Engels grammatica
Some and any
Some:
Bevestigende zinnen
- Er was (wat) geld over -> There was some money left.
In vragende zinnen als het verwachte antwoord bevestigend is
- Kun je me enkele foto’s van jullie gezin sturen, alsjeblieft? -> Can you send me some
pictures of your family, please?
Some = een of andere
- Vader gaf me een of andere cd met Ierse volksmuziek -> Dad gave me some CD with
Irish folk music.
Some + getal = ongeveer, zo’n
- Ik heb ongeveer 300 euro betaald voor mijn stereo-installatie -> I’ve paid some 300
euros for my stereo.
Any:
Vragende zinnen
- Was er nog (wat) geld over? -> Was there any money left?
Ontkennende zinnen
- There wasn’t any money left -> There wasn’t any money left.
Bijna + niets/niemand/nergens = hardly + anything/anyone/anywhere
- Hij is bijna nergens geweest -> He has been hardly anywhere.
Any = elke (wie/welke/wat dan ook)
- Vraag het maar aan elke dokter -> Ask any docter
Adjectives and adverbs
Adjective (bijvoeglijke naamwoord):
1. Zegt iets over zelfstandignaamwoord
- Die film was geweldig -> That film was awesome.
2. Bn met getal -> met streepjes
- Een zestienjarige jongen -> a sixteen-year-old boy
Adverb (bijwoord):
1. Vaak worden adverbs gevormd door -ly achter een adjective te plakken
- L -> ly
- Y -> ily
- Ble -> bly
Some and any
Some:
Bevestigende zinnen
- Er was (wat) geld over -> There was some money left.
In vragende zinnen als het verwachte antwoord bevestigend is
- Kun je me enkele foto’s van jullie gezin sturen, alsjeblieft? -> Can you send me some
pictures of your family, please?
Some = een of andere
- Vader gaf me een of andere cd met Ierse volksmuziek -> Dad gave me some CD with
Irish folk music.
Some + getal = ongeveer, zo’n
- Ik heb ongeveer 300 euro betaald voor mijn stereo-installatie -> I’ve paid some 300
euros for my stereo.
Any:
Vragende zinnen
- Was er nog (wat) geld over? -> Was there any money left?
Ontkennende zinnen
- There wasn’t any money left -> There wasn’t any money left.
Bijna + niets/niemand/nergens = hardly + anything/anyone/anywhere
- Hij is bijna nergens geweest -> He has been hardly anywhere.
Any = elke (wie/welke/wat dan ook)
- Vraag het maar aan elke dokter -> Ask any docter
Adjectives and adverbs
Adjective (bijvoeglijke naamwoord):
1. Zegt iets over zelfstandignaamwoord
- Die film was geweldig -> That film was awesome.
2. Bn met getal -> met streepjes
- Een zestienjarige jongen -> a sixteen-year-old boy
Adverb (bijwoord):
1. Vaak worden adverbs gevormd door -ly achter een adjective te plakken
- L -> ly
- Y -> ily
- Ble -> bly