Stap 1. Analyseer het onderzoeksprobleem en geef de aanleiding. Geef hierbij antwoord zo veel
mogelijk vragen van de 8 W’s.
- Wat is het probleem?
- Wat is de grootte van dit probleem?
- Wat is de aanleiding van het probleem/hoe is het probleem ontstaan?
- Wanneer is dit probleem ontstaan?
- Waar is het probleem?
- Wie heeft het probleem?
- Wat zijn de gevolgen van het probleem?
- Welk deel van het probleem moet onderzocht worden?
Stap 2. Stel de doelstelling van het onderzoek vast. Geef hierbij aan waarom je het onderzoek doet,
wat je hiermee wilt bereiken en kijk of dit doel realistisch en ethisch verantwoord is. De doelstelling
moet SMART geformuleerd zijn.
Stap 3. Formuleer de onderzoekseenheden en kenmerken/eigenschappen. Bij de eenheden geef je
antwoord op de vraag; ‘over wie/wat wil ik iets zeggen’. Bij de kenmerken geef je antwoord op de
vraag; ‘waarover wil ik iets zeggen’.