2.1.4 Ontwikkelingsaspecten
4 ontwikkelingsaspecten:
1. Lichamelijke ontwikkeling
Lichamelijke groei, motorische ontwikkeling en zintuigelijke ontwikkeling
Fijne motoriek = rijken, grijpen en hanteren van voorwerpen
Grove motoriek = lopen, rennen, zwemmen en skaten
Fijne motoriek distale en proximale motoriek
Distale motoriek = hand-vingermotoriek verder van de romp
Proximale motoriek = motoriek dichter bij de romp
Ontwikkelen onafhankelijk van elkaar en worden afzonderlijk aangestuurd
2. Cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling van de begripsvorming
Piaget model van de cognitieve ontwikkeling (door Vygotski en Bruner uitgewerkt)
Piaget vond dat de taal invloed had op de cognitieve ontwikkeling
Vygotski noemde dit de egocentrische taal (hardop denken oplossen door zien, handelen
en taal)
3. Creatieve ontwikkeling
Vaardigheid om nieuwe dingen tot stand te brengen (creatieve expressie en
spelontwikkeling)
4. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Ontwikkeling in de omgang van de mens met zichzelf en met anderen
2.1.5 Voorwaarden voor ontwikkeling
Voorwaarden voor ontwikkeling:
Veiligheid en vertrouwen niet veilig = minder zelfvertrouwen (Erikson) = minder leren
o Zonder zelfvertrouwen kun je je niet ontwikkelen in autonomie en initiatief nemen
o Bowlby (hechtingstheorie) verband tussen vertrouwen en actief ontdekken door
spel
o Maslow vertrouwen en veiligheid behoren tot 5 basisbehoeften
Sociale interactie je kunt kind alleen goed begeleiden als je een goede relatie hebt
Stimulerende omgeving in een stimulerend klimaat leert een kind het meest
Ruimte voor ontdekkend spelen en leren kinderen leren veel als ze spelen (in hoeken)
2.2.3 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Koppigheidsperiode = periode tot 4 jaar (erg belangrijk voor de ontwikkeling van het
zelfvertrouwen/individu)
In deze periode wordt de persoonlijkheid gevormd
2.3.5 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Hoe ouder de kinderen worden, hoe meer ze zich kunnen inleven in anderen (ze worden steeds
socialer)
Sociaal begrip = doelen (alternatieve oplossingen bedenken, begrijpen wat de oorzaken zijn van het
gedrag van de ander etc.)
Sociale vaardigheden = dingen die je doet (glimlachen, luisteren, groeten etc.)
Kinderen die niet sociaal vaardig zijn, zijn vaak alleen en minder populair, dit merk je pas vanaf hun 9 e
dan beschikken ze pas over het begrip en de vaardigheden
4 ontwikkelingsaspecten:
1. Lichamelijke ontwikkeling
Lichamelijke groei, motorische ontwikkeling en zintuigelijke ontwikkeling
Fijne motoriek = rijken, grijpen en hanteren van voorwerpen
Grove motoriek = lopen, rennen, zwemmen en skaten
Fijne motoriek distale en proximale motoriek
Distale motoriek = hand-vingermotoriek verder van de romp
Proximale motoriek = motoriek dichter bij de romp
Ontwikkelen onafhankelijk van elkaar en worden afzonderlijk aangestuurd
2. Cognitieve ontwikkeling
Ontwikkeling van de begripsvorming
Piaget model van de cognitieve ontwikkeling (door Vygotski en Bruner uitgewerkt)
Piaget vond dat de taal invloed had op de cognitieve ontwikkeling
Vygotski noemde dit de egocentrische taal (hardop denken oplossen door zien, handelen
en taal)
3. Creatieve ontwikkeling
Vaardigheid om nieuwe dingen tot stand te brengen (creatieve expressie en
spelontwikkeling)
4. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Ontwikkeling in de omgang van de mens met zichzelf en met anderen
2.1.5 Voorwaarden voor ontwikkeling
Voorwaarden voor ontwikkeling:
Veiligheid en vertrouwen niet veilig = minder zelfvertrouwen (Erikson) = minder leren
o Zonder zelfvertrouwen kun je je niet ontwikkelen in autonomie en initiatief nemen
o Bowlby (hechtingstheorie) verband tussen vertrouwen en actief ontdekken door
spel
o Maslow vertrouwen en veiligheid behoren tot 5 basisbehoeften
Sociale interactie je kunt kind alleen goed begeleiden als je een goede relatie hebt
Stimulerende omgeving in een stimulerend klimaat leert een kind het meest
Ruimte voor ontdekkend spelen en leren kinderen leren veel als ze spelen (in hoeken)
2.2.3 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Koppigheidsperiode = periode tot 4 jaar (erg belangrijk voor de ontwikkeling van het
zelfvertrouwen/individu)
In deze periode wordt de persoonlijkheid gevormd
2.3.5 Sociaal-emotionele ontwikkeling
Hoe ouder de kinderen worden, hoe meer ze zich kunnen inleven in anderen (ze worden steeds
socialer)
Sociaal begrip = doelen (alternatieve oplossingen bedenken, begrijpen wat de oorzaken zijn van het
gedrag van de ander etc.)
Sociale vaardigheden = dingen die je doet (glimlachen, luisteren, groeten etc.)
Kinderen die niet sociaal vaardig zijn, zijn vaak alleen en minder populair, dit merk je pas vanaf hun 9 e
dan beschikken ze pas over het begrip en de vaardigheden