Samenvatting KNGF Evidence statement Acuut knieletsel
Knieblessures: hoogste incidentie (meest voorkomende sportblessure) en hoogste
prevalentie (meest voorkomende sportblessure op een bepaald moment)
-> Vaak gevolg van een trauma bij sport, leiden eerder tot blijvende beperkingen
Structuren die aangedaan kunnen zijn bij acuut knieletsel:
1) De voorste kruisband (VKB)
2) De achterste kruisband (AKB)
3) Het superficiale mediale collaterale ligament (sMCL)
4) Het posteromediaal complex (PMC)
5) Het lateraal collaterale ligament (LCL)
6) Het posterolateraal complex (PLC)
7) De meniscus
8) Het kraakbeen
-> Kniebandletsels worden ingedeeld volgens de gradering van het International Knee
Documentation Committee (IKDC)
-> Kraakbeenletsels worden ingedeeld volgens het scoringssysteem van het International
Cartilage Repair Society (ICRS)
Rode vlaggen: (doorverwijzen naar (huis)arts)
1) Fractuur
Ottowa Knee Rules (om fractuur uit te sluiten):
- 55 jaar of ouder (?)
- Lokale drukpijn op het fibulakopje
- Geïsoleerde drukpijn op de patella
- Niet in staat om de knie tot 90 graden te buigen
- Niet in staat op direct na het trauma of in de spreekkamer het been te belasten
(Acuut knietrauma + 1 van de 5 kenmerken van de OKR = verwijzen naar de (huis)arts voor
een röntgenfoto)
2) Neurovasculaire schade/ gecombineerde letsels
- Twee of meer grote bandletsels
- Huidindeuking/ groeve ter hoogte van laterale/ mediale gewrichtslijn
- Bloeduitstorting in de huid (ecchymosis)
- Duidelijk palpeerbare/ zichtbare deformiteit (misvorming)
(Schade van de n. peroneus communis/ n. tibialis eventueel gecombineerd met een ruptuur
van de a. tibialis posterios/ a. dorsalis pedis)
3) Ruptuur van het extensiemechanisme
- Onmogelijkheid om het aangedane been gestrekt op te tillen
- Palpabele indeuking in de m. quadriceps
- Verschil in hoogte tussen en twee patellae
- Onmogelijkheid om het been te belasten
, (Gedeeltelijke/ volledige scheuring van de quadriceps- of patellapees)
4) Monoartritis
- Koorts
- Gevoel van algehele malaise (ongemak, vermoeidheid, ziekte)
- Zwelling van het gehele gewricht
- Roodheid en warmte van het gewricht
- Vermindering van de mobiliteit van het gewricht
(Ontsteking van het kniegewricht als gevolg van reumatische en niet-reumatische
aandoeningen)
5) Bloedingsstoornissen
- Plotselinge haemarthros zonder aanleiding
(Stoornis in het proces van bloedstolling door afwezigheid van stollingskenmerk of door
medicatiegebruik)
6) Tumoren
- Milde, wisselende pijn gedurende enkele weken
- Zwelling bij het uiteinde van de lange pijpbeenderen of weke delen
- Groei in een langer bestaande laesie/ zwelling
- Zwelling onder het niveau van de spierfascie
- Gezwel op plaats waar trauma niet heeft plaatsgevonden/ ongebruikelijke plaats
- Patiënt heeft ook algemene klachten/ palpabele lymfeklieren
Anamnese:
Essentiële vragen om te stellen:
- Hoe was het ongevalsmechanisme? (Beschrijving van welke gebeurtenissen hebben geleid
tot het ongeval en welke krachten op de cliënt hebben ingewerkt)
- Wat waren de klachten tijdens en na het trauma?
- Was er sprake van zwelling? (Direct na het trauma of pas later)
- Was/ is er sprake van ‘giving-way’?
- Was/ is er pijn bij (on)belast draaien van de knie?
- Waren/ zijn er slotklachten?
- Hoe ging/ gaat het lopen/ hurken?
- Is er sprake van nachtelijke pijn of startpijn?
- Is er sprake van liespijn/ heupklachten? (Om artrose uit te sluiten/ als de pijn een
uitstraling zou zijn die daar vandaan komt)
Fysiotherapeutische diagnostiek:
Diagnostiek kan in de eerste dagen nog lastig zijn door pijn/ zwelling/ afweerspanning.
Zwelling:
1) Haemarthros: zwelling van de gehele knie op basis van bloed, direct (tot 12 uur na
trauma) ontstaan, aanwijzing voor ernstig knieletsel, bij zo’n 70% van de patiënten met