Medicatie
1.1 Antipsychotica
Werking: mogelijk door een blokkade van dopaminereceptoren in de
hersenen.
Hypothese: psychose ontstaat door een teveel aan dopamine in de
hersenen.
→Indeling:
Klassiek/typisch: duidelijke extrapiramidale bijwerkingen.
Modern/atypisch: mogelijk minder extrapiramidale bijwerkingen en
binden ook serotoninereceptoren (grotere kans op metaboolsyndroom).
→Indicatie: psychotische symptomen ongeacht de oorzaak of de diagnose.
Antipsychotica werkt dus symptomatisch.
Schizofrenie, schizofreniforme stoornis, schizoaffectieve stoornis,
waanstoornis, kortdurende psychotische stoornis, psychotische stoornis
door aandoening of middel, manische episode, psychotische depressie,
sporadisch: pijn, hik, misselijkheid, braken, slaapstoornissen?, stotteren?
eventueel gedragsstoornissen bij dementie, verstandelijke beperking en
borderline persoonlijkheidsstoornis.
→Optreden effect:
Na uren tot dagen: opwinding↓, rusteloosheid↓
Na dagen tot weken: hallucinaties↓, wanen↓
→Effectiviteit: 70-90% met (acute) schizofrenie verbetert.
> 80% met schizofrenie herstelt in de eerste periode.
Piramidebaan: rechtstreekse baan van motorische schors naar het
ruggenmerg.
Extrapiramidale systeem: basale kernen die betrokken zijn bij
automatische bewegingen, spiertonus en het ruimtegevoel.
→Bijwerkingen:
Antidopaminerg extrapiramidaal: parkinsonisme, acute dystonie (snel
optredende spierkramp), acathisie (rusteloosheid en bewegingsdrang),
tardieve bewegingsstoornissen.
Antinoradrenerg: vooral orthostatische hypotensie.
Antihistaminerg: sufheid, slaperigheid en gewichtstoename.
Anticholinerg: vegetatieve bijwerkingen (b.v. droge mond, misselijkheid,
obstipatie en erectiestoornissen).
Antiserotonerg: metaboolsyndroom.
MALIGNE NEUROLEPTICASYNDROOM (MNS): AUTONOME
HYPOTHALAME EN EXTRAEPIDERMALE DYSFUNCTIE.
1.2 Stemmingsstabilisatoren
Unipolaire stoornis: antidepressiva
Bipolaire stoornis: stemmingsstabilisatoren
→Definitie stemmingsstabilisatoren: acuut effect, profylactisch effect,
zowel manische als depressieve episoden en geen negatief effect van
beiden polen.
Er is geen indeling en de werking is NIET bekend.
→Manische episode en depressieve episode: anti epileptica en atypische
antipsychotica.
PAS OP MET ANTIDEPRESSIVA → GROTERE KANS OP EEN MANIE
1.1 Antipsychotica
Werking: mogelijk door een blokkade van dopaminereceptoren in de
hersenen.
Hypothese: psychose ontstaat door een teveel aan dopamine in de
hersenen.
→Indeling:
Klassiek/typisch: duidelijke extrapiramidale bijwerkingen.
Modern/atypisch: mogelijk minder extrapiramidale bijwerkingen en
binden ook serotoninereceptoren (grotere kans op metaboolsyndroom).
→Indicatie: psychotische symptomen ongeacht de oorzaak of de diagnose.
Antipsychotica werkt dus symptomatisch.
Schizofrenie, schizofreniforme stoornis, schizoaffectieve stoornis,
waanstoornis, kortdurende psychotische stoornis, psychotische stoornis
door aandoening of middel, manische episode, psychotische depressie,
sporadisch: pijn, hik, misselijkheid, braken, slaapstoornissen?, stotteren?
eventueel gedragsstoornissen bij dementie, verstandelijke beperking en
borderline persoonlijkheidsstoornis.
→Optreden effect:
Na uren tot dagen: opwinding↓, rusteloosheid↓
Na dagen tot weken: hallucinaties↓, wanen↓
→Effectiviteit: 70-90% met (acute) schizofrenie verbetert.
> 80% met schizofrenie herstelt in de eerste periode.
Piramidebaan: rechtstreekse baan van motorische schors naar het
ruggenmerg.
Extrapiramidale systeem: basale kernen die betrokken zijn bij
automatische bewegingen, spiertonus en het ruimtegevoel.
→Bijwerkingen:
Antidopaminerg extrapiramidaal: parkinsonisme, acute dystonie (snel
optredende spierkramp), acathisie (rusteloosheid en bewegingsdrang),
tardieve bewegingsstoornissen.
Antinoradrenerg: vooral orthostatische hypotensie.
Antihistaminerg: sufheid, slaperigheid en gewichtstoename.
Anticholinerg: vegetatieve bijwerkingen (b.v. droge mond, misselijkheid,
obstipatie en erectiestoornissen).
Antiserotonerg: metaboolsyndroom.
MALIGNE NEUROLEPTICASYNDROOM (MNS): AUTONOME
HYPOTHALAME EN EXTRAEPIDERMALE DYSFUNCTIE.
1.2 Stemmingsstabilisatoren
Unipolaire stoornis: antidepressiva
Bipolaire stoornis: stemmingsstabilisatoren
→Definitie stemmingsstabilisatoren: acuut effect, profylactisch effect,
zowel manische als depressieve episoden en geen negatief effect van
beiden polen.
Er is geen indeling en de werking is NIET bekend.
→Manische episode en depressieve episode: anti epileptica en atypische
antipsychotica.
PAS OP MET ANTIDEPRESSIVA → GROTERE KANS OP EEN MANIE