,1. Bovenkaak 8.Staartwervels 15. 22. F)
Teenkootjes Middenhandsbeentjes Spronggewricht
2. Onderkaak 9. bekken 16. 23. vinger (teen)
Schouderblad kootjes
3. Oogkas 10. Dijbeen 17. Ribben A) schoudergewricht
4. Nekwervels 11. Knieschijf 18. Borstbeen B) ellebooggewricht
5. Borstwervels 12. Scheenbeen 19. C) polsgewricht
Opperarmbeen
6. Lendewervels 13. Kuitbeen 20. Ellepijp D) Heupgewricht
7. Heiligbeen 14. 21. Spaakbeen E)kniegwricht
Middenvoetsbeentjes
,Taken van het bewegingsapparaat
1. Beweging
2. Bescherming
3. Aanmaak bloedcellen
4. Vorm, stevigheid en houding
Skeletspieren + skelet
Beweging:
Actieve deel= skeletspieren
Passieve deel= skelet
Het bewegingsstelsel bestaat uit botten en spieren.
Het skelet: het Passieve deel. Het skelet beweegt niet uit zichzelf, maar wordt bewogen.
De spieren: het Actieve deel. De skeletspieren laten de botten van het skelet bewegen.
Botten
3 groepen:
1. Pijp- of holle beenderen:
Voortbeweging, aanmaak bloedcellen (hele jonge dier alleen)
➔ Femur (dijbeen)
2. Platte beenderen
Bescherming, aanhechting spieren, aanmaak bloedcellen
➔ Schouderblad
3. Overige- of compacte beenderen
➔ Middenvoetsbeentjes
1. Pijp- of holle beenderen
, Groeischijf zorgt voor groei in de lengte. Het periost zorgt voor de bescherming van je bot, je
beenvlies (3).
Pijpbeenderen
Voorbeeld: Dijbeen
• In ledematen
• Voortbeweging
• Bevat mergholte
o Bij jonge dieren gevuld met rood merg
o Bij volwassen dieren alleen rood merg in bolling (uiteindenbot epifyse)
o Bij volwassen dieren gevuld met geel merg
▪ Opslagplaats voor vet als energievoorraad
• Groei
o Jongen dieren: periost + groeischijven
o Oudere dieren: periost
Jonge dieren hebben lengte groei nodig, dus hebben ze groeischijven nodig. Als je heel veel
beweegt heb je dikkere botten.
Dit is dus een volwassen dier (geel merg)!