Bedrijfseconomie in Balans – Hoofdstuk 20
De financiële structuur van de onderneming dient evenwichtig te zijn: overeenstemming tussen de
kapitaalstructuur (activa) en de vermogensstructuur (vermogen). Dit leidt tot de ‘gulden
financieringsregel’
Start eigen bedrijf: financiën
1. Wat heb ik nodig? Bijvoorbeeld: gebouw, inventaris, voorraden (kapitaalstructuur)
2. Wat kost dat?-> investeringsbegroting
3. Hoeveel verdien ik eraan? (kan ook omgewisseld worden met 2)-> resultatenbegroting
4. Hoe ga ik dat betalen?-> financieringsplan
Gulden financieringsregel:
- Financiering dient te worden afgestemd op financieringsbehoefte
- Permanente behoefte: permanent (eigen) vermogen
- Langdurige behoefte: lang vreemd vermogen, als je structureel/permanent vermogen nodig
hebt -> met eigen vermogen financieren. Looptijd van lening afstemmen op levensduur van
behoefte afstemmen. Aansluiten levensduur.
- Kortstondige behoefte: kort vreemd vermogen
Betalingsproblemen voorkomen door een:
- Langdurig tijdelijke vermogensbehoefte te financieren meet permanent vermogen
- Kortstondig tijdelijke vermogensbehoefte te financieren met langdurig tijdelijk/permanent
vermogen
Letten op interestkosten, langvermogen vaak goedkoper dan kort.
Maar, het is niet van jezelf, de bank moet het er wel mee eens zijn. Of zitten mensen wel op mijn
aandelen te wachten etc. Je kan het leuk bedacht hebben, maar je hebt wel de hulp van een ander
nodig.
Hefboomeffect: verhouding rendement op totaal vermogen en (interest)kosten vreemd vermogen.
Wanneer deze hefboom in je nadeel omslaat, gaat het hard de verkeerde kant op! Wanneer de
onderneming minder rendement maakt dan ze aan interest betaalt is de hefboom negatief.
Kostenstructuur: verhouding tussen de constante kosten en de totale kosten. Operationeel
hefboomeffect: geringe verandering in de afzet werkt meer dan evenredig door in de winst. -> veel
impact in de winst.
Hefboomformule: REV= RTV + (RTV-IVV) x (VV:E V). REV: rentabiliteit EV, RTV: rentabiliteit totaal
vermogen, IVV: interestkosten VV. positieve hefboom (RTV>RVV)
Intrinsieke waarde: bepalen als totale activa – vreemd vermogen= eigen vermogen. Als een
onderneming begint aan een investeringsproject groeit de intrinsieke waarde van het eigen
vermogen doordat ze een deel van dit project financiert met het eigen vermogen. De onderneming
wordt zo dus meer waard.
Liquidatiewaarde: de geschatte waarde van de boedel bij gedwongen verkoop.
Rentabiliteitswaarde: berekenen van de waarde van de onderneming door de contante waarde te
bepalen van alle voor de toekomst verwachte winstbedragen (na belasting). (diezelfde techniek
gebruik je om het effect van een investeringsproject op de rentabiliteitswaarde te bepalen). Eerst
rekenen we de jaarlijkse kasstromen van het investeringsproject om naar nettowinstbedragen per
De financiële structuur van de onderneming dient evenwichtig te zijn: overeenstemming tussen de
kapitaalstructuur (activa) en de vermogensstructuur (vermogen). Dit leidt tot de ‘gulden
financieringsregel’
Start eigen bedrijf: financiën
1. Wat heb ik nodig? Bijvoorbeeld: gebouw, inventaris, voorraden (kapitaalstructuur)
2. Wat kost dat?-> investeringsbegroting
3. Hoeveel verdien ik eraan? (kan ook omgewisseld worden met 2)-> resultatenbegroting
4. Hoe ga ik dat betalen?-> financieringsplan
Gulden financieringsregel:
- Financiering dient te worden afgestemd op financieringsbehoefte
- Permanente behoefte: permanent (eigen) vermogen
- Langdurige behoefte: lang vreemd vermogen, als je structureel/permanent vermogen nodig
hebt -> met eigen vermogen financieren. Looptijd van lening afstemmen op levensduur van
behoefte afstemmen. Aansluiten levensduur.
- Kortstondige behoefte: kort vreemd vermogen
Betalingsproblemen voorkomen door een:
- Langdurig tijdelijke vermogensbehoefte te financieren meet permanent vermogen
- Kortstondig tijdelijke vermogensbehoefte te financieren met langdurig tijdelijk/permanent
vermogen
Letten op interestkosten, langvermogen vaak goedkoper dan kort.
Maar, het is niet van jezelf, de bank moet het er wel mee eens zijn. Of zitten mensen wel op mijn
aandelen te wachten etc. Je kan het leuk bedacht hebben, maar je hebt wel de hulp van een ander
nodig.
Hefboomeffect: verhouding rendement op totaal vermogen en (interest)kosten vreemd vermogen.
Wanneer deze hefboom in je nadeel omslaat, gaat het hard de verkeerde kant op! Wanneer de
onderneming minder rendement maakt dan ze aan interest betaalt is de hefboom negatief.
Kostenstructuur: verhouding tussen de constante kosten en de totale kosten. Operationeel
hefboomeffect: geringe verandering in de afzet werkt meer dan evenredig door in de winst. -> veel
impact in de winst.
Hefboomformule: REV= RTV + (RTV-IVV) x (VV:E V). REV: rentabiliteit EV, RTV: rentabiliteit totaal
vermogen, IVV: interestkosten VV. positieve hefboom (RTV>RVV)
Intrinsieke waarde: bepalen als totale activa – vreemd vermogen= eigen vermogen. Als een
onderneming begint aan een investeringsproject groeit de intrinsieke waarde van het eigen
vermogen doordat ze een deel van dit project financiert met het eigen vermogen. De onderneming
wordt zo dus meer waard.
Liquidatiewaarde: de geschatte waarde van de boedel bij gedwongen verkoop.
Rentabiliteitswaarde: berekenen van de waarde van de onderneming door de contante waarde te
bepalen van alle voor de toekomst verwachte winstbedragen (na belasting). (diezelfde techniek
gebruik je om het effect van een investeringsproject op de rentabiliteitswaarde te bepalen). Eerst
rekenen we de jaarlijkse kasstromen van het investeringsproject om naar nettowinstbedragen per