Bedrijfseconomie in Balans – Hoofdstuk 7
Pensioen: AOW, aanvullend bedrijfspensioen en eigen pensioenopbouw. AOW: geen spaarvorm,
maar sociale verzekeringen. Betaald door huidige AOW-premiebetalers. -> omslagstelsel.
Verplicht sparen: spaarder moet deelnemen aan regeling.-> bedrijfspensioen. Algemeen Burgerlijk
Pensioenfonds: werkgevers zie vallen in een sector met een collectief bedrijfspensioenfonds. Kan ook
in arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Werknemers van werkgevers met een
pensioenregeling moeten hieraan mee betalen.
Bedrijfspensioen: maandelijks wordt een deel van het inkomen ingehouden en ingelegd als
pensioenpremie.-> deel dat ten laste komt van werknemer ongeveer 1/3 e -> aanvullen op eigen
kosten en neemt dus ongeveer 2/3e voor zijn rekening. Pensioenfonds zorgt dat deelnemers bij het
bereiken van de pensioenleeftijd een pensioen kunnen krijgen. Kapitaaldekkingsstelsel: nu betaalde
premies worden belegd en uit het kapitaal vermeerderd met beleggingsinkomsten worden de
uitkeringen gedaan.
Voordelen bedrijfspensioen:
- Werkgever legt deel in en betaalt dus mee aan het pensioen
- Over door de werknemer ingelegde premie geen inkomstenbelasting betalen (over
pensioenuitkering t.z.t. wel)
- Als lonen stijgen neemt pensioen ook toe
- Door grootschaligheid van pensioenfonds zijn kosten van het fonds meestal laag-> meer over
voor uitkeringen
- Werknemers hoeven zich niet met pensioen bezig te houden-> zonder verplichting sparen ze
te weinig
Nadelen bedrijfspensioen:
- Inleg is behoorlijk deel van je inkomen-> niet zelf kiezen waarvoor je het gebruikt
- Niet vrij kiezen voor bepaald pensioenfonds
- Nooit zeker of pensioenfonds voldoende rendement behaalt om pensioenen te kunnen
indexeren en uitkeren
Vrijwillig sparen: lijfrente, banksparen, zelf beleggen of gewoon sparen bij bank. Lijfrenteverzekering:
premie wordt in een keer of periodiek betaald-> zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van
inkomstenbelasting. Wel belast. Banksparen: speciale geblokkeerde bankspaarrekening geopend. ->
regelmatig geld storten en tot bepaald maximum is de storting fiscaal aftrekbaar en saldo van
bankspaarrekening telt niet meer voor vermogensbelasting. Geld kan je tussentijds niet opnemen.
Voordelen vrijwillig sparen:
- Inleg beperken als het financieel iets minder gaat
- Zelf bepalen hoe je de opbouw van je pensioen regelt
- Gespaarde/belegde bedrag kan je voor andere doeleinden gebruiken
- Na overlijden valt het vrijwillige spaarbedrag meestal in nalatenschap
Nadelen vrijwillig sparen:
- Het is maar de vraag of mensen gaan sparen/genoeg sparen
- Kosten zijn hoog
Pensioen: AOW, aanvullend bedrijfspensioen en eigen pensioenopbouw. AOW: geen spaarvorm,
maar sociale verzekeringen. Betaald door huidige AOW-premiebetalers. -> omslagstelsel.
Verplicht sparen: spaarder moet deelnemen aan regeling.-> bedrijfspensioen. Algemeen Burgerlijk
Pensioenfonds: werkgevers zie vallen in een sector met een collectief bedrijfspensioenfonds. Kan ook
in arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Werknemers van werkgevers met een
pensioenregeling moeten hieraan mee betalen.
Bedrijfspensioen: maandelijks wordt een deel van het inkomen ingehouden en ingelegd als
pensioenpremie.-> deel dat ten laste komt van werknemer ongeveer 1/3 e -> aanvullen op eigen
kosten en neemt dus ongeveer 2/3e voor zijn rekening. Pensioenfonds zorgt dat deelnemers bij het
bereiken van de pensioenleeftijd een pensioen kunnen krijgen. Kapitaaldekkingsstelsel: nu betaalde
premies worden belegd en uit het kapitaal vermeerderd met beleggingsinkomsten worden de
uitkeringen gedaan.
Voordelen bedrijfspensioen:
- Werkgever legt deel in en betaalt dus mee aan het pensioen
- Over door de werknemer ingelegde premie geen inkomstenbelasting betalen (over
pensioenuitkering t.z.t. wel)
- Als lonen stijgen neemt pensioen ook toe
- Door grootschaligheid van pensioenfonds zijn kosten van het fonds meestal laag-> meer over
voor uitkeringen
- Werknemers hoeven zich niet met pensioen bezig te houden-> zonder verplichting sparen ze
te weinig
Nadelen bedrijfspensioen:
- Inleg is behoorlijk deel van je inkomen-> niet zelf kiezen waarvoor je het gebruikt
- Niet vrij kiezen voor bepaald pensioenfonds
- Nooit zeker of pensioenfonds voldoende rendement behaalt om pensioenen te kunnen
indexeren en uitkeren
Vrijwillig sparen: lijfrente, banksparen, zelf beleggen of gewoon sparen bij bank. Lijfrenteverzekering:
premie wordt in een keer of periodiek betaald-> zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar van
inkomstenbelasting. Wel belast. Banksparen: speciale geblokkeerde bankspaarrekening geopend. ->
regelmatig geld storten en tot bepaald maximum is de storting fiscaal aftrekbaar en saldo van
bankspaarrekening telt niet meer voor vermogensbelasting. Geld kan je tussentijds niet opnemen.
Voordelen vrijwillig sparen:
- Inleg beperken als het financieel iets minder gaat
- Zelf bepalen hoe je de opbouw van je pensioen regelt
- Gespaarde/belegde bedrag kan je voor andere doeleinden gebruiken
- Na overlijden valt het vrijwillige spaarbedrag meestal in nalatenschap
Nadelen vrijwillig sparen:
- Het is maar de vraag of mensen gaan sparen/genoeg sparen
- Kosten zijn hoog