Week 1
Systeem: ‘Een systeem is een samenstel van elementen dat als geheel functioneert door
de onderlinge afhankelijkheid van de elementen en dat voor de betrokken elementen
bepaalde functies vervult’. Systemen worden vooral bepaald door de betrekkingen tussen
de elementen of delen van het systeem.
In een systeem beïnvloeden mensen elkaar d.m.v. hun gedrag. Daarnaast zijn mensen in
een systeem afhankelijk van elkaar. Ook hebben mensen patronen in het systeem
(functies).
3 belangrijke psychologische stromingen in de verklaring van individueel gedrag:
Psycho-analyse: beginsel van de psychiatrie. Freud was hier de bedenker van.
Client ligt op de bank. Vrije associatie in het gesprek. Bepaalde
ontwikkelingsfasen moeten doorlopen worden. Als dit niet lukt, worden problemen
veroorzaakt. Verleden van belang. Waarneembaar en niet waarneembaar gedrag.
Wel scheidingen tussen normaal/abnormaal, ziek/gezond.
Behaviorisme: al het gedrag is aangeleerd. (Denk aan de hond van Pavlov:
klassieke conditionering. Skinner: operante conditionering.)
Humanistische psychologie: Behoeftehiërarchie van Maslow
Systeemtheorie: interpersoonlijke benaderingswijze. Uitsluitend waarneembaar gedrag.
Verleden is niet van belang.
Lineaire causaliteit: oozaak -> gevolg
Circulaire causaliteit: oorzaak -> gevolg -> oorzaak -> gevolg. Er zijn dus geen
eenduidige oorzaken. Er zijn geen scheidingen tussen normaal/abnormaal, ziek/gezond.
Eigen voorbeeld circulaire causaliteit:
1. Annes vader heeft een drankprobleem
2. Anne probeert haar vader te helpen, maar
dit kost haar veel moeite
3. Anne raakt depressief
4. Annes vader drinkt meer, omdat hij de
schuld van Annes depressie bij hem legt
Homeostase: een systeem zoekt voortdurend naar
aanpassing aan veranderingen en daarmee naar
een behoud van het systeem. Dit proces is
homeostase: een meebewegend/dynamisch
evenwicht
1
, Homeostase 2: er kan sprake zijn van een verstoring van het evenwicht. Hierna gaat
het systeem weer op zoek naar een nieuw evenwicht. In elk systeem bestaat er dus
homeostase.
Negatieve feedback: gedrag dat het systeem in stand houdt: tegen verandering
Positieve feedback: gedrag dat gericht is op verandering
Redundantie: patroon met een hoge voorspelbaarheid. Dus iets wat altijd gebeurt.
Doordat gedrag herhaald wordt, ontstaan er patronen. Circulaire causaliteit kan ook
redundantie worden als de causaliteit steeds word herhaald.
Bi-focale blik: oog hebben voor individuele factoren, maar ook voor systeemfactoren.
Hierbij heb je dus een dubbele focus.
Week 2
Totaliteit: als er verandering is in een deel van het systeem, heeft dat invloed op het
hele systeem.
Niet- optelbaarheid: een systeem is meer dan elementen zelf uit een systeem
(onderlinge onafhankelijkheid). Je moet kijken naar het systeem als geheel.
Subsysteem: een systeem binnen een systeem (wel 2 of meer mensen)
Systeemdwang: wat er van je verwacht wordt in een systeem (impliciete dwang: niet
afgesproken maar het moet wel gebeuren).
Jo frost: the gorbea family (15 minuten)
Individueel: probleemgedrag jongen
Kind vraagt veel aandacht aan moeder: hechtingsangst
Systeem:
Moeder en kind zijn erg gehecht aan elkaar
Gedrag wordt beloond door moeder -> kind gaat verder -> negatieve feedback
Vader doet niks aan het gedrag van kind -> negatieve feedback
Jo komt om te helpen -> positieve feedback bij vader, moeder en kind
2
Systeem: ‘Een systeem is een samenstel van elementen dat als geheel functioneert door
de onderlinge afhankelijkheid van de elementen en dat voor de betrokken elementen
bepaalde functies vervult’. Systemen worden vooral bepaald door de betrekkingen tussen
de elementen of delen van het systeem.
In een systeem beïnvloeden mensen elkaar d.m.v. hun gedrag. Daarnaast zijn mensen in
een systeem afhankelijk van elkaar. Ook hebben mensen patronen in het systeem
(functies).
3 belangrijke psychologische stromingen in de verklaring van individueel gedrag:
Psycho-analyse: beginsel van de psychiatrie. Freud was hier de bedenker van.
Client ligt op de bank. Vrije associatie in het gesprek. Bepaalde
ontwikkelingsfasen moeten doorlopen worden. Als dit niet lukt, worden problemen
veroorzaakt. Verleden van belang. Waarneembaar en niet waarneembaar gedrag.
Wel scheidingen tussen normaal/abnormaal, ziek/gezond.
Behaviorisme: al het gedrag is aangeleerd. (Denk aan de hond van Pavlov:
klassieke conditionering. Skinner: operante conditionering.)
Humanistische psychologie: Behoeftehiërarchie van Maslow
Systeemtheorie: interpersoonlijke benaderingswijze. Uitsluitend waarneembaar gedrag.
Verleden is niet van belang.
Lineaire causaliteit: oozaak -> gevolg
Circulaire causaliteit: oorzaak -> gevolg -> oorzaak -> gevolg. Er zijn dus geen
eenduidige oorzaken. Er zijn geen scheidingen tussen normaal/abnormaal, ziek/gezond.
Eigen voorbeeld circulaire causaliteit:
1. Annes vader heeft een drankprobleem
2. Anne probeert haar vader te helpen, maar
dit kost haar veel moeite
3. Anne raakt depressief
4. Annes vader drinkt meer, omdat hij de
schuld van Annes depressie bij hem legt
Homeostase: een systeem zoekt voortdurend naar
aanpassing aan veranderingen en daarmee naar
een behoud van het systeem. Dit proces is
homeostase: een meebewegend/dynamisch
evenwicht
1
, Homeostase 2: er kan sprake zijn van een verstoring van het evenwicht. Hierna gaat
het systeem weer op zoek naar een nieuw evenwicht. In elk systeem bestaat er dus
homeostase.
Negatieve feedback: gedrag dat het systeem in stand houdt: tegen verandering
Positieve feedback: gedrag dat gericht is op verandering
Redundantie: patroon met een hoge voorspelbaarheid. Dus iets wat altijd gebeurt.
Doordat gedrag herhaald wordt, ontstaan er patronen. Circulaire causaliteit kan ook
redundantie worden als de causaliteit steeds word herhaald.
Bi-focale blik: oog hebben voor individuele factoren, maar ook voor systeemfactoren.
Hierbij heb je dus een dubbele focus.
Week 2
Totaliteit: als er verandering is in een deel van het systeem, heeft dat invloed op het
hele systeem.
Niet- optelbaarheid: een systeem is meer dan elementen zelf uit een systeem
(onderlinge onafhankelijkheid). Je moet kijken naar het systeem als geheel.
Subsysteem: een systeem binnen een systeem (wel 2 of meer mensen)
Systeemdwang: wat er van je verwacht wordt in een systeem (impliciete dwang: niet
afgesproken maar het moet wel gebeuren).
Jo frost: the gorbea family (15 minuten)
Individueel: probleemgedrag jongen
Kind vraagt veel aandacht aan moeder: hechtingsangst
Systeem:
Moeder en kind zijn erg gehecht aan elkaar
Gedrag wordt beloond door moeder -> kind gaat verder -> negatieve feedback
Vader doet niks aan het gedrag van kind -> negatieve feedback
Jo komt om te helpen -> positieve feedback bij vader, moeder en kind
2