Bedrijfseconomie in Balans - Hoofdstuk 6
Geld op spaarrekening brengt rente (interest) op. Enkelvoudige interest: rente is elke keer een even
groot bedrag dat je krijgt over je beginbedrag. Samengestelde interest: je krijgt rente niet alleen over
je beginkapitaal maar ook over de eerdere bijgeschreven rente. Rente neemt elke periode toe omdat
het bedrag waarover je de rente krijgt ook toeneemt: ‘rente over rente’. 1,5% per halfjaar mag je niet
gelijkstellen aan 3% per jaar.
Perunage: i, interestpercentage gedeeld door 100, bv. 4:100= 1,04. Formule om eindwaarde
(toekomsite waarde: beginwaarde plus rente) te berekenen: E n= K x (1 + i)n. E= eindwaarde, K=
(begin)kapitaal, i= interestperunage en n=aantal perioden. Periode komen overeen met
renteperiode. -> tijdlijn maken voor zekerheid.
Contante waarde berekenen: als ik na zoveel jaar zoveel geld wil hebben op mijn spaarrekening welk
bedrag moet ik daarvoor nu op mijn spaarrekening zetten. Beginwaarde is onbekend. Formule:
Cn= E x (1 + i)-n. C= contante waarde, E= (eind)kapitaal, i= interestperunage en n= aantal perioden.
Weet je begin en eindwaarde dan kan je behaalde interest berekenen door deze bedragen van elkaar
af te halen.
Rente: gelijke bedragen die met gelijke tussenruimte wordt betaald/ontvangen. Eindwaarde
berekenen: wat is de eindwaarde van een reeks dezelfde bedragen die met gelijke tussenpozen
betaald/ontvangen worden. Termijnen: bedragen van een rente. Vervaldatum: datum waarop
termijn wordt betaald. Periode: tijd tussen twee opeenvolgende vervaldata.
Bij het maken van een tijdlijn, letten op de volgende dingen:
- Bepaal het tijdstip waar we de bedragen naar toe brengen (datum van berekening)
- Bepaal het aantal bedragen
- Bepaal van elk bedrag het aantal perioden tot de datum van berekening
n
r −1
Eindwaarde van een rente berekenen, somformule: E n= a x . E: eindwaarde, a: eerste term van
r −1
meetkundige rij, r= reden (1+ i) en n: aantal perioden. Als het aantal termijnen niet zo groot is, is het
tijdvoordeel van de formule beperkt. Voordeel neemt toe naarmate aantal termijnen groter worden.
Bij het berekenen van de contante waarde van een rente moet je andersom denken. De waarde is
van een aantal bedragen die in de toekomst vervallen op basis van samengestelde interest. Formule:
−n
r −1
Cn= a x −1 . E: eindwaarde, a: eerste term van meetkundige rij, r= reden (1+ i) -1 en n: aantal
r −1
perioden.
Nominale interestpercentage: de gegeven interest over een bepaalde tijdsperiode. Bij omrekenen
naar een jaar vermenigvuldigen we dit percentage met het aantal keren dat die tijdsperiode in een
jaar voorkomt. 1,5% per half jaar= 3% per jaar. Terugrekenen: delen.
Effectieve interestpercentage: bij samengestelde interest kan je het percentage niet
vermenigvuldigen met het aantal keren dat die tijdsperiode in een jaar voorkomt-> is minder dan het
eigenlijk is door rente over rente. 1,5% per half jaar= 3,02%. (1+i) n= effectieve interestpercentage.
Terugrekenen van jaar naar maand: (1+i) 1/12
Aflossen:
Geld op spaarrekening brengt rente (interest) op. Enkelvoudige interest: rente is elke keer een even
groot bedrag dat je krijgt over je beginbedrag. Samengestelde interest: je krijgt rente niet alleen over
je beginkapitaal maar ook over de eerdere bijgeschreven rente. Rente neemt elke periode toe omdat
het bedrag waarover je de rente krijgt ook toeneemt: ‘rente over rente’. 1,5% per halfjaar mag je niet
gelijkstellen aan 3% per jaar.
Perunage: i, interestpercentage gedeeld door 100, bv. 4:100= 1,04. Formule om eindwaarde
(toekomsite waarde: beginwaarde plus rente) te berekenen: E n= K x (1 + i)n. E= eindwaarde, K=
(begin)kapitaal, i= interestperunage en n=aantal perioden. Periode komen overeen met
renteperiode. -> tijdlijn maken voor zekerheid.
Contante waarde berekenen: als ik na zoveel jaar zoveel geld wil hebben op mijn spaarrekening welk
bedrag moet ik daarvoor nu op mijn spaarrekening zetten. Beginwaarde is onbekend. Formule:
Cn= E x (1 + i)-n. C= contante waarde, E= (eind)kapitaal, i= interestperunage en n= aantal perioden.
Weet je begin en eindwaarde dan kan je behaalde interest berekenen door deze bedragen van elkaar
af te halen.
Rente: gelijke bedragen die met gelijke tussenruimte wordt betaald/ontvangen. Eindwaarde
berekenen: wat is de eindwaarde van een reeks dezelfde bedragen die met gelijke tussenpozen
betaald/ontvangen worden. Termijnen: bedragen van een rente. Vervaldatum: datum waarop
termijn wordt betaald. Periode: tijd tussen twee opeenvolgende vervaldata.
Bij het maken van een tijdlijn, letten op de volgende dingen:
- Bepaal het tijdstip waar we de bedragen naar toe brengen (datum van berekening)
- Bepaal het aantal bedragen
- Bepaal van elk bedrag het aantal perioden tot de datum van berekening
n
r −1
Eindwaarde van een rente berekenen, somformule: E n= a x . E: eindwaarde, a: eerste term van
r −1
meetkundige rij, r= reden (1+ i) en n: aantal perioden. Als het aantal termijnen niet zo groot is, is het
tijdvoordeel van de formule beperkt. Voordeel neemt toe naarmate aantal termijnen groter worden.
Bij het berekenen van de contante waarde van een rente moet je andersom denken. De waarde is
van een aantal bedragen die in de toekomst vervallen op basis van samengestelde interest. Formule:
−n
r −1
Cn= a x −1 . E: eindwaarde, a: eerste term van meetkundige rij, r= reden (1+ i) -1 en n: aantal
r −1
perioden.
Nominale interestpercentage: de gegeven interest over een bepaalde tijdsperiode. Bij omrekenen
naar een jaar vermenigvuldigen we dit percentage met het aantal keren dat die tijdsperiode in een
jaar voorkomt. 1,5% per half jaar= 3% per jaar. Terugrekenen: delen.
Effectieve interestpercentage: bij samengestelde interest kan je het percentage niet
vermenigvuldigen met het aantal keren dat die tijdsperiode in een jaar voorkomt-> is minder dan het
eigenlijk is door rente over rente. 1,5% per half jaar= 3,02%. (1+i) n= effectieve interestpercentage.
Terugrekenen van jaar naar maand: (1+i) 1/12
Aflossen: