Methoden van bedrijfseconomisch onderzoek
Inhoudsopgave
Week 1........................................................................................................................................................................... 2
Week 2........................................................................................................................................................................... 5
Week 3........................................................................................................................................................................... 6
Week 4........................................................................................................................................................................... 9
Week 5.......................................................................................................................................................................... 13
Week 6.......................................................................................................................................................................... 15
Week 7.......................................................................................................................................................................... 17
Week 8.......................................................................................................................................................................... 20
Week 9.......................................................................................................................................................................... 22
,Week 1
Het 7-staps inductieve onderzoeksproces:
- Data/observaties -> theorie
- Definieer het bedrijfsprobleem -> formuleer de probleemstelling -> geef een conceptuele achtergrond -
> ontwikkel een theoretisch kader -> kies een onderzoeksontwerp -> verzamel data -> analyseer data ->
ontwikkel theorie
Het 7-staps deductieve onderzoeksproces:
- Theorie -> data/observaties
- Definieer het bedrijfsprobleem -> formuleer de probleemstelling -> ontwikkel een theoretisch kader ->
kies een onderzoeksontwerp -> verzamel data -> analyseer data -> schrijf op
Wanneer het bedrijfsprobleem zich voordoet:
Goed bedrijfsprobleem:
- Uitvoerbaar:
o Probleem is afgebakend en uitgedrukt in variabelen
o De benodigde data zijn verkrijgbaar (bestaande en/of nieuwe data)
- Relevant:
o Praktisch:
Managers: van 1 bedrijf, in 1 industrie en/of in meerdere industrieën
Eindgebruikers en/of beleidmakers
o Academisch:
Nieuw topic en/of context
Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
Variabele:
- Varieert:
o Op verschillende tijdstippen voor eenzelfde persoon/bedrijf
o Op dezelfde tijd voor verschillende personen/bedrijven
- Meetbaar en concreet
Van bedrijfsprobleem naar probleemstelling:
Goede probleemstelling: algemene vraag die je probeert te beantwoorden in het onderzoek
- Geformuleerd in termen van variabelen en relaties
, - Open vraag
- Helder/ondubbelzinnig geformuleerd
- (Praktisch en academisch relevant)
Goede onderzoeksvragen: helpen stap voor stap de probleemstelling te beantwoorden
- Beantwoorden de probleemstelling gezamenlijk
- Eerst theoretische, dan praktische onderzoeksvragen in de volgorde waarin ze behandeld worden in het
onderzoeksvoorstel
- Helde en ondubbelzinnig geformuleerd
Theoretische onderzoeksvraag:
- Contextueel: alleen als de context om uitleg vraagt
- Conceptueel: alleen voor de variabelen die uitleg nodig hebben
- Relatie: alle relaties uit de probleemstelling moeten worden behandeld
Praktische onderzoeksvraag:
- Relatie: alle relaties uit de probleemstelling moeten worden behandeld
- Implicatie: open vraag over de implementatie
Theoretisch kader bestaat uit:
- Variabele definities: definieer de variabelen en motiveer waarom deze variabelen van belang zijn om op
te nemen in de studie
- Conceptueel model: grafische weergave
o Geef alle variabelen en relaties weer
- Hypothesen: relaties tussen variabelen
o Geef een overtuigende onderbouwing gebaseerd op academische theorieën
Variabele definities:
- Gebaseerd op een zorgvuldig literatuuroverzicht (academisch)
- Als er veel verschillende definities bestaan in de literatuur: erken de belangrijkste verschillen en eindig
met een eigen definitie die focust op de overlap tussen bestaande definities of kies 1 van de bestaande
definities en onderbouw
- Vermijd jargon: gebruik simpele, alledaagse termen
- Valkuil: voorbeelden zijn geen vervanging voor een academische definitie
Variabele naam: gebruik altijd precies dezelfde naam voor de variabele, gedurende het gehele onderzoek,
overal in de tekst
Conceptueel model:
- Variabelen zijn bouwstenen: afhankelijke, onafhankelijke, mediërende en modererende variabelen
- Relaties zijn pijlen: hoofdeffect, direct/indirect effect, modererend effect
Inhoudsopgave
Week 1........................................................................................................................................................................... 2
Week 2........................................................................................................................................................................... 5
Week 3........................................................................................................................................................................... 6
Week 4........................................................................................................................................................................... 9
Week 5.......................................................................................................................................................................... 13
Week 6.......................................................................................................................................................................... 15
Week 7.......................................................................................................................................................................... 17
Week 8.......................................................................................................................................................................... 20
Week 9.......................................................................................................................................................................... 22
,Week 1
Het 7-staps inductieve onderzoeksproces:
- Data/observaties -> theorie
- Definieer het bedrijfsprobleem -> formuleer de probleemstelling -> geef een conceptuele achtergrond -
> ontwikkel een theoretisch kader -> kies een onderzoeksontwerp -> verzamel data -> analyseer data ->
ontwikkel theorie
Het 7-staps deductieve onderzoeksproces:
- Theorie -> data/observaties
- Definieer het bedrijfsprobleem -> formuleer de probleemstelling -> ontwikkel een theoretisch kader ->
kies een onderzoeksontwerp -> verzamel data -> analyseer data -> schrijf op
Wanneer het bedrijfsprobleem zich voordoet:
Goed bedrijfsprobleem:
- Uitvoerbaar:
o Probleem is afgebakend en uitgedrukt in variabelen
o De benodigde data zijn verkrijgbaar (bestaande en/of nieuwe data)
- Relevant:
o Praktisch:
Managers: van 1 bedrijf, in 1 industrie en/of in meerdere industrieën
Eindgebruikers en/of beleidmakers
o Academisch:
Nieuw topic en/of context
Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
Variabele:
- Varieert:
o Op verschillende tijdstippen voor eenzelfde persoon/bedrijf
o Op dezelfde tijd voor verschillende personen/bedrijven
- Meetbaar en concreet
Van bedrijfsprobleem naar probleemstelling:
Goede probleemstelling: algemene vraag die je probeert te beantwoorden in het onderzoek
- Geformuleerd in termen van variabelen en relaties
, - Open vraag
- Helder/ondubbelzinnig geformuleerd
- (Praktisch en academisch relevant)
Goede onderzoeksvragen: helpen stap voor stap de probleemstelling te beantwoorden
- Beantwoorden de probleemstelling gezamenlijk
- Eerst theoretische, dan praktische onderzoeksvragen in de volgorde waarin ze behandeld worden in het
onderzoeksvoorstel
- Helde en ondubbelzinnig geformuleerd
Theoretische onderzoeksvraag:
- Contextueel: alleen als de context om uitleg vraagt
- Conceptueel: alleen voor de variabelen die uitleg nodig hebben
- Relatie: alle relaties uit de probleemstelling moeten worden behandeld
Praktische onderzoeksvraag:
- Relatie: alle relaties uit de probleemstelling moeten worden behandeld
- Implicatie: open vraag over de implementatie
Theoretisch kader bestaat uit:
- Variabele definities: definieer de variabelen en motiveer waarom deze variabelen van belang zijn om op
te nemen in de studie
- Conceptueel model: grafische weergave
o Geef alle variabelen en relaties weer
- Hypothesen: relaties tussen variabelen
o Geef een overtuigende onderbouwing gebaseerd op academische theorieën
Variabele definities:
- Gebaseerd op een zorgvuldig literatuuroverzicht (academisch)
- Als er veel verschillende definities bestaan in de literatuur: erken de belangrijkste verschillen en eindig
met een eigen definitie die focust op de overlap tussen bestaande definities of kies 1 van de bestaande
definities en onderbouw
- Vermijd jargon: gebruik simpele, alledaagse termen
- Valkuil: voorbeelden zijn geen vervanging voor een academische definitie
Variabele naam: gebruik altijd precies dezelfde naam voor de variabele, gedurende het gehele onderzoek,
overal in de tekst
Conceptueel model:
- Variabelen zijn bouwstenen: afhankelijke, onafhankelijke, mediërende en modererende variabelen
- Relaties zijn pijlen: hoofdeffect, direct/indirect effect, modererend effect