Psychologie Universiteit Utrecht
College Rolf Kleber - goed leren, gebruikt geen vragen uit het boek
Doelen grondslagen: Kennis verwerven over de geschiedenis, kernbegrippen, centrale
stromingen en werkwijzen van de klinische psychologie en gezondheidspsychologie; en
het toepassen van deze kennis op belangrijke thema’s binnen het vakgebied
KGP: wetenschappelijke studie van problematisch of ongezond gedrag, determinanten
ervan & strategieën om het te veranderen of voorkomen
Activiteiten van een KGpsycholoog: 1. Diagnostiek 2. Behandeling 3. Onderzoek 4.
Onderwijs 5. Consultatie 6. Management
Psycholoog in de jaren 40/50:
- psychodiagnosticus
-gevoelsleven van patient in kaart brengen
Psycholoog in het midden van de 20e eeuw:
-bloeitijd klinische psychologie
-behandeling militairen
-test voor dienstplichtigen
In de jaren 50; diagnose heel belangrijk
In de jaren 60/70 psychotherapie heel belangrijk.
Psychoanalyse: rond 1900
Gedragstherapie: 1920, 1953, 1959
Logotherapie: jaren 50
Humanistische therapieën: jaren 50
Gestaltherapie: jaren 50
Cognitieve therapie: jaren 60
EMDR: 1989
Vanaf 1966: registratie van klinisch psychologen
Vanaf jaren zeventig: eisen klinisch psycholoog:
- afgestudeerd
- postdoctorale opleidingen
- in de praktijk werken met supervisie
Jaren zeventig en tachtig: Therapie belangrijker dan diagnostiek voor klinisch
psychologen
Jaren 80: opkomst van de gezondheidspsychologie (1992: Wet Beroepen Individuele
Gezondheidszorg (BIG) aangenomen: regelt titelbescherming, tuchtrecht en vereiste
opleiding.)
Gezondheidszorgpsycholoog (sinds 1997): (tweejarig; wet BIG) en daarna Klinisch
Psycholoog (vierjarig; wet BIG) of psychotherapeut (vierjarig; wet BIG).
Het Boulder model van 'scientist-practitioner' - 1949
1. Klinisch psychologen moeten bekwaam zijn in zowel wetenschappelijk onderzoek als
professionele praktijk.
2. Zij moeten een gedegen universitaire opleiding hebben en zij moeten een strenge
training gehad hebben.
3. Klinisch psychologen moeten dus zowel diagnostiek als interventies kunnen uitvoeren
als wetenschappelijk onderzoek kunnen verrichten.
,Dilemma van het boulder model: Steeds meer moeten mensen cursussen en opleidingen
volgen.
Steeds meer is de eis dat behandelmethoden `evidence based' zijn:`alle bevindingen,
theorieën en praktijk op wetenschappelijke merites beoordelen alvorens ze toe te
passen', terwijl het op een universiteit niet gemakkelijk is professionals op te leiden te
midden van disciplines waarin dat minder belangrijk is.
1952 - het klassieke overzichtsartikel van Eysenck: psychotherapie heeft geen resultaat
Het Dodo-effect: ‘everyone has won and all must have prices
Psychotherapie werkt maar niet:
- Bij iedereen: er zijn grote individuele verschillen in resultaten
(afhankelijk van leeftijd, controlebesef en aard problematiek)
- Bij iedere stoornis
- Op elke moment na een ervaring
- De vooruitgang is niet altijd groot
- Drop-outs
- Ook na afloop vaak nog problemen
Loss, Trauma en Resilience (Rolf kleber)
1. Herstel en veerkracht
a) De “grief work” vooronderstelling (teruggaand op Freud):
a) Trauerarbeit – leed moet verwerkt worden
b) Vermijden is soms zinvol
b) Vroege interventies blijken nauwelijks te werken
a) Het onderzoek naar de effecten van debriefing
2. Veerkracht is normaal
a. Onderschatting van normaal herstel – lang niet iedereen krijgt pathologie
b. Uitgestelde rouw bestaat niet
c. Slechts een minderheid ontwikkelt PTSS
3. Grote individuele verschillen
a. Het belang van risicofactoren
a. persoonlijkheid
b. eerdere ervaringen
c. context
b. Verschillende vormen van omgaan met geweld en verlies
Uitgestelde PTSS wordt voorafgegaan door prodromale symptomen
- Intrusieve herinneringen en vermijding van herinneringen
- Gevoelens van depressie en angst
- Prodromale symptomen kunnen als een risicofactor voor het ontwikkelen van
uitgestelde PTSS worden beschouwd
Factoren die uitgestelde PTSS verklaren: post-traumatische factoren
- Factoren die PTSS later luxeren: stressvolle gebeurtenissen
- gebrek aan sociale steun
- onzekerheid over toekomst
- laag opleidingsniveau
4 trajecten:
1. Chronische problematiek
2. Uitgestelde problematiek
3. Herstel na problematiek
4. Veerkracht
Bonanno onderschat de gewone klachten (“distress”) na trauma
“Resilience” is niet per se hetzelfde als geen problemen hebben
Het belang van de factor tijd
Er zijn verschillende vormen (en daarmee ook verschillen in ernst) van rouw en trauma
, Ondanks “distress” kunnen mensen sterker worden – posttraumatische groei
Het belang van de factor tijd
Het ontstaan van posttraumatische groei
1. Levensgebeurtenissen leiden tot aantastingen van iemands kernopvattingen
(“assumptive world”)
2. Die bedreigingen leiden tot zich opdringende herbelevingen (“intrusive ruminations”)
3. Meer bewuste vormen van nadenken, herbeleven en piekeren (“deliberate
ruminations”) over de
gebeurtenis zijn daarna het gevolg (wat is er nu precies gebeurd? Wat is de zin ervan?)
4. Posttraumatische groei.
De positieve psychologie als uitbreiding op de '"traditionele" psychologie, die primair
gericht is
op het ontdekken en genezen van psychische problemen als depressive, burn-out,
enzovoort
Trauma en herstel: Cultuur, diversiteit en gezondheid
culture bound syndromes
- alleen in bepaalde culturen voorkomende syndromen
- al lang bekend bij antropologen en psychiatrie
- anorexia?
De universaliteitshypothese - psychiatrische ziekten zijn universeel(over heel de
wereld)
De relativistische cultuurspecifieke benadering - psychiatrische ziekten zijn cultuur
gebonden
Cultuur is in de eerste visie niet van belang, in de tweede visie is zij alles overheersend
Nadruk op diversiteit is afhankelijk van invalshoek en discipline van onderzoeker of
therapeut
cultuur en depressie
Verschillen in het voorkomen van depressieve
aandoeningen
Verschillen in diagnostische categorieën
Verschillen in symptomatologie (WHO studies)
Verschillen in de waardering van depressieve
symptomen
Verschillen in behandelingswijzen
Patiënten in Chinese klinieken klagen over vage lichamelijke aandoeningen, maar niet
over emotionele problemen.
gezondheid en migratie
- Migratie op zich en aanpassing aan een vreemde cultuur
brengen een scala van problemen met zich mee.
Deze zijn te beschouwen als een reeks van (ingrijpende)
ervaringen die migranten meer kwetsbaar maken voor
gezondheidsproblemen.
Bovendien bevinden migranten zich vaak in een minder
draagkrachtige sociaal-economische positie.
college 2 Zelfregulatie: Investeren in de toekomst als graadmeter voor geluk en
gezondheid
Kleine doelen en ambitieuze doelen: doelenhiërarchie
Zelfregulatie: doelen stellen en doelen nastreven
Mensen zijn in staat hun gedachten, gevoelens, verlangens en gedrag te reguleren in het
perspectief van de doelen die ze hebben