Logistiek Blok 3
Hfdst. 1
Logistieke trends:
1) Customer-service-explosie: extra service bieden om je te onderscheiden
van andere bedrijven.
2) Tijdreductie:
Just-in-timeleveringen: op het juiste moment herbevoorraad zijn, anders stapt de
consument over naar de concurrent.
Lead time management: het op de juiste tijd en de juiste plaats beschikbaar
stellen van goederen en diensten.
-> hoelang duurt het om een klantenorder om te zetten in inkomsten (cash) voor
het bedrijf?
3) Globalisatie: Voor ieder in de wereld het ideale product op de markt zetten.
Men probeert een balans te vinden tussen klantenwensen en logistieke kosten.
4) Organisatorische integratie: bedrijven hebben generalisten nodig, die de
touwtjes tussen verschillende afdelingen aan elkaar knopen. Zij dienen te zorgen
voor organisatorische integratie.
Gericht denken i.p.v. afdelingsgericht.
Logistiek (volgens woordenboek): alle voorbereidingen en handelingen die nodig
zijn om de troepen op de meest doeltreffende wijze van goederen en voorraden
te voorzien en onder de gunstigste omstandigheden te doen strijden.
* Logistiek omvat de organisatie, de planning, de besturing en de uitvoering van
de goederenstroom vanaf de ontwikkeling en inkoop, via productie en distributie
naar de eindafnemer, incl. de retourstromen. Het doel is om tegen lage kosten
kapitaalgebruik te voldoen aan de behoeften van de markt, teneinde een
langdurige relatie met de klant op te bouwen.
* Wensen van de klant staan centraal -> Logistiek is een belangrijk hulpmiddel
om aan de wensen van de klant te voldoen.
Denken op basis van efficiency: het goedkoper maken staat centraal.
Primaire proces: goederenstroom (primair omdat de goederenstroom de
geldstroom naar het bedrijf genereert)
Succesvolle invoering van logistiek: integratie tussen goederenstroom,
gegevensstroom en geldstroom, leidt tot optimale kansen op verbetering van het
bedrijfsresultaat.
Subsysteem: eenheden in het systeem die op zichzelf kunnen worden
beschouwd zonder het overzicht op het totaal te verliezen.
Material management: omvat het geheel van activiteiten dat wordt ontplooid
om de grondstoffen- en halffabricatenstromen en de daarmee gepaard gaande
,gegevensstromen zo efficiënt mogelijk naar en door het productieproces te
voeren, alsmede de werkzaamheden die worden verricht om een zo efficiënt
mogelijk benutting van het productieapparaat te bewerkstelligen.
-> onder te verdelen in inkoop/aanvoerlogistiek en productielogistiek
Physical distribution management: houdt zich bezig met de
goederenstromen en de ermee verbonden gegevensstromen die beginnen aan
het einde van het productieproces en eindigen bij de consument.
Business logistics (logistiek management): de verzamelnaam voor alle
activiteiten die worden uitgevoerd om de ingaande en uitgaande
goederenstromen te beheersen.
Material management (4 subsystemen):
1) inkoop, aanvoerlogistiek, verwerving;
2) voorraadbeheer grondstoffen, hulpmaterialen, halffabrikaten;
3) productieplanning en de besturing van de uitvoering van de plannen
4) materials handling (opslag en interne transport)
Productiewaarde: de waarde van het ingekochte materiaal x de door het
productiebedrijf toegevoegde waarde.
Verkoopwaarde: productiewaarde x de toegevoegde waarde + winstmarge (die
gerealiseerd wordt in het verkoop- en distributietraject (de marktsector))
Physical distribution (3 subsystemen):
1) het voorraadbeheer gereed product
2) de problematiek rond en binnen magazijnen en depots
3) het transport
Kosten fysieke distributie: fabricagekosten+marketingkosten+fysieke-distributie-
kosten+overheadkosten = verkoopprijs
Reserve logistics: retourstromen, na recycling kunnen veel verpakkingen
opnieuw worden gebruikt in het primaire proces.
, Material management (inkooplogistiek+productielogistiek): gaat het om het
plannen en ondersteunen van de goederenstroom bij binnenkomst tot aan de
aflevering van het gerede product.
-> Distrubitielogistiek neemt het over om het uiteindelijk af te leveren op een
wijze zoals met de klant is overeengekomen.
-> Reverse logistics: richt de aandacht zich op retourstromen, de gehele
kringloop moet in die beschouwing meegenomen worden.
Hfdst. 1
Logistieke trends:
1) Customer-service-explosie: extra service bieden om je te onderscheiden
van andere bedrijven.
2) Tijdreductie:
Just-in-timeleveringen: op het juiste moment herbevoorraad zijn, anders stapt de
consument over naar de concurrent.
Lead time management: het op de juiste tijd en de juiste plaats beschikbaar
stellen van goederen en diensten.
-> hoelang duurt het om een klantenorder om te zetten in inkomsten (cash) voor
het bedrijf?
3) Globalisatie: Voor ieder in de wereld het ideale product op de markt zetten.
Men probeert een balans te vinden tussen klantenwensen en logistieke kosten.
4) Organisatorische integratie: bedrijven hebben generalisten nodig, die de
touwtjes tussen verschillende afdelingen aan elkaar knopen. Zij dienen te zorgen
voor organisatorische integratie.
Gericht denken i.p.v. afdelingsgericht.
Logistiek (volgens woordenboek): alle voorbereidingen en handelingen die nodig
zijn om de troepen op de meest doeltreffende wijze van goederen en voorraden
te voorzien en onder de gunstigste omstandigheden te doen strijden.
* Logistiek omvat de organisatie, de planning, de besturing en de uitvoering van
de goederenstroom vanaf de ontwikkeling en inkoop, via productie en distributie
naar de eindafnemer, incl. de retourstromen. Het doel is om tegen lage kosten
kapitaalgebruik te voldoen aan de behoeften van de markt, teneinde een
langdurige relatie met de klant op te bouwen.
* Wensen van de klant staan centraal -> Logistiek is een belangrijk hulpmiddel
om aan de wensen van de klant te voldoen.
Denken op basis van efficiency: het goedkoper maken staat centraal.
Primaire proces: goederenstroom (primair omdat de goederenstroom de
geldstroom naar het bedrijf genereert)
Succesvolle invoering van logistiek: integratie tussen goederenstroom,
gegevensstroom en geldstroom, leidt tot optimale kansen op verbetering van het
bedrijfsresultaat.
Subsysteem: eenheden in het systeem die op zichzelf kunnen worden
beschouwd zonder het overzicht op het totaal te verliezen.
Material management: omvat het geheel van activiteiten dat wordt ontplooid
om de grondstoffen- en halffabricatenstromen en de daarmee gepaard gaande
,gegevensstromen zo efficiënt mogelijk naar en door het productieproces te
voeren, alsmede de werkzaamheden die worden verricht om een zo efficiënt
mogelijk benutting van het productieapparaat te bewerkstelligen.
-> onder te verdelen in inkoop/aanvoerlogistiek en productielogistiek
Physical distribution management: houdt zich bezig met de
goederenstromen en de ermee verbonden gegevensstromen die beginnen aan
het einde van het productieproces en eindigen bij de consument.
Business logistics (logistiek management): de verzamelnaam voor alle
activiteiten die worden uitgevoerd om de ingaande en uitgaande
goederenstromen te beheersen.
Material management (4 subsystemen):
1) inkoop, aanvoerlogistiek, verwerving;
2) voorraadbeheer grondstoffen, hulpmaterialen, halffabrikaten;
3) productieplanning en de besturing van de uitvoering van de plannen
4) materials handling (opslag en interne transport)
Productiewaarde: de waarde van het ingekochte materiaal x de door het
productiebedrijf toegevoegde waarde.
Verkoopwaarde: productiewaarde x de toegevoegde waarde + winstmarge (die
gerealiseerd wordt in het verkoop- en distributietraject (de marktsector))
Physical distribution (3 subsystemen):
1) het voorraadbeheer gereed product
2) de problematiek rond en binnen magazijnen en depots
3) het transport
Kosten fysieke distributie: fabricagekosten+marketingkosten+fysieke-distributie-
kosten+overheadkosten = verkoopprijs
Reserve logistics: retourstromen, na recycling kunnen veel verpakkingen
opnieuw worden gebruikt in het primaire proces.
, Material management (inkooplogistiek+productielogistiek): gaat het om het
plannen en ondersteunen van de goederenstroom bij binnenkomst tot aan de
aflevering van het gerede product.
-> Distrubitielogistiek neemt het over om het uiteindelijk af te leveren op een
wijze zoals met de klant is overeengekomen.
-> Reverse logistics: richt de aandacht zich op retourstromen, de gehele
kringloop moet in die beschouwing meegenomen worden.