Bindweefsel en zenuwweefsel – Thema 2
Bindweefsel
Bindweefsel = 1 van de steunweefsels dat cellen omringt, het past zich voortdurend aan en
kan water vasthouden.
EIGENSCHAPPEN:
- Vormend/ organiserend
- Bindend/ verbindend
- Tensegrity = spanning (tension) en samenhang (structural integrity) -> vervormbaar/
trek- en drukvast, krachten opvangen/verdelen, energie transformeren
- Polariteitsprincipe -> elektrovalente verbinding: door de verschillende ladingen
binden het water en collagene vezels
FUNCTIE:
- Het verbinden van cellen om daarmee een orgaan te vormen/ bijeen te houden
- Bieden van bescherming en ondersteuning en een aandeel in krachtlevering
- Weerstand tegen vervorming (druk- en trekkrachten)
- Krachten opvangen en overdragen binnen en tussen organen
- Bindweefselcellen (fibroblasten) produceren materialen voor de tussenstof ->
eiwitten
- Optimale aanpassing aan dagelijkse belasting
Fysiologie collageen bindweefsel
- Rol bij homeostase -> stofuitwisselingsmedium, plaats waar alle cellen drinken en
hun stoffen uitscheiden
- Restauratief vermogen (nieuwe vorm aannemen)
- Bij schade ook regeneratief vermogen (oude vorm terugkrijgen)
- Aanpassen in een bepaalde snelheid -> halfwaardetijd = ‘turn-over’ rate -> ongeveer
2 – 9 dagen voor de productie van proteoglycaan (sneller bij meer beweging),
ongeveer 200 dagen voor de productie van fibrillen
Een pees heeft een langere halfwaardetijd -> langzamere adaptatie
- GAG’s = glycoaminoglycanen (polysachariden), stimuleren van collageen productie,
gebonden aan eiwit
- PG’s = proteoglycanen
Anatomisch bouwplan bindweefsel
- Fibrocyt/ fibroblast + andere cellen
- Extracellulaire matrix = grondsubstantie + vezels (collageen, reticulair, elastisch)
Grondsubstantie (amorfe component) bestaat uit gebonden water en moleculaire
bestanddelen -> proteoglycanen en glycoproteïnes (eiwitten) die weer binden met
vezels (vezelige component)
- Capillairen (kleine bloedvaatjes)/ lymfevaten
Vezels:
- Om trekkrachten op te vangen
, - 3-dimensionaal ruimtelijk geordend
- Soms parallel gelegen ten opzichte van elkaar
- Per anatomische locatie een andere vezelsamenstelling (collageen, elastisch of
reticulair), dichtheid (grofmazig/ openmazig/ fijnmazig/ dichtmazig) en ordening
(geordend -> pees of ligament met veel weerstand/ ongeordend -> beweeglijker)
Proteoglycanen -> snel te produceren, kort levensduur, snelle aanpassing van de ruimte om
de cellen heen, zorgen voor stabilisatie van vezels, worden geproduceerd door fibroblasten
FUNCTIE: waterbinding en collageenstabilisering (bindende functies)
Glycoproteïnen -> cellen aan elkaar en aan de matrix hechten, hechten van o.a. fibroblasten
aan het celmembraan
Fibroblasten -> bindweefselvormende cel
- Produceert bindweefselvezels (collageen/ elastine) en proteoglycanen en
koppelmoleculen (integrines -> verbinden de cellen met de matrix)
- Bepaald de kwaliteit van het bindweefsel, de plaats en de eisen
- Fibroblast wordt sterk geactiveerd als na weefselbeschadiging reparatie nodig is en
ze verplaatsen zich dan naar bv het wondje en hechten daar aan het oppervlak (=
myofibroblasten)
- ROL van de fibroblast: stabiliteit, signalering, communicatie, mobiliteit, productie en
opruimwerkzaamheden
- Beschikken over het vermogen om zich te delen en hebben een inwendig celskelet
om druk- en trekkrachten op te vangen maar wel hun vorm te behouden
Collagene vezels -> aaneenkoppeling van heel veel procollageenmoleculen, nauwelijks
vervormbaar door rek (hydrofiel), zorgt voor de mechanische sterkte van bindweefsel
Elastine vezels -> gevormd door tropo-elastine, erg rekbaar (tot 150%), bevind zich in de
huid, bloedvaten en longen, geen dwarsstreping -> willekeurige aanleg van vezels
(hydrofoob)
FUNCTIE: zorgt in de weefsels voor vormherstel
Soorten bindweefsel
Losmazig bindweefsel: veel intercellulaire substantie met veel collagene vezels en weinig
elastische vezels, reticulaire vezels bevinden zich alleen bij aanhechtingen aan een orgaan of
ander weefsel
- Fibroblasten -> rol bij de vorming/ productie van tussenstof (eiwitten)
- Macrofagen -> opnemen van afgestorven weefsel en lichaamsvreemde stoffen (=
fagocytose)
- Mestcellen -> produceren farmacologisch actieve stoffen die een belangrijke rol
spelen bij hooikoorts/ overgevoeligheidsreacties
- Vetcellen -> Vetstapelende functie
- Pigmentcellen -> geven het weefsel een bruine tot zwarte kleur bij talrijk aan
pigmentgranula
- Ongedifferentieerde cellen -> gaan zich pas bij prikkels differentiëren
FUNCTIES
- Mechanische functie: omgeven van organen, bloedvaten en zenuwen -> stevigheid
geven, verbinding van organen en beweging
Bindweefsel
Bindweefsel = 1 van de steunweefsels dat cellen omringt, het past zich voortdurend aan en
kan water vasthouden.
EIGENSCHAPPEN:
- Vormend/ organiserend
- Bindend/ verbindend
- Tensegrity = spanning (tension) en samenhang (structural integrity) -> vervormbaar/
trek- en drukvast, krachten opvangen/verdelen, energie transformeren
- Polariteitsprincipe -> elektrovalente verbinding: door de verschillende ladingen
binden het water en collagene vezels
FUNCTIE:
- Het verbinden van cellen om daarmee een orgaan te vormen/ bijeen te houden
- Bieden van bescherming en ondersteuning en een aandeel in krachtlevering
- Weerstand tegen vervorming (druk- en trekkrachten)
- Krachten opvangen en overdragen binnen en tussen organen
- Bindweefselcellen (fibroblasten) produceren materialen voor de tussenstof ->
eiwitten
- Optimale aanpassing aan dagelijkse belasting
Fysiologie collageen bindweefsel
- Rol bij homeostase -> stofuitwisselingsmedium, plaats waar alle cellen drinken en
hun stoffen uitscheiden
- Restauratief vermogen (nieuwe vorm aannemen)
- Bij schade ook regeneratief vermogen (oude vorm terugkrijgen)
- Aanpassen in een bepaalde snelheid -> halfwaardetijd = ‘turn-over’ rate -> ongeveer
2 – 9 dagen voor de productie van proteoglycaan (sneller bij meer beweging),
ongeveer 200 dagen voor de productie van fibrillen
Een pees heeft een langere halfwaardetijd -> langzamere adaptatie
- GAG’s = glycoaminoglycanen (polysachariden), stimuleren van collageen productie,
gebonden aan eiwit
- PG’s = proteoglycanen
Anatomisch bouwplan bindweefsel
- Fibrocyt/ fibroblast + andere cellen
- Extracellulaire matrix = grondsubstantie + vezels (collageen, reticulair, elastisch)
Grondsubstantie (amorfe component) bestaat uit gebonden water en moleculaire
bestanddelen -> proteoglycanen en glycoproteïnes (eiwitten) die weer binden met
vezels (vezelige component)
- Capillairen (kleine bloedvaatjes)/ lymfevaten
Vezels:
- Om trekkrachten op te vangen
, - 3-dimensionaal ruimtelijk geordend
- Soms parallel gelegen ten opzichte van elkaar
- Per anatomische locatie een andere vezelsamenstelling (collageen, elastisch of
reticulair), dichtheid (grofmazig/ openmazig/ fijnmazig/ dichtmazig) en ordening
(geordend -> pees of ligament met veel weerstand/ ongeordend -> beweeglijker)
Proteoglycanen -> snel te produceren, kort levensduur, snelle aanpassing van de ruimte om
de cellen heen, zorgen voor stabilisatie van vezels, worden geproduceerd door fibroblasten
FUNCTIE: waterbinding en collageenstabilisering (bindende functies)
Glycoproteïnen -> cellen aan elkaar en aan de matrix hechten, hechten van o.a. fibroblasten
aan het celmembraan
Fibroblasten -> bindweefselvormende cel
- Produceert bindweefselvezels (collageen/ elastine) en proteoglycanen en
koppelmoleculen (integrines -> verbinden de cellen met de matrix)
- Bepaald de kwaliteit van het bindweefsel, de plaats en de eisen
- Fibroblast wordt sterk geactiveerd als na weefselbeschadiging reparatie nodig is en
ze verplaatsen zich dan naar bv het wondje en hechten daar aan het oppervlak (=
myofibroblasten)
- ROL van de fibroblast: stabiliteit, signalering, communicatie, mobiliteit, productie en
opruimwerkzaamheden
- Beschikken over het vermogen om zich te delen en hebben een inwendig celskelet
om druk- en trekkrachten op te vangen maar wel hun vorm te behouden
Collagene vezels -> aaneenkoppeling van heel veel procollageenmoleculen, nauwelijks
vervormbaar door rek (hydrofiel), zorgt voor de mechanische sterkte van bindweefsel
Elastine vezels -> gevormd door tropo-elastine, erg rekbaar (tot 150%), bevind zich in de
huid, bloedvaten en longen, geen dwarsstreping -> willekeurige aanleg van vezels
(hydrofoob)
FUNCTIE: zorgt in de weefsels voor vormherstel
Soorten bindweefsel
Losmazig bindweefsel: veel intercellulaire substantie met veel collagene vezels en weinig
elastische vezels, reticulaire vezels bevinden zich alleen bij aanhechtingen aan een orgaan of
ander weefsel
- Fibroblasten -> rol bij de vorming/ productie van tussenstof (eiwitten)
- Macrofagen -> opnemen van afgestorven weefsel en lichaamsvreemde stoffen (=
fagocytose)
- Mestcellen -> produceren farmacologisch actieve stoffen die een belangrijke rol
spelen bij hooikoorts/ overgevoeligheidsreacties
- Vetcellen -> Vetstapelende functie
- Pigmentcellen -> geven het weefsel een bruine tot zwarte kleur bij talrijk aan
pigmentgranula
- Ongedifferentieerde cellen -> gaan zich pas bij prikkels differentiëren
FUNCTIES
- Mechanische functie: omgeven van organen, bloedvaten en zenuwen -> stevigheid
geven, verbinding van organen en beweging