1 Mw. Van der Aa heeft de ziekte van Alzheimer. Als zij een verhaal vertelt,
merkt zij dat zij een hiaat in haar geheugen heeft. Zij vult dit hiaat op met
een eigen verhaal.
Hoe heet dit verschijnsel?
A Hypovigiliteit
B Confabulatie
C Apraxie
D Desoriëntatie
2 Beoordeel de volgende stellingen op hun juistheid:
I Bij schizofrenie zijn er op een hersenscan vaak vergrote hersenventrikels
zichtbaar.
II Een opvoeding met veel tegenstrijdige opdrachten kan schizofrenie tot
gevolg hebben.
A Alleen stelling I is juist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Beide stellingen zijn onjuist
3 Wat is een belangrijk kenmerk van een bipolaire I-stoornis?
A Naast depressie komen alleen hypomane perioden voor
B Er komen alleen hypomane perioden voor, zonder depressie
C Er komen alleen manische episoden voor, geen depressie
D Naast depressieve episoden treden ook manische episoden op.
4 Dhr. Bb heeft perioden met extreme angst. Zijn hart gaat sneller kloppen, hij
zweet, zijn ademhaling gaat sneller. Hij wordt dan bang voor een hartaanval.
Aan welke stoornis zal dhr. Bb lijden?
A Agorafobie
B Paniekstoornis
C Specifieke fobie
D Sociale angststoornis
5 Wie heeft de grootste kans op het 9ontwikkelen van hypochondrie?
A Een topsporter
B Een student economie
C Een huisvrouw
D Een zakenman
6 Dhr. Cc staat graag in het middelpunt. Hij heeft een groot gevoel van
merkt zij dat zij een hiaat in haar geheugen heeft. Zij vult dit hiaat op met
een eigen verhaal.
Hoe heet dit verschijnsel?
A Hypovigiliteit
B Confabulatie
C Apraxie
D Desoriëntatie
2 Beoordeel de volgende stellingen op hun juistheid:
I Bij schizofrenie zijn er op een hersenscan vaak vergrote hersenventrikels
zichtbaar.
II Een opvoeding met veel tegenstrijdige opdrachten kan schizofrenie tot
gevolg hebben.
A Alleen stelling I is juist
B Alleen stelling II is juist
C Beide stellingen zijn juist
D Beide stellingen zijn onjuist
3 Wat is een belangrijk kenmerk van een bipolaire I-stoornis?
A Naast depressie komen alleen hypomane perioden voor
B Er komen alleen hypomane perioden voor, zonder depressie
C Er komen alleen manische episoden voor, geen depressie
D Naast depressieve episoden treden ook manische episoden op.
4 Dhr. Bb heeft perioden met extreme angst. Zijn hart gaat sneller kloppen, hij
zweet, zijn ademhaling gaat sneller. Hij wordt dan bang voor een hartaanval.
Aan welke stoornis zal dhr. Bb lijden?
A Agorafobie
B Paniekstoornis
C Specifieke fobie
D Sociale angststoornis
5 Wie heeft de grootste kans op het 9ontwikkelen van hypochondrie?
A Een topsporter
B Een student economie
C Een huisvrouw
D Een zakenman
6 Dhr. Cc staat graag in het middelpunt. Hij heeft een groot gevoel van