Hoofdstuk 1. Conjunctuur en structuur
Effectieve vraag (EV) – bestedingen van gezinnen, bedrijven, overheid en
buitenland.
Productiecapaciteit – Maximale productie met de beschikbare
kapitaalgoederenvoorraad die in een jaar gemaakt kan worden.
Conjunctuur – schommelingen in bestedingen t.o.v. de productiecapaciteit.
EV < productiecapaciteit onderbesteding
EV = productiecapaciteit bestedingsevenwicht
EV > productiecapaciteit overbesteding
productie
Bezettingsgraad = x100%
productiecapaciteit
In een conjunctuurbeweging kunnen uitleggen:
- De trend
- Economisch herstel
- Overbesteding
- Afnemende groei/neerwaartse conjunctuur
- Onderbesteding
- Krimp/Recessie
- Depressie
Crisis:
- Gevolg kredietcrisis
- Consumentenvertrouwen
- Effect dalende beurskoersen, dalende huizenprijzen
1.4. De aanbodzijde
Structurele werkloosheid – werkloosheid veroorzaakt door veranderingen in de
aanbodzijde van de economie. (aanwezige productiecapaciteit)
Productiecapaciteit verandert door kwantiteit en kwaliteit van de productiefactoren.
De minst beschikbare productiefactor bepaalt de omvang van de productiecapaciteit.
Productiefactoren = BBP Primair inkomen = BBI
Kapitaal Rente, huur
Arbeid Loon
Natuur Pacht
Ondernemerschap Winst
Let op. Bovenstaande kunnen uitleggen.
, 1.5. Conjuncturele en structurele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid – ontstaat door een te lage effectieve vraag t.o.v. de
productiecapaciteit.
Structurele werkloosheid – door veranderingen in de aanbodkant van de
economie.
Kwantitatief bijv te weinig arbeidsplaatsen en kwalitatief bijv. de verkeerde scholing.
Verschil tussen conjuncturele en structurele werkloosheid kennen en kunnen
uitleggen.
Kwalitatieve en kwantitatieve structurele kunnen uitleggen.
Hoofdstuk 2 Klassieken en Keynes
2.1.Werkloosheid
Gevolgen werkloosheid kunnen uitleggen.
2.2. Klassieken: loon = kosten
https://www.youtube.com/watch?v=ulyVXa-u4wE
Klassieke theorie – ingrijpen onnodig. De economie herstelt zichzelf als gevolg van
het marktmechanisme. Denkbeeld Adam Smith 1799. Aanbodtheorie.
2.3. Keynesianen: loon = koopkracht
Keynesiaanse theorie – Loondaling in laagconjunctuur verslechterd de koopkracht.
Hierdoor dalen EV en de productie nog verder. Gevolg meer werkloosheid en een
neerwaartse spiraal. Theorie 1936. Vraagkant van de economie.
Leg uit hoe volgens Keynes de economie gestimuleerd moet worden in
laagconjunctuur.
Overheid kan volgend Keynes de bestedingen beïnvloeden:
- Door de bestedingen van de overheid zelf te veranderen
- Door de bestedingen van particulieren te veranderen. Denk aan belasting,
premies, uitkeringen, subsidies
- Europese Centrale Bank kan de rente wijzigen
Gevolg: multipliereffect
Anticyclisch begrotingsbeleid – Begrotingsbeleid van de overheid waarbij de
effectieve vraag afwisselend wordt gestimuleerd/afgeremd om de effectieve vraag
gelijk te laten houden met de beschikbare productiecapaciteit.
Wat is het multipliereffect en hoe werkt het?
Wat zijn de gevolgen van anticyclisch begrotingsbeleid?
Effectieve vraag (EV) – bestedingen van gezinnen, bedrijven, overheid en
buitenland.
Productiecapaciteit – Maximale productie met de beschikbare
kapitaalgoederenvoorraad die in een jaar gemaakt kan worden.
Conjunctuur – schommelingen in bestedingen t.o.v. de productiecapaciteit.
EV < productiecapaciteit onderbesteding
EV = productiecapaciteit bestedingsevenwicht
EV > productiecapaciteit overbesteding
productie
Bezettingsgraad = x100%
productiecapaciteit
In een conjunctuurbeweging kunnen uitleggen:
- De trend
- Economisch herstel
- Overbesteding
- Afnemende groei/neerwaartse conjunctuur
- Onderbesteding
- Krimp/Recessie
- Depressie
Crisis:
- Gevolg kredietcrisis
- Consumentenvertrouwen
- Effect dalende beurskoersen, dalende huizenprijzen
1.4. De aanbodzijde
Structurele werkloosheid – werkloosheid veroorzaakt door veranderingen in de
aanbodzijde van de economie. (aanwezige productiecapaciteit)
Productiecapaciteit verandert door kwantiteit en kwaliteit van de productiefactoren.
De minst beschikbare productiefactor bepaalt de omvang van de productiecapaciteit.
Productiefactoren = BBP Primair inkomen = BBI
Kapitaal Rente, huur
Arbeid Loon
Natuur Pacht
Ondernemerschap Winst
Let op. Bovenstaande kunnen uitleggen.
, 1.5. Conjuncturele en structurele werkloosheid
Conjuncturele werkloosheid – ontstaat door een te lage effectieve vraag t.o.v. de
productiecapaciteit.
Structurele werkloosheid – door veranderingen in de aanbodkant van de
economie.
Kwantitatief bijv te weinig arbeidsplaatsen en kwalitatief bijv. de verkeerde scholing.
Verschil tussen conjuncturele en structurele werkloosheid kennen en kunnen
uitleggen.
Kwalitatieve en kwantitatieve structurele kunnen uitleggen.
Hoofdstuk 2 Klassieken en Keynes
2.1.Werkloosheid
Gevolgen werkloosheid kunnen uitleggen.
2.2. Klassieken: loon = kosten
https://www.youtube.com/watch?v=ulyVXa-u4wE
Klassieke theorie – ingrijpen onnodig. De economie herstelt zichzelf als gevolg van
het marktmechanisme. Denkbeeld Adam Smith 1799. Aanbodtheorie.
2.3. Keynesianen: loon = koopkracht
Keynesiaanse theorie – Loondaling in laagconjunctuur verslechterd de koopkracht.
Hierdoor dalen EV en de productie nog verder. Gevolg meer werkloosheid en een
neerwaartse spiraal. Theorie 1936. Vraagkant van de economie.
Leg uit hoe volgens Keynes de economie gestimuleerd moet worden in
laagconjunctuur.
Overheid kan volgend Keynes de bestedingen beïnvloeden:
- Door de bestedingen van de overheid zelf te veranderen
- Door de bestedingen van particulieren te veranderen. Denk aan belasting,
premies, uitkeringen, subsidies
- Europese Centrale Bank kan de rente wijzigen
Gevolg: multipliereffect
Anticyclisch begrotingsbeleid – Begrotingsbeleid van de overheid waarbij de
effectieve vraag afwisselend wordt gestimuleerd/afgeremd om de effectieve vraag
gelijk te laten houden met de beschikbare productiecapaciteit.
Wat is het multipliereffect en hoe werkt het?
Wat zijn de gevolgen van anticyclisch begrotingsbeleid?