Bedrijfseconomie in Balans – Hoofdstuk 23
Marketing: alle activiteiten van een onderneming die gericht zijn op maximale behoeftebevrediging
van afnemers. Het gaat er dus om de wensen van de afnemers zo goed mogelijk te kennen en daarop
in te spelen met gewenste producten tegen een juiste prijs.
Marketing mix: product (soort?), personeel, prijs (hoog/laag, kortingen?), plaats (hoe komt het
product bij afnemer?) en promotie (wel/geen reclame, welke media?).-> 5 p’s:
marketinginstrumenten. Spelen altijd een rol en moeten op elkaar worden afgestemd-> daarom
spreken we van marketingmix.
Marktonderzoek: het systematische onderzoek naar de afzetmogelijkheden van een bepaald product
in een gebied gedurende zekere periode.
- Hoe ziet mijn markt eruit
- Kan ik nieuwe markten aanboren/creëren
- Deskresearch vs. Fielresearch. Zelf doen?
- Bewaak de kosten! SMART doelstellingen
- Denk vooraf na over wat je met de uitkomsten gaat doen.
- M.a.w.: het is met onderzoek doen…
Deskresearch: de onderzoeker maakt gebruik van materiaal dat al eerder voor andere doeleinden is
verzameld.
Fieldresearch: de onderzoeker gaat op zoek naar informatie die nog niet in de onderneming (of op
internet) aanwezig is). Kan op verschillende manieren plaatsvinden.
Marktonderzoek geeft een onderneming inzicht in het marktaandeel. Elke onderneming wil
weten welk aandeel zij heeft van de totale afzet of omzet van een bepaald product in een
bepaalde regio over een bepaalde periode.
Particulieren vs. Organisaties:
- B2C (meest voorkomend): Business to consumer
- B2B: Business to business
- C2C: consumer to consumer (marktplaats)
- C2B: consumer to business (reviews/producttesten)
Stem je marketing hierop af. Er kan ook een mix voorkomen tussen deze vormen
Aankoopgedrag:
- Routinematig aankoopgedrag (RAG)-> - Convienience goods/unsought goods->
Hierbij doet de consument niet veel impulsaankopen
moeite, het product is bij hem bekend
en de prijs is vaak relatief laag.
- Beperkt probleemoplossend aankoop - Shopping goods
gedrag (BPO)-> hierbij doet de
consument beperkt moeite om
informatie te zoeken en op andere
manieren tijd aan te besteden. De
producten zijn voor hem niet nieuw
maar de aankoop komt niet wekelijks
voor. De producten zijn wat duurder
- Uitgebreid probleemoplossend - Specialty goods
Marketing: alle activiteiten van een onderneming die gericht zijn op maximale behoeftebevrediging
van afnemers. Het gaat er dus om de wensen van de afnemers zo goed mogelijk te kennen en daarop
in te spelen met gewenste producten tegen een juiste prijs.
Marketing mix: product (soort?), personeel, prijs (hoog/laag, kortingen?), plaats (hoe komt het
product bij afnemer?) en promotie (wel/geen reclame, welke media?).-> 5 p’s:
marketinginstrumenten. Spelen altijd een rol en moeten op elkaar worden afgestemd-> daarom
spreken we van marketingmix.
Marktonderzoek: het systematische onderzoek naar de afzetmogelijkheden van een bepaald product
in een gebied gedurende zekere periode.
- Hoe ziet mijn markt eruit
- Kan ik nieuwe markten aanboren/creëren
- Deskresearch vs. Fielresearch. Zelf doen?
- Bewaak de kosten! SMART doelstellingen
- Denk vooraf na over wat je met de uitkomsten gaat doen.
- M.a.w.: het is met onderzoek doen…
Deskresearch: de onderzoeker maakt gebruik van materiaal dat al eerder voor andere doeleinden is
verzameld.
Fieldresearch: de onderzoeker gaat op zoek naar informatie die nog niet in de onderneming (of op
internet) aanwezig is). Kan op verschillende manieren plaatsvinden.
Marktonderzoek geeft een onderneming inzicht in het marktaandeel. Elke onderneming wil
weten welk aandeel zij heeft van de totale afzet of omzet van een bepaald product in een
bepaalde regio over een bepaalde periode.
Particulieren vs. Organisaties:
- B2C (meest voorkomend): Business to consumer
- B2B: Business to business
- C2C: consumer to consumer (marktplaats)
- C2B: consumer to business (reviews/producttesten)
Stem je marketing hierop af. Er kan ook een mix voorkomen tussen deze vormen
Aankoopgedrag:
- Routinematig aankoopgedrag (RAG)-> - Convienience goods/unsought goods->
Hierbij doet de consument niet veel impulsaankopen
moeite, het product is bij hem bekend
en de prijs is vaak relatief laag.
- Beperkt probleemoplossend aankoop - Shopping goods
gedrag (BPO)-> hierbij doet de
consument beperkt moeite om
informatie te zoeken en op andere
manieren tijd aan te besteden. De
producten zijn voor hem niet nieuw
maar de aankoop komt niet wekelijks
voor. De producten zijn wat duurder
- Uitgebreid probleemoplossend - Specialty goods