Les 1:
Kijken is:
Meer hebben gezien is meer gaan zien
Voorbeelden ter inspiratie ontwerp
Wat zie je?
Hoe zit het in elkaar?
Waarom zit het zo in elkaar?
Samenvattend
De geschiedenis van locatie kan aanleiding zijn voor het ontwerp
3 verschillende manieren in voorbeelden:
Respecteren, aanvullen en versterken (verhouden tot zichtbare geschiedenis)
Herintroduceren, na bouwen interpretatie geschiedenis)
Verbeelden in lijnen en leegtes (mensenlevens die zijn verdwenen)
KLIMAAT
Voorbeelden hoe locatie en klimaat het ontwerp van
gebouwen kan beïnvloeden:
Extreme hitte
Extreme koude
Waterige locaties
Voorbeelden hoe locatie en klimaat het ontwerp van
gebouwen kan beïnvloeden: Maar ook simpel...
De zon Temperatuurverloop (dag/nacht)
(seizoen) Overheersende windrichtingen
TIJDGEEST Gaat niet over mode en trends!
Wel over bijvoorbeeld de ontwikkeling van het internet – denk aan andere manieren van sociaal
contact, waar en hoe ontmoet je elkaar nog fysiek?
De vastgoedzeepbel en de crisis van 2008.
Van architectonische iconen naar een bepaalde manier van denken over hergebruik en recycling,
duurzaamheid.
Context in de breedste zin van het woord:
Dat gaat over de fysieke omgeving, maar ook om de sociale, economische, historische en
maatschappelijke aspecten.
Context: Fysiek en cultureel
Locatie: Alle schalen en geografisch
Topografie: Plaatsbeschrijving
Plek: Menselijke schaal/maat
Landschap: Schaal > 1:500. Structuren en
landschapselementen
Landschap:
• wat zijn elementen in het landschap die invloed uitoefenen op een ontwerp?
, • relatie natuur - cultuur - architectuur.
Stedelijke ruimte:
Bebouwing en ruimte
twee soorten elementen worden onderscheiden:
elementen die bebouwing weergeven
elementen die ruimte weergeven
Morfologie = de stadsvorm
Inverse methode: ruimte lijkt massa massa lijkt ruimte. De ruimte tussen de bebouwing wordt
benadrukt
Soorten:
lineaire ruimte, profielen
concentrische ruimte, door morfologisch geïdentificeerd door lengte/breedte maat. (hof,
plek, plein)
Onder de functie van ruimte of bebouwing wordt verstaan de activiteiten die daar plaats kunnen
vinden. Functies veranderen sneller dan de bebouwing en de ruimtes, waarin deze functies
plaatsvinden
Verandering van stedelijke ruimte
- functie kan veranderen in de tijd
- ruimte of bebouwing kan voor meerdere functies geschikt zijn
- ruimte of bebouwing kan zelf kan veranderen
Landelijke ruimte:
Gebouw als object in de ruimte (villa rotonda)
Gebouw geïntegreerd in de omgeving
Gebouw onderdeel van landschap
Ontwerpvraag: wat is de bijdrage van het gebouw aan het (sportpark) landschap?
Positie: boven, op, in, onder de grond?
Vorm: Autonoom object of gaat het op in de omgeving? Refereert de vorm naar voorbeelden in de
omgeving?
Kleur: Welke kleur en waarom?
Materialen: Waar komt het materiaal vandaan en hoe wordt het toegepast?
Les 2:
PvEHarde eisen in m2
• Visie opdrachtgever en beeldverwachting
• Functionele ruimtelijke eisenprimaire ruimten, nevenruimten etc.
• Aantal ruimten
• Relaties (extern/intern)
• Transportschema (terrein, gebouw)
Gebruikers: Condities/comfortlicht, temperatuur, ventilatie etc. Uitgangspunten installaties
Voorzieningen Interne voorwaarden Externe voorwaarden
Concept:
Opgave is de hoofdvraag (startpunt van een ontwerpproces)
Het ontwerp het antwoord/de oplossing (heeft 4 aspecten om te onderzoeken)
Context