Financiële zelfredzaamheid
Hoofdstuk 1
Soorten verzekeringen:
- Schadeverzekering: stelt de verzekering schadeloos bij het optreden van een
verzekerd risico
- Levensverzekering: heeft te maken met het leven en het overlijden van een persoon
Hoofdstuk 2
Een consumptief krediet is een kortlopende lening aan een consument. Hiervan zijn vier
vormen:
1. Persoonlijke lening: banklening waarbij je het geleende bedrag in één keer ontvangt.
Je kunt geen geld bij lenen.
2. Doorlopend krediet: consument kan geld opnemen tot een bepaald bedrag
(kredietlimiet). Afgeloste bedragen kunnen opnieuw opgenomen worden.
3. Koop op afbetaling: aankoop waarbij je krediet krijgt van de leverancier. Je wordt
direct eigenaar.
4. Huurkoop: aankoop waarbij je krediet krijgt van de leverancier. Na de laatste
termijnbetaling ben je pas eigenaar.
Wanneer de interest wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal (beginbedrag) dan
spreek je van enkelvoudige interest (dit is meestal bij het afsluiten van een lening).
Wanneer de interest wordt berekend over het beginkapitaal plus de opgebouwde interest
dan spreek je van samengestelde interest (dit is meestal bij sparen).
Enkelvoudige interest: I = k x p x t
- K= oorspronkelijke kapitaal
- P = het interestpercentage uitgedrukt in een getal. Dus 5 % is 0,05
- T = tijd in jaren. Moet je bijvoorbeeld 2 maanden berekenen dan is t (2/12).
Hoofdstuk 3
Wanneer je ervoor kiest om een huis te huren kun je dat doen in twee verschillende
sectoren: de sociale huursector (overheid) en de vrije sector (particulier).
Wanneer je in de sociale huursector een huis huurt mag de verhuurprijs een maximaal
bedrag hebben, in 2018 is dit € 710,68 per maand, tot dit bedrag kun je huursubsidie krijgen.
Huurders hebben rechten en plichten, een plicht is dat je het dagelijkse onderhoudswerk
doet.
Grote onderhoudsuitgaven zoals: kapot raam, buitenkant huis schilderen en cv-ketel
vervangen zijn kosten voor de verhuurder.
, Bij het huren heb je een opzegtermijn die gelijk is aan de betalingstermijn (vaak 1 maand).
Wanneer je een huurwoning verlaat moet je de woning weer in originele staat opleveren.
Bij het kopen van een huis ben je helemaal verantwoordelijk voor alle bijkomende kosten.
Voorbeelden hiervan zijn:
Makelaarskosten: courtage 1 à 2 % van de aankoopsom van een huis.
Taxateur: onafhankelijk, erkend persoon die een rapport opmaakt.
Hypotheekadviseur: advies over kosten van een hypotheeklening.
Notaris: die zorgt voor een notariële akte (eigendomsakte en hypotheekakte)
Alleen de notaris is verplicht, de andere kosten zijn vrijwillig.
Daarnaast zijn alle onderhoudskosten voor de koper.
De hypothecaire lening is een langlopende lening met een onroerend goed als onderpand.
Een onroerend goed is een niet verplaatsbaar goed (bijv. gebouw, huis, stuk grond).
Een onderpand is een waarborg/dekking, dit betekent dat als de geldlener niet meer kan
betalen (interest en aflossing) dat de geldgever het onroerend goed kan verkopen. Dit wordt
ook wel het recht van hypotheek genoemd.
De persoon die de hypothecaire lening afsluit is de hypotheekgever, hij geeft het recht van
hypotheek aan de bank.
De bank is de hypotheeknemer.
De interest die over de hypotheeklening wordt betaald, mag voor de belastingdienst in
minder worden gebracht op het totale inkomen. Dit heet de hypotheekrenteaftrek.
De hypotheekrenteaftrek geldt voor maximaal dertig jaar.
Hierdoor betaal je netto minder aan je hypotheek. De hypotheekuitgaven zijn dan de netto-
lasten.
De overheid heeft op gebied van regelgeving ingegrepen, hierdoor wordt het percentage
wat je kunt aftrekken van de interest verlaagd van maximaal 52% naar 38%.
Hoofdstuk 4
Bij een lineaire hypotheek los je lineair af, dit betekent dat je ieder jaar een even hoog
bedrag aflost.
Hoofdstuk 1
Soorten verzekeringen:
- Schadeverzekering: stelt de verzekering schadeloos bij het optreden van een
verzekerd risico
- Levensverzekering: heeft te maken met het leven en het overlijden van een persoon
Hoofdstuk 2
Een consumptief krediet is een kortlopende lening aan een consument. Hiervan zijn vier
vormen:
1. Persoonlijke lening: banklening waarbij je het geleende bedrag in één keer ontvangt.
Je kunt geen geld bij lenen.
2. Doorlopend krediet: consument kan geld opnemen tot een bepaald bedrag
(kredietlimiet). Afgeloste bedragen kunnen opnieuw opgenomen worden.
3. Koop op afbetaling: aankoop waarbij je krediet krijgt van de leverancier. Je wordt
direct eigenaar.
4. Huurkoop: aankoop waarbij je krediet krijgt van de leverancier. Na de laatste
termijnbetaling ben je pas eigenaar.
Wanneer de interest wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal (beginbedrag) dan
spreek je van enkelvoudige interest (dit is meestal bij het afsluiten van een lening).
Wanneer de interest wordt berekend over het beginkapitaal plus de opgebouwde interest
dan spreek je van samengestelde interest (dit is meestal bij sparen).
Enkelvoudige interest: I = k x p x t
- K= oorspronkelijke kapitaal
- P = het interestpercentage uitgedrukt in een getal. Dus 5 % is 0,05
- T = tijd in jaren. Moet je bijvoorbeeld 2 maanden berekenen dan is t (2/12).
Hoofdstuk 3
Wanneer je ervoor kiest om een huis te huren kun je dat doen in twee verschillende
sectoren: de sociale huursector (overheid) en de vrije sector (particulier).
Wanneer je in de sociale huursector een huis huurt mag de verhuurprijs een maximaal
bedrag hebben, in 2018 is dit € 710,68 per maand, tot dit bedrag kun je huursubsidie krijgen.
Huurders hebben rechten en plichten, een plicht is dat je het dagelijkse onderhoudswerk
doet.
Grote onderhoudsuitgaven zoals: kapot raam, buitenkant huis schilderen en cv-ketel
vervangen zijn kosten voor de verhuurder.
, Bij het huren heb je een opzegtermijn die gelijk is aan de betalingstermijn (vaak 1 maand).
Wanneer je een huurwoning verlaat moet je de woning weer in originele staat opleveren.
Bij het kopen van een huis ben je helemaal verantwoordelijk voor alle bijkomende kosten.
Voorbeelden hiervan zijn:
Makelaarskosten: courtage 1 à 2 % van de aankoopsom van een huis.
Taxateur: onafhankelijk, erkend persoon die een rapport opmaakt.
Hypotheekadviseur: advies over kosten van een hypotheeklening.
Notaris: die zorgt voor een notariële akte (eigendomsakte en hypotheekakte)
Alleen de notaris is verplicht, de andere kosten zijn vrijwillig.
Daarnaast zijn alle onderhoudskosten voor de koper.
De hypothecaire lening is een langlopende lening met een onroerend goed als onderpand.
Een onroerend goed is een niet verplaatsbaar goed (bijv. gebouw, huis, stuk grond).
Een onderpand is een waarborg/dekking, dit betekent dat als de geldlener niet meer kan
betalen (interest en aflossing) dat de geldgever het onroerend goed kan verkopen. Dit wordt
ook wel het recht van hypotheek genoemd.
De persoon die de hypothecaire lening afsluit is de hypotheekgever, hij geeft het recht van
hypotheek aan de bank.
De bank is de hypotheeknemer.
De interest die over de hypotheeklening wordt betaald, mag voor de belastingdienst in
minder worden gebracht op het totale inkomen. Dit heet de hypotheekrenteaftrek.
De hypotheekrenteaftrek geldt voor maximaal dertig jaar.
Hierdoor betaal je netto minder aan je hypotheek. De hypotheekuitgaven zijn dan de netto-
lasten.
De overheid heeft op gebied van regelgeving ingegrepen, hierdoor wordt het percentage
wat je kunt aftrekken van de interest verlaagd van maximaal 52% naar 38%.
Hoofdstuk 4
Bij een lineaire hypotheek los je lineair af, dit betekent dat je ieder jaar een even hoog
bedrag aflost.