Leerstof toxicologie
Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI)
Stoffen die niet van nature in voeding voorkomen, maar daar bewust aan worden toegevoegd,
hebben een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). Het gaat bijvoorbeeld om E-nummers,
diergeneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen.
De ADI is de hoeveelheid van een stof die je levenslang elke dag binnen mag krijgen zonder dat
dit slecht is voor je gezondheid.
Deze verschilt per persoon. De ADI geldt namelijk per kilo lichaamsgewicht. Meestal staat het
aangegeven in milligram per kilo.
Omschrijving
De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) is de maximale hoeveelheid van een stof die je levenslang
dagelijks binnen mag krijgen zonder dat dit slecht is voor je gezondheid.
Een ADI wordt vastgesteld voor alle stoffen die niet van nature in de voeding voorkomen, maar daar
bewust aan worden toegevoegd, zoals E-nummers(toevoegingen), diergeneesmiddelen
en bestrijdingsmiddelen. In de Europese Unie krijgt een nieuwe toevoeging pas een E-nummer nadat
deze is goedgekeurd door de Europese Voedselveiligheids Autoriteit (EFSA).
Een ADI bestaat alleen voor stoffen waarvan is bewezen dat ze niet kankerverwekkend zijn. Stoffen
met kankerverwekkende eigenschappen worden nooit toegestaan in voedsel of in de
voedselproductie en zullen dan ook geen ADI krijgen.
Maat ADI
De ADI staat meestal aangegeven in milligram per kilo lichaamsgewicht. Als de ADI heel klein is,
staat het aangegeven in microgram. Omdat de ADI wordt aangegeven per kilogram lichaamsgewicht
is de aanvaardbare dagelijkse inname voor lichte mensen en kinderen dus lager dan voor mensen die
zwaarder zijn.
Bijvoorbeeld een persoon van 70 kilo mag van een toevoeging met een ADI van 40 milligram per kilo:
70 (kilo) x 40 (milligram) = 2,8 gram per dag binnen krijgen, terwijl een kind van 10 kg er maar 10
(kilo) x 40 (milligram) = 400 milligram per dag van binnen mag krijgen.
Bepalen van de ADI
Meestal zijn er dierproeven nodig om de ADI vast te stellen. Dieren krijgen verschillende
hoeveelheden van de stof toegediend om zo de hoogste dosis te bepalen waarbij er geen negatieve
effecten te zien zijn. Deze dosis wordt No Observed Adverse Effect Level (NOAEL) genoemd.
Het NOAEL is slechts de basis voor de ADI. Voor mensen zou de stof schadelijker kunnen zijn dan
voor dieren. Daarom wordt de NOAEL door 10 gedeeld. Maar ook de gevoeligheid tussen mensen
verschilt. Denk hierbij aan ouderen, mensen met verminderde weerstand, zieken, zwangere
vrouwen, baby’s en kinderen. Het getal wordt daarom nogmaals door 10 gedeeld. Bij elkaar is dit
een extra veiligheidsmarge van 100.
, Zijn er bij dierproeven geen nadelige effecten te zien bij de hoogste dosis die is gegeven, en er zijn
bij mensen geen negatieve gevolgen te verwachten, dan is er geen maximum voor de inname van
deze stof. De ADI staat dan weergegeven als ‘onbeperkt’.
ARfD
Naast de ADI wordt voor bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen ook nog een acute referentie
dosis (ARfD) vastgesteld. Dat is een schatting van de hoeveelheid van een stof in voedsel of
drinkwater die je binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten.
Aan de hand van de ADI en ARfD wordt vastgesteld wat de maximale residu limiet(MRL) van
bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen in een voedingsmiddel mag zijn.
TDI
Voor stoffen die niet bewust aan voeding worden toegevoegd geldt eentoelaatbare dagelijkse
inname (TDI). Het gaat dan om milieuverontreinigingen zoals dioxines, pcb’s, zware
metalen en natuurlijke gifstoffen.
Maximale residu limiet (MRL)
De maximale residu limiet (MRL) bepaalt hoeveel van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel er maximaal in een product mag zitten.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert met steekproeven of
bijvoorbeeld groente, en fruit en vlees voldoen aan de wettelijke norm voor
bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen.
Als er teveel bestrijdingsmiddel of diergeneesmiddel in een product zit, betekent dit niet
meteen dat het product schadelijk is voor de gezondheid. Dit komt door een grote
veiligheidsmarge. Uit voorzorg kan het product toch uit de winkelschappen gehaald worden.
Inhoud
Omschrijving
Veiligheid
Omschrijving
De maximale residu limiet (MRL) is de maximale hoeveelheid van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel die in een voedingsmiddel voor mag komen.
Bepalen van de MRL
Bij het vaststellen van de MRL spelen de volgende zaken een rol:
In welke voedingsmiddelen komt de stof voor?
Hoeveel zit er in deze voedingsmiddelen en zijn er andere producten waarin veel meer of
minder zit? Een bepaald bestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt op appels, kan bijvoorbeeld ook op
andere fruitsoorten worden gebruikt. Het kan daarnaast ook nog in appelmoes voorkomen. Op basis
, van deze gegevens kan de MRL voor dit bestrijdingsmiddel lager worden vastgesteld. Zo voorkom je
dat mensen in totaal te veel resten van het bestrijdingsmiddel binnenkrijgen.
Hoeveel eet de gemiddelde consument van die producten? En hoeveel eten kwetsbare
groepen ervan, zoals kinderen, zieken, ouderen of zwangere vrouwen?
Hoeveel eten liefhebbers gemiddeld per dag van die producten?
Hoe giftig is de stof? Hoeveel mag een mens er iedere dag van innemen zonder enig
gezondheidseffect?
Met de antwoorden op deze vragen kan de MRL worden berekend.
Good Agricultural Practices
Bij het vaststellen van de MRL wordt ook rekening gehouden met de regels voor ‘Good Agricultural
Practices' (GAP). De boer mag niet meer van een middel gebruiken dan strikt noodzakelijk is om
ziekten en plagen te bestrijden. Zo worden mens en milieu zo min mogelijk belast.
Veiligheid
De MRL is een wettelijke norm. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit(NVWA) controleert met
steekproeven of groente, fruit en vlees voldoen aan de MRL.
In het geval van een overschrijding van de MRL kijkt de NVWA of het gebruik van het product
schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Dit doen ze door te kijken of de aanvaarbare dagelijkse
inname (ADI) of de Acute Referentie Dosis (ARfD) overschreden wordt.
Meestal is het nog niet schadelijk voor je gezondheid als er meer van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel in een product zit dan toegestaan. Als de overschrijding van de MRL te groot is
laat de NVWA producten uit de winkels terughalen.
Grote veiligheidsmarge
In de MRL zit een grote veiligheidsmarge. De MRL wordt zo vastgesteld dat zelfs ‘liefhebbers’, de
mensen die heel veel van bepaalde producten eten, de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) niet
halen. Dit betekent dat als de MRL in één product een keer overschreden wordt, de meeste mensen
bij het eten van het product de ADI niet overschrijden.
Zware metalen
‘Zware metalen’ is de verzamelnaam voor metalen zoals cadmium, kwik, lood, arseen en tin. Ze
kunnen in voedsel en vervolgens in je lichaam terechtkomen.
Een teveel aan zware metalen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. In Nederland de kans erg
klein dat je te veel zware metalen binnenkrijgt.
Er is vastgesteld hoeveel van de zware metalen er in een product mag zitten, zonder dat dit de
gezondheid schaadt. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op de
naleving van deze normen.
Inhoud
Omschrijving
Aanvaardbare dagelijkse inname (ADI)
Stoffen die niet van nature in voeding voorkomen, maar daar bewust aan worden toegevoegd,
hebben een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI). Het gaat bijvoorbeeld om E-nummers,
diergeneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen.
De ADI is de hoeveelheid van een stof die je levenslang elke dag binnen mag krijgen zonder dat
dit slecht is voor je gezondheid.
Deze verschilt per persoon. De ADI geldt namelijk per kilo lichaamsgewicht. Meestal staat het
aangegeven in milligram per kilo.
Omschrijving
De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) is de maximale hoeveelheid van een stof die je levenslang
dagelijks binnen mag krijgen zonder dat dit slecht is voor je gezondheid.
Een ADI wordt vastgesteld voor alle stoffen die niet van nature in de voeding voorkomen, maar daar
bewust aan worden toegevoegd, zoals E-nummers(toevoegingen), diergeneesmiddelen
en bestrijdingsmiddelen. In de Europese Unie krijgt een nieuwe toevoeging pas een E-nummer nadat
deze is goedgekeurd door de Europese Voedselveiligheids Autoriteit (EFSA).
Een ADI bestaat alleen voor stoffen waarvan is bewezen dat ze niet kankerverwekkend zijn. Stoffen
met kankerverwekkende eigenschappen worden nooit toegestaan in voedsel of in de
voedselproductie en zullen dan ook geen ADI krijgen.
Maat ADI
De ADI staat meestal aangegeven in milligram per kilo lichaamsgewicht. Als de ADI heel klein is,
staat het aangegeven in microgram. Omdat de ADI wordt aangegeven per kilogram lichaamsgewicht
is de aanvaardbare dagelijkse inname voor lichte mensen en kinderen dus lager dan voor mensen die
zwaarder zijn.
Bijvoorbeeld een persoon van 70 kilo mag van een toevoeging met een ADI van 40 milligram per kilo:
70 (kilo) x 40 (milligram) = 2,8 gram per dag binnen krijgen, terwijl een kind van 10 kg er maar 10
(kilo) x 40 (milligram) = 400 milligram per dag van binnen mag krijgen.
Bepalen van de ADI
Meestal zijn er dierproeven nodig om de ADI vast te stellen. Dieren krijgen verschillende
hoeveelheden van de stof toegediend om zo de hoogste dosis te bepalen waarbij er geen negatieve
effecten te zien zijn. Deze dosis wordt No Observed Adverse Effect Level (NOAEL) genoemd.
Het NOAEL is slechts de basis voor de ADI. Voor mensen zou de stof schadelijker kunnen zijn dan
voor dieren. Daarom wordt de NOAEL door 10 gedeeld. Maar ook de gevoeligheid tussen mensen
verschilt. Denk hierbij aan ouderen, mensen met verminderde weerstand, zieken, zwangere
vrouwen, baby’s en kinderen. Het getal wordt daarom nogmaals door 10 gedeeld. Bij elkaar is dit
een extra veiligheidsmarge van 100.
, Zijn er bij dierproeven geen nadelige effecten te zien bij de hoogste dosis die is gegeven, en er zijn
bij mensen geen negatieve gevolgen te verwachten, dan is er geen maximum voor de inname van
deze stof. De ADI staat dan weergegeven als ‘onbeperkt’.
ARfD
Naast de ADI wordt voor bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen ook nog een acute referentie
dosis (ARfD) vastgesteld. Dat is een schatting van de hoeveelheid van een stof in voedsel of
drinkwater die je binnen 24 uur kan innemen zonder noemenswaardige gezondheidseffecten.
Aan de hand van de ADI en ARfD wordt vastgesteld wat de maximale residu limiet(MRL) van
bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen in een voedingsmiddel mag zijn.
TDI
Voor stoffen die niet bewust aan voeding worden toegevoegd geldt eentoelaatbare dagelijkse
inname (TDI). Het gaat dan om milieuverontreinigingen zoals dioxines, pcb’s, zware
metalen en natuurlijke gifstoffen.
Maximale residu limiet (MRL)
De maximale residu limiet (MRL) bepaalt hoeveel van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel er maximaal in een product mag zitten.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert met steekproeven of
bijvoorbeeld groente, en fruit en vlees voldoen aan de wettelijke norm voor
bestrijdingsmiddelen en diergeneesmiddelen.
Als er teveel bestrijdingsmiddel of diergeneesmiddel in een product zit, betekent dit niet
meteen dat het product schadelijk is voor de gezondheid. Dit komt door een grote
veiligheidsmarge. Uit voorzorg kan het product toch uit de winkelschappen gehaald worden.
Inhoud
Omschrijving
Veiligheid
Omschrijving
De maximale residu limiet (MRL) is de maximale hoeveelheid van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel die in een voedingsmiddel voor mag komen.
Bepalen van de MRL
Bij het vaststellen van de MRL spelen de volgende zaken een rol:
In welke voedingsmiddelen komt de stof voor?
Hoeveel zit er in deze voedingsmiddelen en zijn er andere producten waarin veel meer of
minder zit? Een bepaald bestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt op appels, kan bijvoorbeeld ook op
andere fruitsoorten worden gebruikt. Het kan daarnaast ook nog in appelmoes voorkomen. Op basis
, van deze gegevens kan de MRL voor dit bestrijdingsmiddel lager worden vastgesteld. Zo voorkom je
dat mensen in totaal te veel resten van het bestrijdingsmiddel binnenkrijgen.
Hoeveel eet de gemiddelde consument van die producten? En hoeveel eten kwetsbare
groepen ervan, zoals kinderen, zieken, ouderen of zwangere vrouwen?
Hoeveel eten liefhebbers gemiddeld per dag van die producten?
Hoe giftig is de stof? Hoeveel mag een mens er iedere dag van innemen zonder enig
gezondheidseffect?
Met de antwoorden op deze vragen kan de MRL worden berekend.
Good Agricultural Practices
Bij het vaststellen van de MRL wordt ook rekening gehouden met de regels voor ‘Good Agricultural
Practices' (GAP). De boer mag niet meer van een middel gebruiken dan strikt noodzakelijk is om
ziekten en plagen te bestrijden. Zo worden mens en milieu zo min mogelijk belast.
Veiligheid
De MRL is een wettelijke norm. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit(NVWA) controleert met
steekproeven of groente, fruit en vlees voldoen aan de MRL.
In het geval van een overschrijding van de MRL kijkt de NVWA of het gebruik van het product
schadelijk kan zijn voor de gezondheid. Dit doen ze door te kijken of de aanvaarbare dagelijkse
inname (ADI) of de Acute Referentie Dosis (ARfD) overschreden wordt.
Meestal is het nog niet schadelijk voor je gezondheid als er meer van een bestrijdingsmiddel of
diergeneesmiddel in een product zit dan toegestaan. Als de overschrijding van de MRL te groot is
laat de NVWA producten uit de winkels terughalen.
Grote veiligheidsmarge
In de MRL zit een grote veiligheidsmarge. De MRL wordt zo vastgesteld dat zelfs ‘liefhebbers’, de
mensen die heel veel van bepaalde producten eten, de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) niet
halen. Dit betekent dat als de MRL in één product een keer overschreden wordt, de meeste mensen
bij het eten van het product de ADI niet overschrijden.
Zware metalen
‘Zware metalen’ is de verzamelnaam voor metalen zoals cadmium, kwik, lood, arseen en tin. Ze
kunnen in voedsel en vervolgens in je lichaam terechtkomen.
Een teveel aan zware metalen kan schadelijk zijn voor de gezondheid. In Nederland de kans erg
klein dat je te veel zware metalen binnenkrijgt.
Er is vastgesteld hoeveel van de zware metalen er in een product mag zitten, zonder dat dit de
gezondheid schaadt. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op de
naleving van deze normen.
Inhoud
Omschrijving