroep zorgt voor de buiging (biceps).
Andere spiergroepen stabiliseren een gewrichten zodat ongewenste bewegingen worden
voorkomen.
Botweefsel lijkt inert, maar er treden voortdurend veranderingen in op.
Botontwikkeling
Groei
Homeostase
Deze veranderingen berusten op de wisselwerking tussen:
Mineralen
Eiwitten
Levende cellen
Belangrijkste eiwitten van het bot:
Collageen
Belangrijkste mineralen van botten die zijn ingebed in collageen:
Calcium
Fosfaat
De mineralen verlenen hardheid en stevigheid aan de botten, terwijl het collageen bijdraagt aan de
buigzaamheid.
In deze botmatrix bevinden zich:
Osteocyten (botcellen)
Osteoblasten (botvormende cellen)
Osteoclasten (botafbrekende cellen)
De cellen krijgen hun voedingstoffen via een speciaal stelsel van bloedvaten in de botmatrix.
1
,Afhankelijk van de vorm kunnen er 4 soorten botten worden onderscheiden:
Pijpbeenderen
Korte beenderen
Platte beenderen
Onregelmatige beenderen
Substantia compacta: de stevige buitenlaag van een bot.
Compact bot kent een dichte structuur waarin cellen, mineralen, eiwitten en bloedvaten op
regelmatige wijze zijn gerangschikt.
Substantia spongiosa: de binnenlaag van een bot.
Spongieus bot bevat talloze met beenmerg gevulde holte.
In het rode beenmerg worden de verschillende type
bloedcellen gevormd.
o Rond de geboorte komt het rode beenmerg nog in
vrijwel alle botten voor.
o Vanaf ongeveer het 5e levensjaar wordt het rode
beenmerg in de lange pijpbeenderen geleidelijk
vervangen door geel beenmerg.
Met uitzondering van de kop van de humerus
(het operarmbeen) en de fermur (het
dijbeen).
Geelbeenmerg bestaat voornamelijk uit vet.
o Dit beenmerg vult het cavitas medullaris, de centrale
mergholte in de diafyse (schacht) van de lange
pijpbeenderen.
De groei van pijpbeenderen vindt plaats bij de epifysairschijf
(groeischijf).
Groeischijf: een zone met kraakbeen aan het uiteinde van het
bot.
Hier wordt nieuw bot gevormd, waardoor de lengtegroei van
het bot plaatsvindt totdat het bot volgroeid is.
o Op dat moment gaat het kraakbeen over in been.
Door beschadiging aan de groeischijf voor het einde van de
puberteit is het mogelijk dat het bot zijn volwassen lengte
niet bereikt.
Periosteum (beenvlies): een sterk doorbloede bindweefsellaag die het oppervlak van de botten
bekleedt.
Bevat botvormende cellen.
Dient als aanhechtingsplaats voor de pezen.
De gewrichten zijn de scharnierpunten tussen de botten.
De mate van bewegelijkheid is afhankelijk van het soort gewricht.
Het wordt vooral bepaald door de vorm van de botuiteinde en het kapsel.
2
, Het schoudergewricht (scapula) is het meest beweeglijke gewricht van ons lichaam, maar ook het
meest gevoelig voor dislocatie.
Dislocatie: ontwrichten of uit de kom gaan.
Een gewricht bestaat uit verschillende weefsels.
De articulerende botten van een synoviaal gewricht worden bij elkaar gehouden door ligamenten.
Ligamenten: gewrichtsbanden.
Deze compacte bundels collageenvezels versterken de membrana fibrosa (buitenlaag) van
de capsula articularis (het gewrichtskapsel) en geven de gewrichten hun stevigheid.
De binnenstelaag van het gewrichtskapsel bestaat uit:
De membrana synovialis (gewrichtsslijmvlies)
o Dit gewrichtsslijmvlies produceert het synoviale vocht (gewrichtsvloeistof)
Gewrichtsvloeistof: fungeert als een soort smeermiddel.
Rond bepaalde gewrichten, zoals schouder- en knie gewrichten, bevinden zich met synoviaal gevulde
zakjes bursae (slijmbeurzen).
Slijmbeurzen: verminderen de wrijving tussen botten en weke delen tijdens de beweging.
3