PIP Rijtjes
Hoofdstuk 2
Presidentieel stelsel
- Duidelijke scheiding parlement en regering
- Hoofd meestal president
- Parlement en regering kunnen elkaar niet ontslaan (wel bij zware misdaad)
- Kiezers kiezen president en parlement
- President politieke macht 1 functie
Parlementair stelsel
- Vertrouwensrelatie regering en parlement
- Regering kan (meestal) parlement ontbinden en vice versa
- Kiezers kiezen parlement die kiezen MP/regering
- Kiezen MP/regering gebeurd indirect
Semi-presidentieel stelsel
- Kiezers kiezen president en parlement
- President benoemd en ontslaat ministers
- Vertrouwensrelatie parlement en regering/ministers
- Cohabitation Minister president en president van verschillende partij
Rollen minister president
- Hoofd vd regering
- Macht over meerderheid parlement centrale rol in internationale politiek
- Partijleider
- Formele macht ministers aannemen en ontslaan
- Juridische macht parlement ontbinden en verkiezingen uitroepen
- Middelpunt van besluitvormingsproces
3 Methoden afzetten MP
- Nieuwe verkiezingen afdwingen door geen steun
- Verandering coalitie nieuwe meerderheid nieuwe MP
- Door eigen partij geen steun meer kan MP niks
Rollen ministers
- Ministeriële verantwoordelijkheid over departement
- Collectieve verantwoordelijkheid in de regering
Staatshoofd (president/koning) rollen
- Procedureel – benoeming MP/ratificatie wetten
- Diplomatiek – staatsbezoeken
- Symbolisch – Verpersoonlijking van de staat
Hoofdstuk 3
Beperkingen door parlement op regering
- Regels waarbij oppositie plannen regering kunnen tegenhouden
- Politieke culturele tegenstellingen waardoor oppositie bepaalde voorstellen
vd regering kan tegenhouden
- Kan zijn dat regering geen meerderheidssteun heeft
- Geen voorwaardelijke steun parlementsleden
2 modellen democratisch regime
- Meerderheid – interpartymodel (UK)
, - Consensus – cross –en non party model
Rollen parlement:
- Benoemen en ontslaan regering
- Wetgeving
o M – regering bepaald parlementaire agenda / C- is parlement
o M – werk op parlementaire vloer / C- is commissies
o C – voorstellen eerst langs commssies
- Controleren regering (gedrag onderzoeken)
o Vragenuur
o Interpellatie
o Instellen comités
Hoofdstuk 4
2 vormen juridicial review
- Concreet – kritiek tegenover wet die voortkomt uit specifieke zaak
- Abstract – wet wordt voorgelegd uit vermoeden (door politici)
2 modellen juridicial review
- Van kelsen – constitutioneel hof
- Anders; - gewone rechtbanken controleren (NL en UK beperken dit )
2 typen legale systemen
- Common – law landen (UK) – gebaseerd op jurisprudentie en interpretatie
- Civil law landen – uitspraken afgeleid van wetten
Systemen ideaaltypisch en groeien naar elkaar toe, UK gebruikt steeds
vaker statuten
Juridicial review en representatieve democratie
+ beperken macht regering
+ Beleidsvoering niet teveel afwijkt van het midden
+ Positieve economische effecten door onafhankelijkheid
+ Zorgt dat politieke klasse niet allen uit zelf-interest handelt
- Ongekozen niet representatief orgaan met veel macht
- Rechtssysteem niet goed voor minderheden
Hoofdstuk 5
3 pijlers EU, samenwerking op:
- Sociaal economisch gebied (EG)
- Buitenlandse zaken en veiligheid
- Binnenlandse en juridische zaken
Verschillende instituties EU
- Europese commissie
o Soort bestuur EU – 5 jaar zitting
o Ieder land commissaris
Wetgeving
Controle (landen) uitvoering wetten
- Europees parlement
o Zitten infractie – 12 keer per jaar
o Degressive proportionality
Benoemen en ontslaan leden commissie
Wetgeving meebeslissen en overlegrol
, Budget verdelen specifieke gebieden
- Raad van ministers
o Ministers uit ieder land per onderwerp
o Unaniem/gekwalificeerde meerderheid
o Letland voorzitter – 6 maanden
Wetgeving tot stand door cohesie met commissie
- Europese raad
o Alle regeringsleiders (4 keer per jaar)
o Vaste voorzitter – Donald Tusk
o Ook soort minister buitenlandse zaken
o Belangrijkste orgaan zonder verantwoording
- Hof van justitie
o Elke land een rechter benoemd voor 6 jaar
o Hoogste autoriteit
o Toetsen wetten aan EU richtlijnen – kan sancties opleggen bij niet
naleven
EU niet democratisch:
- Geen Europese regering gekozen
- Besluitvormingsproces is complex en lastig te begrijpen voor burgers
- ER en RvM geen vertrouwen en verantwoording
- EC controleert én maakt wetgeving
- We stemmen voor EU, maar zijn geen burger
- Bestuurders kunnen niet worden weggestuurd
- Afstand burger EU
o Oplossingen
Direct kiezen voorzitter EC
Inwoners lidstaat commissaris laten kiezen
Meer referenda
EU wel democratisch
- Wel degelijk verantwoording via twee wegen:
o EP en EC
o ER en RvM indirect aan nationale regering
- Checks and balances ingebouwd
- EP steeds belangrijker
- EU meer consensus model
- EU transparanter dan sommige lidstaten
- EU is geen staat, beperkte macht en invloed leven vd mens
- EU niet vergelijken met ideale democratie maar met functionele dan best
aardig
Hoofdstuk 6
2 factoren hebben invloed op relatie minister – ambtenaar
- Politieke cultuur vd overheid
o Generalist – algemene vaardigheden
o Technocratisch professioneel – Gespecialiseerd (Fra, examen, Dui;
min. HBO)
- Politisering ambtenaren, 2 tendensen
o Depolitisering vd nomenklatura
o Politisering westerse ambtenarenapparaat
Hoofdstuk 2
Presidentieel stelsel
- Duidelijke scheiding parlement en regering
- Hoofd meestal president
- Parlement en regering kunnen elkaar niet ontslaan (wel bij zware misdaad)
- Kiezers kiezen president en parlement
- President politieke macht 1 functie
Parlementair stelsel
- Vertrouwensrelatie regering en parlement
- Regering kan (meestal) parlement ontbinden en vice versa
- Kiezers kiezen parlement die kiezen MP/regering
- Kiezen MP/regering gebeurd indirect
Semi-presidentieel stelsel
- Kiezers kiezen president en parlement
- President benoemd en ontslaat ministers
- Vertrouwensrelatie parlement en regering/ministers
- Cohabitation Minister president en president van verschillende partij
Rollen minister president
- Hoofd vd regering
- Macht over meerderheid parlement centrale rol in internationale politiek
- Partijleider
- Formele macht ministers aannemen en ontslaan
- Juridische macht parlement ontbinden en verkiezingen uitroepen
- Middelpunt van besluitvormingsproces
3 Methoden afzetten MP
- Nieuwe verkiezingen afdwingen door geen steun
- Verandering coalitie nieuwe meerderheid nieuwe MP
- Door eigen partij geen steun meer kan MP niks
Rollen ministers
- Ministeriële verantwoordelijkheid over departement
- Collectieve verantwoordelijkheid in de regering
Staatshoofd (president/koning) rollen
- Procedureel – benoeming MP/ratificatie wetten
- Diplomatiek – staatsbezoeken
- Symbolisch – Verpersoonlijking van de staat
Hoofdstuk 3
Beperkingen door parlement op regering
- Regels waarbij oppositie plannen regering kunnen tegenhouden
- Politieke culturele tegenstellingen waardoor oppositie bepaalde voorstellen
vd regering kan tegenhouden
- Kan zijn dat regering geen meerderheidssteun heeft
- Geen voorwaardelijke steun parlementsleden
2 modellen democratisch regime
- Meerderheid – interpartymodel (UK)
, - Consensus – cross –en non party model
Rollen parlement:
- Benoemen en ontslaan regering
- Wetgeving
o M – regering bepaald parlementaire agenda / C- is parlement
o M – werk op parlementaire vloer / C- is commissies
o C – voorstellen eerst langs commssies
- Controleren regering (gedrag onderzoeken)
o Vragenuur
o Interpellatie
o Instellen comités
Hoofdstuk 4
2 vormen juridicial review
- Concreet – kritiek tegenover wet die voortkomt uit specifieke zaak
- Abstract – wet wordt voorgelegd uit vermoeden (door politici)
2 modellen juridicial review
- Van kelsen – constitutioneel hof
- Anders; - gewone rechtbanken controleren (NL en UK beperken dit )
2 typen legale systemen
- Common – law landen (UK) – gebaseerd op jurisprudentie en interpretatie
- Civil law landen – uitspraken afgeleid van wetten
Systemen ideaaltypisch en groeien naar elkaar toe, UK gebruikt steeds
vaker statuten
Juridicial review en representatieve democratie
+ beperken macht regering
+ Beleidsvoering niet teveel afwijkt van het midden
+ Positieve economische effecten door onafhankelijkheid
+ Zorgt dat politieke klasse niet allen uit zelf-interest handelt
- Ongekozen niet representatief orgaan met veel macht
- Rechtssysteem niet goed voor minderheden
Hoofdstuk 5
3 pijlers EU, samenwerking op:
- Sociaal economisch gebied (EG)
- Buitenlandse zaken en veiligheid
- Binnenlandse en juridische zaken
Verschillende instituties EU
- Europese commissie
o Soort bestuur EU – 5 jaar zitting
o Ieder land commissaris
Wetgeving
Controle (landen) uitvoering wetten
- Europees parlement
o Zitten infractie – 12 keer per jaar
o Degressive proportionality
Benoemen en ontslaan leden commissie
Wetgeving meebeslissen en overlegrol
, Budget verdelen specifieke gebieden
- Raad van ministers
o Ministers uit ieder land per onderwerp
o Unaniem/gekwalificeerde meerderheid
o Letland voorzitter – 6 maanden
Wetgeving tot stand door cohesie met commissie
- Europese raad
o Alle regeringsleiders (4 keer per jaar)
o Vaste voorzitter – Donald Tusk
o Ook soort minister buitenlandse zaken
o Belangrijkste orgaan zonder verantwoording
- Hof van justitie
o Elke land een rechter benoemd voor 6 jaar
o Hoogste autoriteit
o Toetsen wetten aan EU richtlijnen – kan sancties opleggen bij niet
naleven
EU niet democratisch:
- Geen Europese regering gekozen
- Besluitvormingsproces is complex en lastig te begrijpen voor burgers
- ER en RvM geen vertrouwen en verantwoording
- EC controleert én maakt wetgeving
- We stemmen voor EU, maar zijn geen burger
- Bestuurders kunnen niet worden weggestuurd
- Afstand burger EU
o Oplossingen
Direct kiezen voorzitter EC
Inwoners lidstaat commissaris laten kiezen
Meer referenda
EU wel democratisch
- Wel degelijk verantwoording via twee wegen:
o EP en EC
o ER en RvM indirect aan nationale regering
- Checks and balances ingebouwd
- EP steeds belangrijker
- EU meer consensus model
- EU transparanter dan sommige lidstaten
- EU is geen staat, beperkte macht en invloed leven vd mens
- EU niet vergelijken met ideale democratie maar met functionele dan best
aardig
Hoofdstuk 6
2 factoren hebben invloed op relatie minister – ambtenaar
- Politieke cultuur vd overheid
o Generalist – algemene vaardigheden
o Technocratisch professioneel – Gespecialiseerd (Fra, examen, Dui;
min. HBO)
- Politisering ambtenaren, 2 tendensen
o Depolitisering vd nomenklatura
o Politisering westerse ambtenarenapparaat