Samenvatting artikelen HRD Saxion 2014/2015 HRBM
Belangrijke begrippen algemeen:
Macroniveau: arbeidsmarkt
Mesoniveau: loopbaanontwikkeling in organisaties
Microniveau: individuele werknemer
Ontwikkelingen en knelpunten in de huidige en toekomstige arbeidsmarkt:
1. Door vergrijzing en ontgroening neemt de potentiele beroepsbevolking de
komende decennia af met bijna een miljoen (!)
2. De arbeidsparticipatie zal verder moeten stijgen. Meer mensen moeten
langer en beter aan het werk.
3. Arbeids(im)migratie biedt geen structurele oplossing voor de toekomstige
tekorten op de arbeidsmarkt
4. Functies veranderen snel en hierdoor verhoogt de noodzaak tot upgrading
van werknemers. Hiernaast veranderen ook de gewenste kwalificaties.
5. Nederland ontwikkelt zich steeds meer naar een kenniseconomie waar een
hoop opleidingsniveau van belang is
6. In een welvarend land zijn we het verplicht om iedereen perspectief te
bieden op werk en iedereen in staat te stellen zijn/haar talenten te
ontwikkelen
7. Het is duidelijk dat als we niet meer mensen aan het werk krijgen, het
huidige niveau van de verzorgingsstaat niet kan worden gehandhaafd
en de sociale samenhang onder druk komt te staan
8. Bij het formuleren van maatregelen draait het om het stimuleren van de
positieve transities naar werk en het afremmen van de negatieve transities
naar inactiviteit.
Wat is er nog meer aan de hand?
1. Steeds meer flexbanen (positief/negatief?)
2. Individualisering
3. Loopbaan: niet kijken naar: Wat heb ik nodig? Maar: Welke talenten kan ik
verder ontwikkelen?
4. Geen baan meer voor het leven
5. Gevolg: onzekerheid, mindere motivatie, problemen met ego, status, sociale
positie.
6. Strengere eisen voor arbeidsongeschiktheid maar waar zoek je een nieuwe
baan?
,Muffels, Flexibiliteit en zekerheid op een dynamische
arbeidsmarkt.
1. Wat zijn de kenmerken van de flexibele arbeidsmarkt in
Nederland?
1. Grootste flexibele schil
2. Verminderde inkomen- en werkzekerheid
3. De kans om in een flexibele baan te werken is in Nederland groter voor vrouwen,
jongeren laagopgeleiden. Onder jongeren geldt dit vaak voor studenten.
Naar beroep en sector zijn er wel verschillen
4. Flexwerkers krijgen minder bedrijfsspecifieke trainingen dan vaste medewerkers,
ze krijgen wel meer algemene trainingen. In andere landen krijgt men minder
algemene training.
2. Wat zijn de belangrijkste gevolgen van deze
flexibilisering voor de (arbeids)mobiliteit van werkenden?
Hoe is dat in vergelijking met andere landen?
1. De toename van de flexibele schil heeft er toe geleid dat de arbeidsmobiliteit is
toegenomen. Er wordt weinig geïnvesteerd in werknemer met een tijdelijk contract.
2. De afgelopen 10 jaar zijn er weinig tijdelijke banen met uitzicht op vaste banen
omgezet in vaste banen
3. Er komen steeds meer flexwerkers die onvrijwillig een flexibele baan hebben
Nederland heeft relatief veel mensen met tijdelijke contracten, maar een relatief
laag doorstroompercentage.
3. Wat zijn de sociale gevolgen van flexibilisering?
- Toenemende ongelijkheid (tussen werknemers met een vast en tijdelijk contract)
- Ongelijke kansen op inkomen- en werkzekerheid
3.1 Wat wordt bedoeld met dualisme op de arbeidsmarkt?
De verdeling tussen vaste en tijdelijke contracten
3.2 Wat zijn de gevolgen van flexibilisering voor jongeren?
- De kans op een goede baan is gering
- Carrièreladders bestaan niet meer
- Veel jongeren werken onder niveau
- Jongeren zijn langer werkloos
3.3 Wat wordt bedoeld met toernooibanen?
Aantrekkelijke, gewilde banen voor jongeren (er wordt onderling gevochten voor
een baan).
3.4 Wat zijn de gevolgen voor het beroep op uitkeringen? (paragraaf 3:
Sociale gevolgen van flexibilisering).
Jongeren met een tijdelijk contract hebben een grotere kans op instroom in de
ziektewet en arbeidsongeschiktheidsregelingen.
4. Wat ontstaat een betere balans tussen flexibiliteit en
zekerheid (paragraaf 4. Instituties voor werkzekerheid)
, Risicomanagement(zowel van werknemer, werkgever en overheid) en risicodeling
(bijv. werktijdverkorting).
Kluitmans, Recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
Tussen arbeidsorganisatie en arbeidsmarkt.
Stelling artikel: Einde life-time employment:
Dit heeft 3 concequenties:
1. Interne arbeidsmarkten verdwijnen, hierdoor komt de verantwoordelijkheid
voor de loopbaan meer bij de werknemer zelf te liggen, dit pikt de werknemer
maar mondjesmaat op.
2. Organisaties worden platter, de functiegrenzen vervagen en worden meer
fluïde.
3. Er ontstaat een transitionele arbeidsmarkt, dit komt door flexibilisering
van arbeidsrelaties.
Wat betekent dit voor loopbanen?
1. In plaats van een eenmalige beroepskeuze wordt het ontwikkelen en
onderhouden van loopbaancompetenties steeds belangrijker.
2. Loopbanen zullen in de toekomst minder lineair verlopen en tussentijds
kunnen ingrijpende loopbaanheroriëntaties noodzakelijk blijken.
Van der Veen, Eigentijdse arbeidsrelaties en voorwaarden
voor werkzekerheid
Vraagstelling van het artikel:
Hoe kan in een moderne economie arbeidsmarktbeleid op een optimale
manier worden vormgegeven?
Door Flexicurity: optimale flexibiliteit voor werkgevers wordt gecombineerd met
een optimale bescherming van de werknemer.
De duale arbeidsmarkt.
Voordelen:
1. Numerieke, maar ook functionele flexibiliteit bevorderen de efficiëntie van
het productieproces.
Nadelen:
1. Numerieke flexibiliteit treft specifieke groepen ‘ disproportioneel’:
- Jongeren, laaggeschoolden, allochtonen en vrouwen.
2. Postindustriële arbeid stelt hogere eisen en dat leidt tot een verharding van
de scheidslijnen op de arbeidsmarkt -> insiders en outsiders
Belangrijke begrippen algemeen:
Macroniveau: arbeidsmarkt
Mesoniveau: loopbaanontwikkeling in organisaties
Microniveau: individuele werknemer
Ontwikkelingen en knelpunten in de huidige en toekomstige arbeidsmarkt:
1. Door vergrijzing en ontgroening neemt de potentiele beroepsbevolking de
komende decennia af met bijna een miljoen (!)
2. De arbeidsparticipatie zal verder moeten stijgen. Meer mensen moeten
langer en beter aan het werk.
3. Arbeids(im)migratie biedt geen structurele oplossing voor de toekomstige
tekorten op de arbeidsmarkt
4. Functies veranderen snel en hierdoor verhoogt de noodzaak tot upgrading
van werknemers. Hiernaast veranderen ook de gewenste kwalificaties.
5. Nederland ontwikkelt zich steeds meer naar een kenniseconomie waar een
hoop opleidingsniveau van belang is
6. In een welvarend land zijn we het verplicht om iedereen perspectief te
bieden op werk en iedereen in staat te stellen zijn/haar talenten te
ontwikkelen
7. Het is duidelijk dat als we niet meer mensen aan het werk krijgen, het
huidige niveau van de verzorgingsstaat niet kan worden gehandhaafd
en de sociale samenhang onder druk komt te staan
8. Bij het formuleren van maatregelen draait het om het stimuleren van de
positieve transities naar werk en het afremmen van de negatieve transities
naar inactiviteit.
Wat is er nog meer aan de hand?
1. Steeds meer flexbanen (positief/negatief?)
2. Individualisering
3. Loopbaan: niet kijken naar: Wat heb ik nodig? Maar: Welke talenten kan ik
verder ontwikkelen?
4. Geen baan meer voor het leven
5. Gevolg: onzekerheid, mindere motivatie, problemen met ego, status, sociale
positie.
6. Strengere eisen voor arbeidsongeschiktheid maar waar zoek je een nieuwe
baan?
,Muffels, Flexibiliteit en zekerheid op een dynamische
arbeidsmarkt.
1. Wat zijn de kenmerken van de flexibele arbeidsmarkt in
Nederland?
1. Grootste flexibele schil
2. Verminderde inkomen- en werkzekerheid
3. De kans om in een flexibele baan te werken is in Nederland groter voor vrouwen,
jongeren laagopgeleiden. Onder jongeren geldt dit vaak voor studenten.
Naar beroep en sector zijn er wel verschillen
4. Flexwerkers krijgen minder bedrijfsspecifieke trainingen dan vaste medewerkers,
ze krijgen wel meer algemene trainingen. In andere landen krijgt men minder
algemene training.
2. Wat zijn de belangrijkste gevolgen van deze
flexibilisering voor de (arbeids)mobiliteit van werkenden?
Hoe is dat in vergelijking met andere landen?
1. De toename van de flexibele schil heeft er toe geleid dat de arbeidsmobiliteit is
toegenomen. Er wordt weinig geïnvesteerd in werknemer met een tijdelijk contract.
2. De afgelopen 10 jaar zijn er weinig tijdelijke banen met uitzicht op vaste banen
omgezet in vaste banen
3. Er komen steeds meer flexwerkers die onvrijwillig een flexibele baan hebben
Nederland heeft relatief veel mensen met tijdelijke contracten, maar een relatief
laag doorstroompercentage.
3. Wat zijn de sociale gevolgen van flexibilisering?
- Toenemende ongelijkheid (tussen werknemers met een vast en tijdelijk contract)
- Ongelijke kansen op inkomen- en werkzekerheid
3.1 Wat wordt bedoeld met dualisme op de arbeidsmarkt?
De verdeling tussen vaste en tijdelijke contracten
3.2 Wat zijn de gevolgen van flexibilisering voor jongeren?
- De kans op een goede baan is gering
- Carrièreladders bestaan niet meer
- Veel jongeren werken onder niveau
- Jongeren zijn langer werkloos
3.3 Wat wordt bedoeld met toernooibanen?
Aantrekkelijke, gewilde banen voor jongeren (er wordt onderling gevochten voor
een baan).
3.4 Wat zijn de gevolgen voor het beroep op uitkeringen? (paragraaf 3:
Sociale gevolgen van flexibilisering).
Jongeren met een tijdelijk contract hebben een grotere kans op instroom in de
ziektewet en arbeidsongeschiktheidsregelingen.
4. Wat ontstaat een betere balans tussen flexibiliteit en
zekerheid (paragraaf 4. Instituties voor werkzekerheid)
, Risicomanagement(zowel van werknemer, werkgever en overheid) en risicodeling
(bijv. werktijdverkorting).
Kluitmans, Recente ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.
Tussen arbeidsorganisatie en arbeidsmarkt.
Stelling artikel: Einde life-time employment:
Dit heeft 3 concequenties:
1. Interne arbeidsmarkten verdwijnen, hierdoor komt de verantwoordelijkheid
voor de loopbaan meer bij de werknemer zelf te liggen, dit pikt de werknemer
maar mondjesmaat op.
2. Organisaties worden platter, de functiegrenzen vervagen en worden meer
fluïde.
3. Er ontstaat een transitionele arbeidsmarkt, dit komt door flexibilisering
van arbeidsrelaties.
Wat betekent dit voor loopbanen?
1. In plaats van een eenmalige beroepskeuze wordt het ontwikkelen en
onderhouden van loopbaancompetenties steeds belangrijker.
2. Loopbanen zullen in de toekomst minder lineair verlopen en tussentijds
kunnen ingrijpende loopbaanheroriëntaties noodzakelijk blijken.
Van der Veen, Eigentijdse arbeidsrelaties en voorwaarden
voor werkzekerheid
Vraagstelling van het artikel:
Hoe kan in een moderne economie arbeidsmarktbeleid op een optimale
manier worden vormgegeven?
Door Flexicurity: optimale flexibiliteit voor werkgevers wordt gecombineerd met
een optimale bescherming van de werknemer.
De duale arbeidsmarkt.
Voordelen:
1. Numerieke, maar ook functionele flexibiliteit bevorderen de efficiëntie van
het productieproces.
Nadelen:
1. Numerieke flexibiliteit treft specifieke groepen ‘ disproportioneel’:
- Jongeren, laaggeschoolden, allochtonen en vrouwen.
2. Postindustriële arbeid stelt hogere eisen en dat leidt tot een verharding van
de scheidslijnen op de arbeidsmarkt -> insiders en outsiders