Evidence Statement Voorste-kruisbandreconstructie
Epidemiologie:
- 70% van de VKB-rupturen is gebaseerd op een ‘non-contact’ traumamechanisme (krachten
die zorgden voor de ruptuur kwamen van de persoon zelf)
- De incidentie van VKB-rupturen is het hoogste bij jonge mensen (15-40 jaar) die een
pivoterende sport beoefenen (balsport, skiën)
- Vrouwen hebben 2-8 keer grotere kans op VKB-ruptuur bij dezelfde sport
- Per jaar loopt meer dan 3% van de amateursporters en zelfs tot 15% van de topsporters
een VKB-ruptuur op.
- 3-22% van de patiënten krijgen binnen 2 jaar een re-ruptuur.
Voorwaarden voor operatie:
- Aanhoudende functionele instabiliteit van de knie/ giving way klachten
- Artrofibrose zo veel mogelijk voorkomen -> pas operatie bij geminimaliseerde synoviale
reactie, volledige extensie, goede mobiliteit van de patella, controle over m. quadriceps en
normaal looppatroon.
- Het verschil in krachtverlies tussen het aangedane en het gezonde been mag niet meer dan
20% zijn.
Preoperatieve behandeling:
- Therapeut geeft informatie over het lopen met krukken, en het algemene revalidatieproces
- Klinimetrie: stroke-test (hydrops vaststellen), Passieve ROM, Visual analog scale of KOOS,
krachtmeting m. quadriceps en hamstrings
Therapeutisch proces
Communicatie tussen de fysiotherapeut en de behandelend medisch specialist is heel
belangrijk -> preoperatief overleggen over de juiste timing van operatie/ klinimetrie,
postoperatie informatie uitwisselen over de operatie (grafttype, sprake van meniscectomie/
kraakbeenschade, ander ligamentair letsel, etc.)
Postoperatieve behandeling:
- Krachttraining in open en gesloten keten voor optimale resultaat
- Excentrische training van de m. quadriceps en gluteaalmusculatuur al vanaf vroege fase
van de revalidatie
- Naast krachttraining ook neuromusculaire training (balans, dynamische stabiliteit, sport
specifiek)
Revalidatieduur: direct na operatie starten, 9-12 maanden laten duren afhankelijk van de
hulpvraag
Fase 1: DOEL = verminderen hydrops/ synovitis, extensie 0 graden, willekeurige
quadricepscontrole en dynamisch looppatroon binnen 6 – 8 weken.
FUNCTIENIVEAU
a) Mobiliteit
- Goede patellamobiliteit binnen 4-6 weken, d.m.v. passieve mobilisatie van de patella (als
er sprake is van ongelijke patellamobiliteit tussen links en rechts).
, - Mogelijkheid tot 0 graden extensie binnen 2-4 weken d.m.v. geleid actief oefenen en/of
passieve mobilisaties van de extensie.
- Verbetering van de flexie-ROM naar 120-130 graden binnen 4-6 weken d.m.v. ‘heel slides’.
- In geval van warmte/ hydrops/ toename van pijn: therapie evalueren en bijstellen door
rust in te lassen en eventueel NSAID’s
b) Kracht
- Motorische reactivering van de m. quadriceps door het aanspannen van de m. quadriceps
in langzit (actieve knie-extensie).
- Isometrische quadricepsoefeningen opgebouwd naar concentrische en excentrische
oefeningen.
- Quadricepstraining in gesloten keten m.b.v. de leg press/ squad/ step up
- Vanaf week 4 quadricepsoefeningen in een open keten -> bij een BPTB-graft met extra
weerstand, bij HS-graft zonde extra weerstand (ROM 90 – 45 graden)
- Concentrische en excentrische training van de gluteaalmusculatuur met abductie in
zijligging of stand, de hamstrings en de kuitmusculatuur (standing heel raises)
ACTIVITEITEN- EN PARTICIPATIENIVEAU
a) Neuromusculair
- Neuromusculaire training op beide benen of met gewicht verplaatsen (geleidelijk
uitbreiden)
- Oefenen op 1 been, steeds minder stabiele ondergrond, met ogen dicht, dubbeltaken
(motorisch/ cognitief)
- Aandacht besteden aan de juiste positie van romp, bekken, heup en knie
b) Wandelen en fietsen
- Steun nemen op het geopereerde been, eventueel met krukken (de patiënt moet met
krukken blijven lopen zolang het looppatroon zonder nog niet goed is -> geen actieve
extensie)
- Mobiliserend + warming-up: fietsen op een hometrainer (als de knieflexie ongeveer 100
graden is)
Afwijkend beloop
- Als de wond niet sluit of er een infectie optreedt.
- Als de mobiliteit van de patella na 6 – 8 weken nog steeds erg verminderd is.
- Als na 6 – 8 weken de (belaste) extensie minder is dan 0 graden of de extensie afneemt.
- Als er na 6 – 8 weken nog geen willekeurige controle is van de m. quadriceps.
- Als de patiënt na 6 – 8 weken nog steeds een afwijkend looppatroon heeft met een
aanhoudende contractie van de m. quadriceps/ m. hamstrings -> looppatroon trainen
voordat wordt overgegaan naar fase 2
Criteria voor start fase 2:
- Gesloten wond zonder infectie
- Geen pijn in de knie bij belaste oefeningen in fase 1
- Minimale hydrops/ synovitis
- Normale mobiliteit van de patella
- Volledige extensie (0 graden) en een flexie van minimaal 120 – 130 graden
- Willekeurige aanspanning m. quadriceps mogelijk
Epidemiologie:
- 70% van de VKB-rupturen is gebaseerd op een ‘non-contact’ traumamechanisme (krachten
die zorgden voor de ruptuur kwamen van de persoon zelf)
- De incidentie van VKB-rupturen is het hoogste bij jonge mensen (15-40 jaar) die een
pivoterende sport beoefenen (balsport, skiën)
- Vrouwen hebben 2-8 keer grotere kans op VKB-ruptuur bij dezelfde sport
- Per jaar loopt meer dan 3% van de amateursporters en zelfs tot 15% van de topsporters
een VKB-ruptuur op.
- 3-22% van de patiënten krijgen binnen 2 jaar een re-ruptuur.
Voorwaarden voor operatie:
- Aanhoudende functionele instabiliteit van de knie/ giving way klachten
- Artrofibrose zo veel mogelijk voorkomen -> pas operatie bij geminimaliseerde synoviale
reactie, volledige extensie, goede mobiliteit van de patella, controle over m. quadriceps en
normaal looppatroon.
- Het verschil in krachtverlies tussen het aangedane en het gezonde been mag niet meer dan
20% zijn.
Preoperatieve behandeling:
- Therapeut geeft informatie over het lopen met krukken, en het algemene revalidatieproces
- Klinimetrie: stroke-test (hydrops vaststellen), Passieve ROM, Visual analog scale of KOOS,
krachtmeting m. quadriceps en hamstrings
Therapeutisch proces
Communicatie tussen de fysiotherapeut en de behandelend medisch specialist is heel
belangrijk -> preoperatief overleggen over de juiste timing van operatie/ klinimetrie,
postoperatie informatie uitwisselen over de operatie (grafttype, sprake van meniscectomie/
kraakbeenschade, ander ligamentair letsel, etc.)
Postoperatieve behandeling:
- Krachttraining in open en gesloten keten voor optimale resultaat
- Excentrische training van de m. quadriceps en gluteaalmusculatuur al vanaf vroege fase
van de revalidatie
- Naast krachttraining ook neuromusculaire training (balans, dynamische stabiliteit, sport
specifiek)
Revalidatieduur: direct na operatie starten, 9-12 maanden laten duren afhankelijk van de
hulpvraag
Fase 1: DOEL = verminderen hydrops/ synovitis, extensie 0 graden, willekeurige
quadricepscontrole en dynamisch looppatroon binnen 6 – 8 weken.
FUNCTIENIVEAU
a) Mobiliteit
- Goede patellamobiliteit binnen 4-6 weken, d.m.v. passieve mobilisatie van de patella (als
er sprake is van ongelijke patellamobiliteit tussen links en rechts).
, - Mogelijkheid tot 0 graden extensie binnen 2-4 weken d.m.v. geleid actief oefenen en/of
passieve mobilisaties van de extensie.
- Verbetering van de flexie-ROM naar 120-130 graden binnen 4-6 weken d.m.v. ‘heel slides’.
- In geval van warmte/ hydrops/ toename van pijn: therapie evalueren en bijstellen door
rust in te lassen en eventueel NSAID’s
b) Kracht
- Motorische reactivering van de m. quadriceps door het aanspannen van de m. quadriceps
in langzit (actieve knie-extensie).
- Isometrische quadricepsoefeningen opgebouwd naar concentrische en excentrische
oefeningen.
- Quadricepstraining in gesloten keten m.b.v. de leg press/ squad/ step up
- Vanaf week 4 quadricepsoefeningen in een open keten -> bij een BPTB-graft met extra
weerstand, bij HS-graft zonde extra weerstand (ROM 90 – 45 graden)
- Concentrische en excentrische training van de gluteaalmusculatuur met abductie in
zijligging of stand, de hamstrings en de kuitmusculatuur (standing heel raises)
ACTIVITEITEN- EN PARTICIPATIENIVEAU
a) Neuromusculair
- Neuromusculaire training op beide benen of met gewicht verplaatsen (geleidelijk
uitbreiden)
- Oefenen op 1 been, steeds minder stabiele ondergrond, met ogen dicht, dubbeltaken
(motorisch/ cognitief)
- Aandacht besteden aan de juiste positie van romp, bekken, heup en knie
b) Wandelen en fietsen
- Steun nemen op het geopereerde been, eventueel met krukken (de patiënt moet met
krukken blijven lopen zolang het looppatroon zonder nog niet goed is -> geen actieve
extensie)
- Mobiliserend + warming-up: fietsen op een hometrainer (als de knieflexie ongeveer 100
graden is)
Afwijkend beloop
- Als de wond niet sluit of er een infectie optreedt.
- Als de mobiliteit van de patella na 6 – 8 weken nog steeds erg verminderd is.
- Als na 6 – 8 weken de (belaste) extensie minder is dan 0 graden of de extensie afneemt.
- Als er na 6 – 8 weken nog geen willekeurige controle is van de m. quadriceps.
- Als de patiënt na 6 – 8 weken nog steeds een afwijkend looppatroon heeft met een
aanhoudende contractie van de m. quadriceps/ m. hamstrings -> looppatroon trainen
voordat wordt overgegaan naar fase 2
Criteria voor start fase 2:
- Gesloten wond zonder infectie
- Geen pijn in de knie bij belaste oefeningen in fase 1
- Minimale hydrops/ synovitis
- Normale mobiliteit van de patella
- Volledige extensie (0 graden) en een flexie van minimaal 120 – 130 graden
- Willekeurige aanspanning m. quadriceps mogelijk