08-02-2021
Hoorcollege 1a. Ontwikkelingspsychologie
Het is noodzakelijk om kennis te hebben van de ‘normale’ of typische ontwikkeling, om iets
te kunnen zeggen over ‘abnormale’ of atypische ontwikkeling. Een ontwikkeling is atypisch
als een individu te ver afwijkt van de norm.
De ontwikkeling van een individu kan veel zeggen over het verdere verloop van het leven
van dit individu. Ontwikkeling heeft dus een voorspellende waarde en bepaalt wanneer er
een mogelijkheid is voor interventies. Ontwikkeling is een erg sociaal gegeven -> familie,
buren, scholen, vrienden, culturen. ‘It takes a village to raise a child’.
Ontwikkeling bevat alle veranderingen tijdens het menselijk leven. Deze veranderingen zijn
er op veel vlakken: fysiek, sociaal, emotioneel, cognitief... De studie van ontwikkeling is de
psychologie. Ontwikkelingspsychologie is de studie van het gedrag en de mentale
veranderingen van een individu gedurende zijn/haar hele leven -> levenslang proces.
De Ontwikkelingspsychologie heeft drie kerntaken:
Beschrijven of identificeren;
Begrijpen of verklaren;
Voorspellen of veranderen.
Er staan verschillende thema’s centraal tijdens dit vak:
Nature - Nurture;
Ontwikkeling in fases - Ontwikkeling als een continu proces;
Universele ontwikkeling - Culturele ontwikkeling.
Hoorcollege 1b. Geschiedenis van de
ontwikkelingspsychologie
De ontwikkelingspsychologie begon al rond de 16de eeuw bij het Puritanisme. Locke was van
mening dat een mens met een tabula rasa (schone lei) op de wereld kwam. De omgeving zou
dus zorgen voor ontwikkeling -> behaviorisme. Hij zei dat uitleg, een goed ouderlijk
voorbeeld en beloning van goed gedrag bijdragen aan de ontwikkeling.
Rousseau was van mening dat er moraal bestond -> verschil tussen goed en fout. Hij zei dat
ontwikkeling het gevolg was van erfelijk aangeboren vermogens -> nature. Binet
ontwikkelde de Stanford-Binet intelligentietest.
Vanaf de 19de eeuw is de ontwikkelingspsychologie geen filosofie meer, maar kan men er op
een scheikundige manier naar kijken en ontwikkeling observeren. Stanley Hall was de
grondlegger van de ontwikkelingspsychologie. Hij had een normatieve benadering: het
verzamelen van objectieve bronnen over grote groepen kinderen en vervolgens het
gemiddelde berekenen. Hij vond dat ‘volwassen worden’ een proces was. De adolescentie
was hierin een periode van storm en stress -> veel onrust.
Freud ontwikkelde de psychoseksuele theorie van ontwikkeling -> 5 fases, free association,
transference. Dit ging over de ontwikkeling gedurende de kindertijd. Hij zei dat als men bleef
, Hoorcolleges
hangen in een fase, er een fixatie kon ontstaan. Freud was aanhanger van de nurture-
stroming: ontwikkeling was het gevolg van innerlijke driften/verlangens.
Erikson ontwikkelde de psychosociale theorie. Dit ging over de ontwikkeling over het hele
leven lang -> life-span development. Er waren acht fases met elk een conflict.
Vygotsky ontwikkelde de sociaal-culturele theorie. Hij was van mening dat de ontwikkeling
sterk onder invloed stond van cognitieve ontwikkeling. Kinderen zouden leren door een
actief proces: ervaringen laten men ontwikkelen. De sociale omgeving en interactie met
anderen zorgde voor ontwikkeling.
Kohlberg ontwikkelde de Morele ontwikkelingstheorie. Deze ging over morele redeneringen,
de verschillen tussen goed en fout. Hij geloofde dat morele redenering afhankelijk is van de
mate van cognitieve ontwikkeling en zei dat er sprake was van drie fases van ontwikkeling,
die weer onderverdeeld waren in 2 fases -> 6 fases totaal.
Watson was een aanhanger van het behaviorisme, dat zei dat men leert door ervaring. De
omgeving zou een grote invloed hebben op de ontwikkeling van een kind.
Pavlov heeft de theorie van de Klassieke Conditionering ontwikkeld. Hierbij wordt een
nieuwe stimulus met een bekende stimulus gekoppeld aan bepaald gedrag. Op een bepaald
moment is enkel de nieuwe stimulus genoeg om gedrag uit te lokken.
Skinner ontwikkelde de Operant Conditioning. Hier wordt een beloning gegeven na het
vertonen van specifiek gedrag. Vervolgens wordt verwacht dat dit gedrag altijd leidt tot een
beloning, dus dit gedrag komt vaker voor.
Bandura ontwikkelde de Social Learning Theory. Dit is leren dat gebeurt als onderdeel van
het observeren, verzamelen en nadoen van gedrag van anderen -> modelling.
16-02-2021
Hoorcollege 2. Prenatale Ontwikkeling
De ontwikkeling van het brein start bij de bevruchting. Als de eicel en spermacel
samensmelten en de zygote (met al het DNA) vormen start de ontwikkeling van het brein.
Normaal wordt prenataal leven ingedeeld in drie Trimesters van drie maanden. Gebaseerd
op de ontwikkeling van het brein zijn er drie perioden ontwikkeld: de Germinale Periode, de
Embryonale Periode en de Foetale Periode.
De Germinale Periode (0-2 weken) begint bij de bevruchting en eindigt na twee weken bij de
innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoederwand. De zygote gaat dan via de eileider
(fallopian tube) richting de baarmoeder. Tijdens deze verplaatsing vindt de mitose plaats. De
cellen ontwikkelen in een blastocyt, die zich in de baarmoeder nestelt.
De Embryonale Periode (3-8 weken) begint bij de innesteling van de zygote (nu: embryo) in
de baarmoeder. Deze blastocyt is opgebouwd uit drie lagen:
Ectoderm: ontwikkelt zich tot de huid en het zenuwstelsel;
Endoderm: ontwikkelt zich tot het verteringsstelsel en het ademhalingsstelsel;