Weer en klimaat
Hogedruk en lagedruk
Hogedruk gebied: - De bewolking lost op.
- Blijft stil staan
- Drukt alles weg
- Wind met de klok mee.
Lagedruk gebied: - De bewolking ontstaat / blijft (persistent)
- Neiging om te bewegen
- Wind tegen de klok in.
- Opwaartse druk.
Wind neemt de kenmerken van het oppervlak mee.
Luchtdeeltjes bewegen door de draaiing van de aarde richting rechts coriolis effect.
Vele van deze luchtdeeltjes samen zorgen voor een jetstream.
Opbouw atmosfeer in windsystemen 4 niveaus.
Jetstream +/- 5km
Fronten en L+H +/- 3km
Regionaal systeem +/- 1km Bodem heeft veel invloed.
Lokaal +/- 500m
Op de regionale schaal zorgt de regionale circulatie ervoor dat er toch wolken kunnen
vormen.
Als je het weer wilt voorspellen en je komt er niet uit… Wissel van schaalniveau!
Elk schaalniveau heeft invloed op elkaar (op volgorde). De invloed naar beneden is veel
sterker als die naar boven.
Bodemgroepen
Veel invloed binnen een land.
Noord-Brabant ligt veel zand en is dus iets warmer.
3 types: Zand
Klei
Veen.
Barometer
Hoge druk: 1010 -1030
Lage druk: 960 – 980
Ruimte tijd: - Dagelijks - Seizoenen - Jaarlijks
Altijd wind tegen in de stad.
, Weer en klimaat les 2
Globale circulatie
Situatie 1:
Warme lucht vanaf de evenaar naar de polen.
Koude lucht naar de evenaar.
Zon is de motor van de lucht circulatie.
Lucht is het warmst bij de evenaar. (18km tot aan tropopauze)
Lucht bij de polen (3km tot aan tropopauze)
Naarmate de lucht richting de polen beweegt wordt de lucht kouder en de lucht wordt warmer
richting de evenaar.
Warme lucht bij de polen door het samenpersen van de lucht.
Warme lucht bij de evenaar door zonne-instraling.
“Werkelijkheid”
De luchtstromen op het aardoppervlak nemen de kenmerken over.
Op 300 splitst de lucht. De lucht die nog nat is en de lucht die naar
boven ontsnapt.
Door de instraling is de lucht warmer in vergelijking met de
bovenlucht.
0-30 Hadleycel
30-60 Ferrercel
60 – 90 ?
De cellen bewegen afhankelijk van het seizoen.
Frontvorming bij polen en gematigde zone: koude lucht botst tegen
warme lucht
Hoe noordelijker de lucht komt hoe kouder de lucht is.
De tropen zijn even warm als de woestijnen alleen meer regen waardoor de temperatuur
wordt getemperd.
Ferrercel
Als het middelste circulatiesysteem zwak is gaan de overige
twee cellen zich uitbreiden en botsen ze: front. Koude massa
kruipt eronder en warme massa stijgt.
Fronten zijn altijd schuin.
Jetstream
Hogedruk en lagedruk
Hogedruk gebied: - De bewolking lost op.
- Blijft stil staan
- Drukt alles weg
- Wind met de klok mee.
Lagedruk gebied: - De bewolking ontstaat / blijft (persistent)
- Neiging om te bewegen
- Wind tegen de klok in.
- Opwaartse druk.
Wind neemt de kenmerken van het oppervlak mee.
Luchtdeeltjes bewegen door de draaiing van de aarde richting rechts coriolis effect.
Vele van deze luchtdeeltjes samen zorgen voor een jetstream.
Opbouw atmosfeer in windsystemen 4 niveaus.
Jetstream +/- 5km
Fronten en L+H +/- 3km
Regionaal systeem +/- 1km Bodem heeft veel invloed.
Lokaal +/- 500m
Op de regionale schaal zorgt de regionale circulatie ervoor dat er toch wolken kunnen
vormen.
Als je het weer wilt voorspellen en je komt er niet uit… Wissel van schaalniveau!
Elk schaalniveau heeft invloed op elkaar (op volgorde). De invloed naar beneden is veel
sterker als die naar boven.
Bodemgroepen
Veel invloed binnen een land.
Noord-Brabant ligt veel zand en is dus iets warmer.
3 types: Zand
Klei
Veen.
Barometer
Hoge druk: 1010 -1030
Lage druk: 960 – 980
Ruimte tijd: - Dagelijks - Seizoenen - Jaarlijks
Altijd wind tegen in de stad.
, Weer en klimaat les 2
Globale circulatie
Situatie 1:
Warme lucht vanaf de evenaar naar de polen.
Koude lucht naar de evenaar.
Zon is de motor van de lucht circulatie.
Lucht is het warmst bij de evenaar. (18km tot aan tropopauze)
Lucht bij de polen (3km tot aan tropopauze)
Naarmate de lucht richting de polen beweegt wordt de lucht kouder en de lucht wordt warmer
richting de evenaar.
Warme lucht bij de polen door het samenpersen van de lucht.
Warme lucht bij de evenaar door zonne-instraling.
“Werkelijkheid”
De luchtstromen op het aardoppervlak nemen de kenmerken over.
Op 300 splitst de lucht. De lucht die nog nat is en de lucht die naar
boven ontsnapt.
Door de instraling is de lucht warmer in vergelijking met de
bovenlucht.
0-30 Hadleycel
30-60 Ferrercel
60 – 90 ?
De cellen bewegen afhankelijk van het seizoen.
Frontvorming bij polen en gematigde zone: koude lucht botst tegen
warme lucht
Hoe noordelijker de lucht komt hoe kouder de lucht is.
De tropen zijn even warm als de woestijnen alleen meer regen waardoor de temperatuur
wordt getemperd.
Ferrercel
Als het middelste circulatiesysteem zwak is gaan de overige
twee cellen zich uitbreiden en botsen ze: front. Koude massa
kruipt eronder en warme massa stijgt.
Fronten zijn altijd schuin.
Jetstream