Staatsrecht is het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de organisatie van de met gezag
beklede organen en de grenzen van hun gezag. De bronnen van het Staatsrecht zijn de Grondwet
(Bonaire, St. Eustatius en Saba), gewoonrechtelijke regels en een aantal geschreven regelingen.
Een staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent
over een gemeenschap van mensen op een bepaald afgebakend grondgebied. Erkenning door
andere staten is geen formeel vereiste, maar een belangrijke aanwijzing dat de staat effectief
gezag uitoefent. Binnen deze staat zijn de staatsorganen bevoegd tot het uitoefenen van dit gezag:
Regering Koning + Ministers
Kabinet Ministers + Staatssecretarissen
Parlement of Staten-Generaal Eerste Kamer + Tweede Kamer
Fractie Leden van één politieke partij in een
vertegenwoordigend lichaam
Nederland is een democratische rechtsstaat en als rechtsstaat kent het land vier essentiële
beginselen:
1
Legaliteitsbeginsel
2
Scheiding der machten (Trias Politica)
3
Toegang tot een onafhankelijke rechter ex. art. 117 Gw.
4
De bescherming van grondrechten
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat elk overheidsoptreden dient te berusten op een algemene regel
met als doel de rechtsgelijkheid en -zekerheid te bevorderen. De handelingsvrijheid van het
bestuur wordt niet alleen beperkt door het legaliteitsbeginsel, maar ook het specialiteitsbeginsel:
art. 3:4 lid 1 Awb. Dit beginsel houdt in dat het bestuur bij het gebruikmaken van een wettelijk
toegekende bevoegdheid alleen díe belangen mag afwegen, die de regeling specifiek beoogt te
beschermen.
De scheiding der machten heet ook wel de trias politica van Montesquieu. Binnen deze theorie
geldt de gedachte van een staat waarbinnen drie machten (uitvoerende, wetgevende en
rechterlijke) gescheiden zijn, maar elkaar controleren: checks and balances.
Grondrechten kunnen worden onderscheden in klassieke en sociale grondrechten. Klassieke
grondrechten zijn de grondrechten waaraan de overheid zich moet onthouden van bemoeienis en
waar burgers een beroep op kunnen doen. Het gaat hier om een resultaatsverplichting. Bij sociale
grondrechten spreken wij over rechten die voor burgers aanspraak creëren op handelen van de
overheid, bijvoorbeeld het recht op onderwijs. Deze vormt een inspanningsverplichting.
De functies van grondrechten zijn het waarborgen van vrijheden van burgers, het waarborgen van
een goed bestuur en een goede rechtspraak.
De overheid mag soms maatregelen nemen die het grondrecht van de burgers beperken (klassieke
grondrechten mogen niet worden beperkt door lagere regelgevers). Een absoluut geformuleerd
grondrecht is een grondrecht zonder uitzonderingen. Er bestaan drie soorten beperkingen van
grondrechten: beperkingen met een doelvoorschrift, procedurevoorschriften en
competentievoorschriften. Vroeger waren grondrechten niet van toepassing op ambtenaren, nu is
dat echter wel het geval mits deze uitdrukkelijk in de grondwet wordt omschreven.
Casus: Stappenplan beperking grondrecht
1. Is het beroep op het grondrecht terecht?
2. Is er een beperkingsmogelijkheid (procedure-, competentie- of doelvoorschrift)
3. Is de beperking legitiem uitgevoerd?
Classificatie: Corporate
beklede organen en de grenzen van hun gezag. De bronnen van het Staatsrecht zijn de Grondwet
(Bonaire, St. Eustatius en Saba), gewoonrechtelijke regels en een aantal geschreven regelingen.
Een staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent
over een gemeenschap van mensen op een bepaald afgebakend grondgebied. Erkenning door
andere staten is geen formeel vereiste, maar een belangrijke aanwijzing dat de staat effectief
gezag uitoefent. Binnen deze staat zijn de staatsorganen bevoegd tot het uitoefenen van dit gezag:
Regering Koning + Ministers
Kabinet Ministers + Staatssecretarissen
Parlement of Staten-Generaal Eerste Kamer + Tweede Kamer
Fractie Leden van één politieke partij in een
vertegenwoordigend lichaam
Nederland is een democratische rechtsstaat en als rechtsstaat kent het land vier essentiële
beginselen:
1
Legaliteitsbeginsel
2
Scheiding der machten (Trias Politica)
3
Toegang tot een onafhankelijke rechter ex. art. 117 Gw.
4
De bescherming van grondrechten
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat elk overheidsoptreden dient te berusten op een algemene regel
met als doel de rechtsgelijkheid en -zekerheid te bevorderen. De handelingsvrijheid van het
bestuur wordt niet alleen beperkt door het legaliteitsbeginsel, maar ook het specialiteitsbeginsel:
art. 3:4 lid 1 Awb. Dit beginsel houdt in dat het bestuur bij het gebruikmaken van een wettelijk
toegekende bevoegdheid alleen díe belangen mag afwegen, die de regeling specifiek beoogt te
beschermen.
De scheiding der machten heet ook wel de trias politica van Montesquieu. Binnen deze theorie
geldt de gedachte van een staat waarbinnen drie machten (uitvoerende, wetgevende en
rechterlijke) gescheiden zijn, maar elkaar controleren: checks and balances.
Grondrechten kunnen worden onderscheden in klassieke en sociale grondrechten. Klassieke
grondrechten zijn de grondrechten waaraan de overheid zich moet onthouden van bemoeienis en
waar burgers een beroep op kunnen doen. Het gaat hier om een resultaatsverplichting. Bij sociale
grondrechten spreken wij over rechten die voor burgers aanspraak creëren op handelen van de
overheid, bijvoorbeeld het recht op onderwijs. Deze vormt een inspanningsverplichting.
De functies van grondrechten zijn het waarborgen van vrijheden van burgers, het waarborgen van
een goed bestuur en een goede rechtspraak.
De overheid mag soms maatregelen nemen die het grondrecht van de burgers beperken (klassieke
grondrechten mogen niet worden beperkt door lagere regelgevers). Een absoluut geformuleerd
grondrecht is een grondrecht zonder uitzonderingen. Er bestaan drie soorten beperkingen van
grondrechten: beperkingen met een doelvoorschrift, procedurevoorschriften en
competentievoorschriften. Vroeger waren grondrechten niet van toepassing op ambtenaren, nu is
dat echter wel het geval mits deze uitdrukkelijk in de grondwet wordt omschreven.
Casus: Stappenplan beperking grondrecht
1. Is het beroep op het grondrecht terecht?
2. Is er een beperkingsmogelijkheid (procedure-, competentie- of doelvoorschrift)
3. Is de beperking legitiem uitgevoerd?
Classificatie: Corporate