Stadgeografie
Bestuderen bij stadsgeografie 1. Materiaal object:
metropool/stad/dorp/wijk
2. Formeel object: Hoe wordt het bestudeerd?
1. Samenhang tussen
gebieden en verschijnselen
2. Verandering, interactie,
diversiteit en perceptie
Relevatie:
- Groei steden
- Ontwikkeling steden
- Opbouw vna steden
Kennis maatschappelijke vraagstukken
- Leefbaarheid
- Segregatie
- Criminaliteit en no go areas
De wereld groei per weer 3miljoen extra stedelingen. Vooral in afrika en azie
weinig stedelingen.
Urbanisatiegraad ligt hoog. De rest van de wereld veel stedelingen met een lage
urbanisatiegraad.
Gntrification: Opwaardering van een stadsdeel.
Definitie stad:
1. Getalsmatig: Hoeveel inwoners
2. Morfologisch: Vormen/bebouwingsdichtheid en bouwhoogte
3. Economisch: beroepsbevolking/voorzieningen.
4. Kenmerken van de samenleving: Leefstijl
In Nederland:
1. Stedelijk Meer dan 1000 adressen.
2. Platteland minder dan 1000 adressen.
Eurostat
1. Dichtbevolkt gebied Aan elkaar grenzende gemeentes. 50.000 inwoners of
meer
2. Gemengd gebied Aan elkaar grenzende gemeentes. 50.000 inwoners of
minder
3 Dunbevolkt gebied Grenzende gemeentes minder dan 100 mensen per km 2
Urbaan-Ruraal Continuum
,De overgang van het
platteland naar de stad. Het
wordt steeds minder
bebouwd als je naar het
platteland gaat.
Definitie stad in Nederland:
Uitgestrekt gebied van een of
meerdere centrale steden of
daaraan vast gegroeide voorsteden.
, Site en situation factoren (locatiefactoren) zijn van invloed op het ontstaan van
steden.
Site kenmerken van de plaats
- Bescherming
- Natuurlijke omgeving
-
Situation kenmerken die samenhangen met de plaats
- Economische groei
- Cultuur/religie
- Bestuur en administratie
Voorbeelden locatiefactoren
- Water en voedsel - brandstof - bouwmateriaal
- overstromingen - reliëf - veiligheid
De Nederlandse stad
Vaak centraal gelegen een station.
Genius Loci: De elementen uit en stad zoals grondgebruik, bouwstijlen en
stratenpatronen.
Steden in de klassieke oudheid:
- beperkte spreiding
- planmatige ruimtelijke ontwikkeling
o centraal bestuur
o hoge organisatiegraad
Middeleeuwse stad
- geen planmatige ontwikkeling
- omvang steden beperkt
- ruimte gebrek stuurt ruimtelijke ontwikkeling
o terug te zien in artefactueel morfologisch patroon (uiterlijk)
- ruimtelijke segragatie
Bestuderen bij stadsgeografie 1. Materiaal object:
metropool/stad/dorp/wijk
2. Formeel object: Hoe wordt het bestudeerd?
1. Samenhang tussen
gebieden en verschijnselen
2. Verandering, interactie,
diversiteit en perceptie
Relevatie:
- Groei steden
- Ontwikkeling steden
- Opbouw vna steden
Kennis maatschappelijke vraagstukken
- Leefbaarheid
- Segregatie
- Criminaliteit en no go areas
De wereld groei per weer 3miljoen extra stedelingen. Vooral in afrika en azie
weinig stedelingen.
Urbanisatiegraad ligt hoog. De rest van de wereld veel stedelingen met een lage
urbanisatiegraad.
Gntrification: Opwaardering van een stadsdeel.
Definitie stad:
1. Getalsmatig: Hoeveel inwoners
2. Morfologisch: Vormen/bebouwingsdichtheid en bouwhoogte
3. Economisch: beroepsbevolking/voorzieningen.
4. Kenmerken van de samenleving: Leefstijl
In Nederland:
1. Stedelijk Meer dan 1000 adressen.
2. Platteland minder dan 1000 adressen.
Eurostat
1. Dichtbevolkt gebied Aan elkaar grenzende gemeentes. 50.000 inwoners of
meer
2. Gemengd gebied Aan elkaar grenzende gemeentes. 50.000 inwoners of
minder
3 Dunbevolkt gebied Grenzende gemeentes minder dan 100 mensen per km 2
Urbaan-Ruraal Continuum
,De overgang van het
platteland naar de stad. Het
wordt steeds minder
bebouwd als je naar het
platteland gaat.
Definitie stad in Nederland:
Uitgestrekt gebied van een of
meerdere centrale steden of
daaraan vast gegroeide voorsteden.
, Site en situation factoren (locatiefactoren) zijn van invloed op het ontstaan van
steden.
Site kenmerken van de plaats
- Bescherming
- Natuurlijke omgeving
-
Situation kenmerken die samenhangen met de plaats
- Economische groei
- Cultuur/religie
- Bestuur en administratie
Voorbeelden locatiefactoren
- Water en voedsel - brandstof - bouwmateriaal
- overstromingen - reliëf - veiligheid
De Nederlandse stad
Vaak centraal gelegen een station.
Genius Loci: De elementen uit en stad zoals grondgebruik, bouwstijlen en
stratenpatronen.
Steden in de klassieke oudheid:
- beperkte spreiding
- planmatige ruimtelijke ontwikkeling
o centraal bestuur
o hoge organisatiegraad
Middeleeuwse stad
- geen planmatige ontwikkeling
- omvang steden beperkt
- ruimte gebrek stuurt ruimtelijke ontwikkeling
o terug te zien in artefactueel morfologisch patroon (uiterlijk)
- ruimtelijke segragatie