Lectures political
science
Lecture 1
Political science → political behavior (of citizens),
processes and institutions
Politiek:
Het proces volgens welke mensen onderhandelen en
concurreren tussen verschillende groepen (met verschillende
waardes, belangen en voorkeuren)
Het proces van het maken en ontwikkelen van gedeelde of
collectieve keuzes
Belang van het hebben van een overheid
Overheden hebben het monopolie op staatsmacht
Hobbes → schetste het beeld met de afwezigheid van een
overheid: zonder een overheersende macht zou men overgaan
tot oorlogen en misdaden tegen elkaar
Waarborgen van collectieve goederen → veiligheid (Hobbes),
dijken, wegen, milieu
Kernconcepten van political science
Power → de capaciteit om men iets te laten doen wat ze
anders niet hadden gedaan
3 dimensies van macht:
1. Wie [welke actor] is in staat om de onderhandelingen
te winnen?
wie beïnvloed het debat, de betrokken partijen en
mensen
Lectures political science 1
, gaat over winnaars en verliezers
heeft betrekking tot de uitkomsten
2. Wie [welke actor] bepaalt en controleert welke
voorkeuren worden besproken?
wie bepaalt welke politieke problemen worden
besproken (agenda setting)?
Hoofd agendasetter → overheid
Soms ook het parlement en burgers
controle en beperkingen over het uiten van
voorkeuren; welke onderwerpen mogen wel en niet
uitgesproken worden
aanname dat men verschillende voorkeuren hebben
3. Wie [welke actor] vormt de voorkeuren?
hoe en door welke factoren worden verschillende
voorkeuren gevormd
sociale verschillen, politieke ideologieën,
politieke communicatie en media
gebeurt in de praktijk door publieke debatten en
processen
wordt voor een groot deel beïnvloed door de media
van machthebbende partijen
Autoriteit → het recht om macht te gebruiken
3 types autoriteit (volgens Weber)
1. traditioneel → doorgegeven uit tradities, weinig
verandering.
2. charismatisch → legt nadruk op de karakteristieken
van een individu. voorbeeld: Obama en Trump
Lectures political science 2
, 3. legaal-rationeel → staat los van een persoon, elite
of politieke partij etc., gaat uit van het recht en
de wetten. het verkiezen van een leider gebeurt
volgens juridische en legitieme processen
Legitimiteit → de acceptatie van de autoriteit
Politieke regimes:
1. Democratie
a. Directe democratie → bestaat niet in de pure vorm
b. Representatieve democratie → bestaat in verschillende
vormen
i. Liberaal → duidelijke 'checks and balances' die
corruptie en willekeur naar burgers voorkomen
ii. Illiberaal → vorm waarin minderheden niet worden
beschermd, mensenrechten worden geschonden
2. Hybride regime → regime met democratische elementen
(aanwezigheid van opposities). varieert in vorm
3. Autoritair regime → de macht binnen dit regime is enkel
toegekend aan één actor
Lecture 2
Liberale & illiberale democratieën
Democratieën bestaan uit 2 delen
1. Democratie → politieke rechten van burgers (stemmen),
rechten van oppositie en regering, vrij concurrentie
tussen partijen
2. Constitutionalisme → individuele rechten, mensenrechten
die beschermd worden door de constitutie
Soorten democratieën
Lectures political science 3
science
Lecture 1
Political science → political behavior (of citizens),
processes and institutions
Politiek:
Het proces volgens welke mensen onderhandelen en
concurreren tussen verschillende groepen (met verschillende
waardes, belangen en voorkeuren)
Het proces van het maken en ontwikkelen van gedeelde of
collectieve keuzes
Belang van het hebben van een overheid
Overheden hebben het monopolie op staatsmacht
Hobbes → schetste het beeld met de afwezigheid van een
overheid: zonder een overheersende macht zou men overgaan
tot oorlogen en misdaden tegen elkaar
Waarborgen van collectieve goederen → veiligheid (Hobbes),
dijken, wegen, milieu
Kernconcepten van political science
Power → de capaciteit om men iets te laten doen wat ze
anders niet hadden gedaan
3 dimensies van macht:
1. Wie [welke actor] is in staat om de onderhandelingen
te winnen?
wie beïnvloed het debat, de betrokken partijen en
mensen
Lectures political science 1
, gaat over winnaars en verliezers
heeft betrekking tot de uitkomsten
2. Wie [welke actor] bepaalt en controleert welke
voorkeuren worden besproken?
wie bepaalt welke politieke problemen worden
besproken (agenda setting)?
Hoofd agendasetter → overheid
Soms ook het parlement en burgers
controle en beperkingen over het uiten van
voorkeuren; welke onderwerpen mogen wel en niet
uitgesproken worden
aanname dat men verschillende voorkeuren hebben
3. Wie [welke actor] vormt de voorkeuren?
hoe en door welke factoren worden verschillende
voorkeuren gevormd
sociale verschillen, politieke ideologieën,
politieke communicatie en media
gebeurt in de praktijk door publieke debatten en
processen
wordt voor een groot deel beïnvloed door de media
van machthebbende partijen
Autoriteit → het recht om macht te gebruiken
3 types autoriteit (volgens Weber)
1. traditioneel → doorgegeven uit tradities, weinig
verandering.
2. charismatisch → legt nadruk op de karakteristieken
van een individu. voorbeeld: Obama en Trump
Lectures political science 2
, 3. legaal-rationeel → staat los van een persoon, elite
of politieke partij etc., gaat uit van het recht en
de wetten. het verkiezen van een leider gebeurt
volgens juridische en legitieme processen
Legitimiteit → de acceptatie van de autoriteit
Politieke regimes:
1. Democratie
a. Directe democratie → bestaat niet in de pure vorm
b. Representatieve democratie → bestaat in verschillende
vormen
i. Liberaal → duidelijke 'checks and balances' die
corruptie en willekeur naar burgers voorkomen
ii. Illiberaal → vorm waarin minderheden niet worden
beschermd, mensenrechten worden geschonden
2. Hybride regime → regime met democratische elementen
(aanwezigheid van opposities). varieert in vorm
3. Autoritair regime → de macht binnen dit regime is enkel
toegekend aan één actor
Lecture 2
Liberale & illiberale democratieën
Democratieën bestaan uit 2 delen
1. Democratie → politieke rechten van burgers (stemmen),
rechten van oppositie en regering, vrij concurrentie
tussen partijen
2. Constitutionalisme → individuele rechten, mensenrechten
die beschermd worden door de constitutie
Soorten democratieën
Lectures political science 3